Een geestverruimende vakantie
2007-09-14
Op tal van plaatsen en momenten heb ik het, op vakantie in het buitenland, de afgelopen decennia ervaren: ‘Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan, want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan’.- Jaargang 51
- nummer 18
Christo Jesus vive. Aleluya! Jezus Christus leeft. Halleluja! Zo klonk het op paaszondag 2006, begeleid door luid applaus, vele malen in de dienst van de Igreja Evangélica in het Spaanse Reus, vlak onder Tarragona.
We werden bij binnenkomst door tal van mensen aangesproken: gezoend (dat is hier gebruikelijker dan handen geven) en bevraagd, waar we vandaan kwamen. We kregen direct een paar folders voor gasten in de hand gedrukt en een cd met (zo bleek later in de auto) een preek erop.
Een van de zangers van het combo sprak een paar woorden Engels en kwam ons vertellen dat hij tien jaar geleden in Canada tot geloof was gekomen. Hij zei: ‘Jesus is wonderful, het gave me a new life. This is the best place to be.’ Bij het begin van de dienst kwam iemand naast ons zitten, die Engels sprak en van tijd tot tijd wat vertaalde.
De hele dienst was een hartverwarmende ervaring: het vuur waarmee de vrouwelijke voorganger het evangelie van kruis en opstanding uitlegde en in het gebed de Heer aanriep, het enthousiasme waarmee de band speelde en waarmee de gemeenteleden de opwekkingsliederen zongen, het avondmaal (Santa Cena) dat we vooraan in de kerk in een halve cirkel vierden en ga zo maar door. We hebben genoten. Vooraan in de kerk stond op een groot bord: Todas las naciones vendran y te adoranan. Ofwel: alle volken zullen komen om U te aanbidden. Die woorden uit Openbaring 15:4 werden ook in deze dienst werkelijkheid. Want toen de voorgangster alle mensen die voor het eerst in de dienst waren, vroeg zich voor te stellen, bleek dat er ook mensen uit Peru, Colombia, Bolivia, Venezuela en Roemenië waren. En elke keer, wanneer iemand zich voorstelde, werd er geapplaudisseerd en klonk het uit vele monden: Gloria, Aleluya! Wat is het toch wonderlijk dat je je met mensen die je nog nooit hebt ontmoet, onmiddellijk één voelt in het geloof in de Here Jezus Christus. Inderdaad: Gracias Señor, Aleluya!
Jo = Job
Een paar weken later hadden we in Portugal een vergelijkbare ervaring. In Viseu gingen we op pinksterzondag naar de kerk. Toen we eerder in de week door de binnenstad liepen, zagen we tegenover het postkantoor een gebouw met het bord: Igreja Evangelica Baptista. Daar moeten we heen als we hier zondag nog zijn, zeiden we. En dat hebben we gedaan. Om half elf was de kerk aardig vol en na een gezamenlijk begin splitste de gemeente zich: de 50-minners gingen naar een bovenzaal, de 50-plussers (wij ook dus) bleven in de kerkzaal, beide voor een bijbelstudie van bijna een uur. De voorganger gebruikte op de beamer een sheet met aantekeningen over Jo 1, de eerste tien verzen. Ik dacht: Jo zal wel Johannes 1 zijn, maar ik kon geen enkel verband ontdekken tussen de inhoud van dat hoofdstuk over de vleeswording van Jezus én de aantekeningen op de sheet over een rijk en succesvol man en over de duivel als aanklager voor God. Kort voor het eind van de bijbelstudie kreeg ik van iemand een Portugese bijbel, die open lag bij Job 1. En toen was het raadsel opgelost! Jo is dus Job en niet Johannes. Johannes is Ja van Jao.
Santo! Santo!
