De dominee

2007-09-14
  • Jaargang 51
  • nummer 18
Waarom is het werk van een predikant behalve prachtig soms ook zwaar? In het julinummer van het blad Kontekstueel schrijft ds. W.J. Dekker uit Delft erover:

Nog niet eens zo heel lang geleden was de predikant de centrale figuur, de spil om wie het gemeenteleven draaide. () Deze ‘verheven’ plek heeft de predikant niet meer. Hij is van zijn voetstuk gevallen. Dat komt door de gemeente; zij is veranderd en kijkt anders naar hem. ‘Meneer’, roept een catechisant. Maar het komt ook door de predikanten zelf. Ook zij zijn veranderd.De meeste herkennen zichzelf niet meer in die oude, verheven positie.
Ze roepen dat ze ook maar gewone mensen zijn. Het nette, vaak donkergekleurde pak ging uit en waarom zouden zij zich nog als ‘dominee’ laten aanspreken? Zeg maar ‘Wim’! Het vanzelfsprekende gezag is de predikant kwijt. Hij krijgt dat pas wanneer hij het goed doet. En het is in de praktijk de gemeente die dat beoordeelt.
Het gezag van een predikant komt niet langer ‘van boven’, maar ‘van beneden’. Hij heeft het niet omdat hij een gezondene is, hij krijgt het als hij naar tevredenheid functioneert.
Maar wanneer doet een predikant het goed? Dit is naar mijn idee wel heel sterk afhankelijk geworden van zijn hele optreden als persoon. De gemeente wil graag een enthousiaste predikant, een charismatisch leider, een bevlogen prediker die met passie preekt. De nadruk ligt niet zozeer op wát hij zegt als wel op hóé hij het zegt. Gemeenteleden zijn ‘gevoelig’ voor de woordkeus en de voordracht en ze vinden het fijn als een predikant authentiek is en zijn persoonlijke ervaring inbrengt. Wanneer wordt het stil onder de preek?
Deze aandacht hangt mijn inziens samen met een diep verlangen naar ervaring. De ervaring van God. De gemeente wil aangeraakt worden. Dit verlangen is legitiem en tegelijkertijd heel aangrijpend. Want kennelijk is de ervaring van God zo onvanzelfsprekend geworden. Terwijl we als predikanten zulke grote woorden spreken! Doen die woorden het dan niet meer? Verlangen naar God, langs de weg van een vooral heel persoonlijke dominee...
Al kijkend en schrijvend kom ik een opmerkelijke dubbelheid op het spoor. De predikant heeft niet meer de plaats die hij vroeger had, en toch is hij nog steeds heel belangrijk. Op een nieuwe manier is hij toch nog steeds de man of vrouw om wie het draait en van wie veel afhankelijk is. Alleen nu ligt het accent niet meer op zijn ambt, maar veel meer op zijn persoon. En juist dat maakt het predikantschap vandaag in één woord zwaar! De predikant is als persoon zelf voortdurend in het geding. Hij zal maar niet ‘in huis hebben’ wat nodig is om aan de verwachtingen en de verlangens te voldoen! ()

Naast bovengenoemd accent op de persoon van de predikant is er nog iets te noemen dat het predikantschap vandaag tot een hele onderneming maakt. De predikant heeft een gemeente die in toenemende mate een mondige gemeente is. () De kritische opstelling van de gemeente wordt mede gevoed doordat gemeenteleden contacten hebben met christenen van andere kerken en uit evangelische kringen. Ze horen, zien en lezen van alles en nemen dat mee naar de eigen gemeente. De ene vraag rolt over de andere. De eigen traditie is er ineens één van de vele en wordt stevig bevraagd. Waarom doen wij zoals we doen? Kan het niet ook anders en hoe bijbels is het allemaal wat wij gewend zijn te doen? () Ondertussen heeft het er veel van weg dat zich ook hier een dubbelheid voordoet. Want enerzijds heeft het gemiddelde gemeentelid een hoge opleiding genoten en stelt men - terecht! - hoge eisen aan de preek en aan het gehalte van het predikantswerk. Anderzijds moet het allemaal niet te moeilijk en vooral niet dogmatisch zijn. Een preek die veel uitleg heeft is niet echt ‘in’. Een eenvoudige preek die aan de ervaring raakt doet het vele malen beter. () Wat ons helpen kan? Ik denk dat het zinvol is om met elkaar nog eens goed na te denken over het ambt en met name over de verloren dimensie ervan. Ik pleit er niet voor dat we terugkeren naar die oude, verheven plek van de predikant. De predikant is van zijn voetstuk gevallen. En dat is niet erg. Maar ondertussen zijn we ook iets kwijtgeraakt wat juist vandaag wel eens heel belangrijk zou kunnen zijn. Wat betekent het voor de predikant en wat betekent het voor de gemeente wanneer het besef er weer in komt dat de predikant een gezondene is? Ik ben ervan overtuigd dat ze er beide veel aan hebben wanneer ze er weer eens bij stilstaan dat achter de predikant de Here God zelf staat.
Er mag wel weer iets meer ‘van boven’ in komen. Dat is goed voor de predikant en ook voor de gemeente.
Wie weet wordt het wondere ambt dan toch wat minder zwaar.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief