Ingezonden
1991-01-18
M.J. Paul, Wijk en Aalburg - Jaargang 35
- nummer 2
Geachte ds. Smouter, Er staat in uw stimulerende artikel veel dat mijn instemming heeft. Alle 'Israëltheologen' zijn niet hetzelfde!
Op drie punten wil ik echter graag kort reageren.
1. In mijn stellingname, dat het niet aannemelijk is dat Christus op dit moment zal weerkomen, heb ik bewust aangesloten bij W. à Brakel in zijn bekende werk 'De redelijke godsdienst'.
Deze invloedrijke predikant, behorend tot de Nadere Reformatie, schrijft over de Joden in deel 111: 'hunne nationale bekeering zal in onze dagen niet komen, maar zij zal nog komen' (p. 140) en : 'Maar verwacht van mij niet eene nette bepaling van den tijd, alleen zeg ik, dat ik ze niet zal beleven' (p..330).Tevens kunnen tientallen andere theologen in de eeuwenoude Gereformeerde traditie genoemd worden die 'tekenen der tijden' (bijv. komst van de antichrist) aannemen vóór de wederkomst (waarbij al of niet de bekering van de Joden aangenomen wordt). Zo opvallend is mijn antwoord dus niet.
2. Ik ben het geheel met u eens, dat we altijd bereid moeten zijn en ook dat we moeten verlangen naar de komst van Christus. Het gebed in de kerkdienst wordt door mij vrij vaak besloten met Openb. 22:20b 'Kom, Here Jezus!'. Het dagelijks uitzien naar die toekomst is echter nog niet hetzelfde als de verwachting dat Hij vandáág terugkeert. Het is jammer dat het essentiële onderscheid tussen deze twee zaken ontbreekt in uw artikel.
3. Op de conferentie te Putten heb ik gezegd dat we vóór de tijd van de vervulling nooit met zekerheid kunnen zeggen hoe de profetieën precies vervuld worden (contra Hal Lindsey e.a.). Hierin sluit ik me-aan bij Isaäc da Costa. Maar bij uw benadering heb ik het gevoel dat er wel èrg weinig vaststaat over de toekomst. Als u de oudtestamentische profetieën niet zo eenduidig vindt, leveren dan de nieuwtestamentische voorzeggingen (!) niet een duidelijker beeld op dan u schetst?
Graag ben ik tot nader gesprek bereid.