Om half twaalf begon de eigenlijke dienst in een stampvolle kerkzaal (ruim honderd mannen, vrouwen en kinderen) met een vurige jonge predikant, die uit Handelingen 4 preekte en met heerlijke liederen, enthousiast gezongen door de gemeente en goed begeleid door een combo. Wie had ooit gedacht dat we nog eens in het Portugees Heilig, heilig, heilig, Heer God Almachtig zouden zingen (Santo! Santo! Santo! Deus omnipotente) en het Johannes de Heer-lied op de Johannes de Heer-wijs: Er is kracht, kracht, wonderbare kracht in het heilig bloed van het Lam (Ha poder, sim, forca sim igual, só no sangue de Jesus). Tijdens het avondmaal aan het eind van de dienst zongen we het bekende opwekkingslied: O Teu nome exaltarei!: Heer, ik prijs uw grote naam, heel mijn hart wil ik u geven, want u bent de weg gegaan, die mij redding bracht en leven. Op zulke momenten ervaar je de eenheid in de Here Jezus heel intens. Het ontroerde ons diep. De tekst uit Openbaring die de dominee las, over de grote schare die niet niemand tellen kan ‘de toda atribos, e lingue, e povo, e nacao’ spreekt dan extra. Na afloop stond de predikant bij de uitgang om zoveel mogelijk gemeenteleden aan te spreken. En toen een kwartier na de dienst nog tientallen gemeenteleden buiten stonden te praten, dacht ik: Hé, het is net onze gemeente in Voorthuizen/Barneveld.
God spreekt Hmong
In de jaren dat we als gezin in Frankrijk kampeerden, hadden we soortgelijke ervaringen. Zoals in de baptistenkerk van het West-Franse Laval, waar we met een grote groep jongeren van Operatie Mobilisatie niet alleen Welk een vriend is onze Jezus in het Frans zongen, maar ook Abba Vader:
Abba Père,
je veux être
à toi seulement.
Et ma volonté
soumettre
à toi constamment.
Que mon coeur
reste enflammé.
Près de toi
je veux rester.
Abba Père,
je veux être
à toi seullement.
Maar nooit ervoeren we sterker dat de Geest ons elkaar doet verstaan dan in de zomer van 1995 in dat kleine gereformeerde kerkje in Alençon in West-Frankrijk. Uit het Handboek voor evangelisch Frankrijk hadden we opgepikt, dat daar zondagsmiddags om twee uur dienst zou zijn. Maar toen we daar met twee dochters en twee nichtjes arriveerden, bleek het geen Franse dienst, maar een samenkomst van een van acht Laotioaanse gemeenten in Frankrijk: christelijke gemeenten van mensen, die rond 1975 het communisme in Laos zijn ontvlucht en van wie vooral de ouderen alleen de Hmongtaal spreken. En zo maakten we die zondagmiddag twee uur lang een dienst in het Hmong mee. Onverstaanbaar, maar de Geest ‘deed ons elkaar verstaan’.
Er werd gezongen. De woorden verstonden we niet, maar de melodie wel: Hoe groot zijt Gij en Volle verzeekring, Jezus is mijn. Johannes de Heer in het Hmong. En wij, met een brok in onze keel, zongen in het Nederlands mee. Daarna kwamen de kinderen naar voren om iets te zingen. Vervolgens een jeugdgroep en toen een vrouwengroep. En ja hoor, een van de Laotiaanse broeders kwam ons vragen of wij ook iets wilden zingen. En zo zong de familie De Boer in een Laotiaanse dienst De Heer is mijn herder en God is getrouw, zijn plannen falen niet. Het klonk van geen kant, maar wat vonden onze Laotiaanse broeders en zusters het mooi! Van de gebeden in de dienst en van de preek verstonden we weinig. Alleen de woorden Jezus en Amen. Maar dat was genoeg. Wat oecumene van het hart in het Hmong is, weet ik niet. Maar we wisten ons als gereformeerde Nederlanders één met Ly Oudone, Chue Yer Yang en al die andere evangelische Laotianen. Zeker weten, de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan.
Schotse kerk
In juni zijn wij elf dagen naar Malta geweest, waar we logeerden in Mellieha. Zondagmorgen bezochten we de dienst in de St. Andrew’s Scots Church in Valletta. De reis met openbaar vervoer op Malta was op zich al bijzonder. Met grote snelheid denderden we naar Valletta. Vanaf het busstation is het vijf minuten lopen naar de prachtige kerk, met mooie glas-inloodramen. We werden zeer vriendelijk ontvangen door de leden van deze gemeente.
Prediker Paul Slater sprak over Jakobus 3 : 13-17. Het was fijn dat er veel bekende hymns werden gezongen, zoals ‘Christ be beside me’ en ‘Blessed assurance, Jesus is mine’. Na de dienst werden we uitgenodigd voor de koffie.
Bent u op vakantie op Malta, dan is een bezoek aan deze kerk beslist de moeite waard. Hij staat aan de Southstreet in Valletta.
Evangelisch in Visp
Wij gaan al ruim tien jaar op vakantie naar het Zwitserse kanton Wallis en bezoeken daar plaatselijke kerkdiensten.
In Visp (iets ten westen van Brig) hebben wij een hele fijne gemeente gevonden, de Freie Evangelische Gemeinde in Visp. Hele goede preken, fijn zingen (opwekking in het Duits), etc. etc. Erg aan te bevelen.
De diensten beginnen om 9.30 uur aan de Kleegärtenweg 12, 3930 Visp (www.feg-visp.ch) Aangezien Wallis erg katholiek is en de bevolking erg gereserveerd tegenover deze evangelische gemeente staat (ze worden als sekte gezien), vinden de gemeenteleden het heel bemoedigend wanneer buitenlandse christenen naar hun diensten komen.
Kerk(en) op zee
U kent ze vast wel, de zeekastelen waarmee je een cruise kunt maken, in het Caribisch gebied, de Middellandse Zee, naar de Noordkaap, naar… waar u maar naar toe wilt. Wij waren enkele malen in de gelukkige omstandigheid zo’n cruise te maken met de Holland Amerika Lijn, die als voluit Amerikaanse cruisemaatschappij aan boord religious services biedt. Op elke cruise is een predikant of pastoor aan boord en soms allebei.
Ook wordt aan bijeenkomsten voor Joden gedacht. Naast de zondag wordt tijdens dagen op zee, waarop niet wordt aangelegd in de een of andere haven, een korte kerkdienst gehouden, een morning devotional. Deze heeft het karakter van een overdenking. Met de predikant kun je het treffen, of niet natuurlijk. Wij hadden doorgaans niet te klagen.
Zo was er ds. Doug van Gessel die, voor zover wij konden beoordelen, voluit ‘gereformeerde’ preken hield.
Bij navraag naar zijn naam bleek hij, een zeventiger, als ongeboren kind vanuit Nederland naar de Verenigde Staten te zijn geëmigreerd. Hij werd opgevolgd door ds. Dave Yoh. Met hem troffen wij het minder: hij had als thema Paulus in Athene, die daar enige tijd moest doorbrengen tot de komst van Silas en Timoteus (Handelingen 17). Hij nam daar tijd voor bezinning en Yoh meende dat wij als cruisegangers in eenzelfde positie verkeerden: gebruik de tijd voor reflectie, time to re-think, to re-do. Veel diepgang zat er echter niet in. Een derde predikant, Steve Doman, bracht de zaak weer in evenwicht. Zijn thema was The Heroes of the Faith, de geloofshelden. Hij begon uiteraard bij de geloofshelden uit Hebreeën 11, dat hij een soort Hall of Fame noemde. Daarna behandelde hij geloofshelden uit de Reformatie: Calvijn, Luther, Zwingli, diens eveneens Zwitserse opvolger en hervormer Bullinger en de Puriteinen onder leiding van John Robinson. Doman eindigde zijn serie met de geloofshelden van deze tijd: mensen als Billy Graham, wellicht, maar ook wijzelf, mits wij een houding hebben als de weduwe uit Markus 12: ‘Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans.’ Een dergelijke houding achtte hij bepalend.
Zeemanscollecte
Hoe zag zo’n sessie aan boord er uit? Op een schip met circa 900 passagiers trokken de overdenkingen tien tot twintig personen en de zondagse diensten vijftig à zeventig. In die diensten werd ook gecollecteerd, bijvoorbeeld voor een zeemanshuis. De liturgie van zowel overdenkingen als kerkdiensten was ’voorgebakken’ en kwam vrijwel geheel uit een hymnenboek. Diverse onderdelen werden gelezen in responsive reading: de predikant leest een zin, de ‘gemeente’ antwoordt met de volgende zin. Verder werd veel gezongen. Enkele toppers: Amazing Grace, Crown Him with many crowns, Take my Life (met een totaal andere melodie dan wij kennen), God bless our native land (op de melodie van God save the Queen). Zo leer je nog eens wat! Soms was er ook begeleiding door artiesten aan boord: klarinettist Larry Linkin begeleidde ons, een lid van het Rosario Trio zong een lied. Er is altijd veel te doen tijdens een cruise, ook als je ‘alleen maar’ vaart. De relaxte sfeer en de luxe aan boord schreeuwen als het ware om dankbaarheid.
Wij ondervonden het als uniek om ook aan boord van zo’n schip samen met anderen en onder deskundige leiding de Bijbel te kunnen openen en de gulle Schenker van alle goeds lof te kunnen toezingen.
Engelenzang
De laatste jaren waren we steeds in juni op vakantie in Zwitserland. Er worden dan nog bijna geen Nederlandse kerkdiensten gehouden en we bezoeken ook liever de plaatselijke gemeente. Daar beleef je de gemeenschap der heiligen. Dit jaar waren we in Flond (Obersaxen), een klein dorpje in Graubünden. De Reformierte Kirche is op een rots gebouwd en staat midden in het plaatsje. Er kunnen ongeveer negentig mensen in.
Zondagmorgen om negen uur luiden de klokken en om half tien begint de dienst. Eén keer per maand is de dienst in het Duits, de andere zondagen in het Rätoromaans.
Wanneer we de kerk binnenkomen, staat Pfarrer Felix Meier net zijn ‘toga’ aan te trekken. Het is een zwarte cape, die met banden onder zijn armen vastzit. Hij lijkt een grote vleermuis, die door de kerk fladdert. Hij komt meteen op ons af en begroet ons enthousiast. We zijn met zo’n 25 mensen, de vrouwen links en de mannen rechts. Voor de dienst blijven de kerkgangers staan om te bidden en daarna kletsen ze gezellig met elkaar. Het lijkt de NGK van Barendrecht wel. We hebben intussen in het liedboek gebladerd. Alle 156 liederen staan er meerstemmig in. Maar wel in het Rätoromaans, een taal waar we bijna geen woord van begrijpen. Vooraan bij de preekstoel staat een harmonium. We zijn benieuwd wie er op gaat spelen.
Vierstemmig
De dominee beklimt de preekstoel en het wordt stil. Hij leest als opening van de dienst een deel uit de Bergrede en kondigt het eerste lied aan. Dan daalt hij de preekstoel af en pakt zijn blokfluit, die op het doopvont ligt. Hij geeft de vier tonen aan voor de vier stemmen en de gemeenteleden nemen die over als echte koorleden. En dan gebeurt er een wonder, dat mij aan de engelenzang doet denken. Zonder verdere begeleiding zingt ieder gemeentelid één van de vier partijen. De akoestiek is geweldig en het zingen ontroerend mooi. Het raakt mij diep en de tranen stromen over mijn wangen. Het is een voorrecht, dit mee te maken. Met deze christenen samen te mogen zijn om de Here te loven en te prijzen. Na het lied gaan we staan om te bidden. Eerst bidt de dominee in het Duits en daarna in het Rätoromaans. Na het gebed zingen we weer. Omdat dat lied een moeilijke melodie heeft, zingt de Pfarrer het eerste couplet voor. Hij heeft een mooie heldere stem. En opnieuw zingt de gemeente vierstemmig.
Hierna leest hij Psalm 36 en begint aan zijn preek. We kunnen het Duits goed volgen. In plaats van orgelspel zingen we na de preek nog een lied. Daarna dankt de dominee met ons en krijgen we de zegen. Als afsluiting van de dienst zingen we nog het laatste couplet van het derde lied. Bij de deur krijgen we allemaal een hand van Pfarrer Meier. We nemen ook afscheid van de kosteres. Zijn neemt haar eigen bloemen, een grote rode begonia, weer mee terug naar huis.
Dit verhaal kwam tot stand met medewerking van Ad de Boer, Kees en Bertha van der Klis uit Hoorn, Rob en Joke Geuverink uit Houten, Johan en Elly van Dalen-van Helden uit Amstelveen en de familie Kanis uit Barendrecht. Sander Klos is hoofdredacteur van Opbouw en lid van de NGK-CGKGKV in Deventer.