Persschouw
1991-02-01
Valkuilen voor ziekenbezoeken- Jaargang 35
- nummer 3
door drs. A.B.F. Hoek-van Kooten
Het afleggen van een ziekenbezoek is niet altijd even gemakkelijk. Toch zijn wij allen afwisselend (gezonde) bezoeker en zieke. Door zijn ziekte staat de patiënt toch al een beetje aan de zijkant van het alledaagse leven toe te kijken. Daarom is het krijgen van bezoek wel belangrijk.
Hoewel je er in je gezonde dagen weinig bij stilstaat, is het toch zo dat een mens ineens ziek kan zijn. Je bent immers al ziek, als er maar één onderdeel van het lichaam niet goed (meer) functioneert. Terwijl je alleen dan pas gezond bent, als álles goed werkt.
Toch hoeft een ziekte niet per definitie slecht te zijn voor een mens. Is het niet vaak zo dat wanneer je gezond bent en verticaal loopt, je blik haast automatisch horizontaal gericht is.
Wanneer je door een ziekte horizontaal komt te liggen, zie je dat de blik en gedachten zich niet zelden verticaal gaan richten.
Superioriteit
Meestal zal de zieke naar bezoek uitzien.
Je hoort er dan weer zo bij en het geeft bovendien de nodige afleiding.
Door op bezoek te komen, laat je de zieke merken dat je hem niet vergeten bent.
Toch is het belangrijk om je te realiseren hoe ernstig ziek een zieke wél niet kan zijn. Vooral een ernstig zieke kan snel vermoeid raken, ook al zie je dat niet altijd aan de buitenkant. Meestal zal hij dat ook niet eerlijk durven zeggen, omdat hij veel te bang is het bezoek te zullen beledigen. Je moet immers dankbaar zijn dat de mensen de moeite willen nemen je te komen opzoeken.
Ook is het goed om van tevoren even te informeren of het bezoek gelegen komt. Het kan zijn dat er al een ander zou komen en het is vervelend voor de zieke wanneer een vertrouwelijk gesprek moet worden afgebroken, omdat er plotseling iemand komt. Ook kan het zijn dat de verschillende bezoekers niet bij elkaar 'passen' en dat de zieke zich in allerlei bochten moet wringen om het gesprek gaande te houden. Daarnaast zijn er de momenten dat de zieke ook verzorgd moet worden.
Niet zelden bespeur je bij bezoekers een zekere vorm van superioriteit. Dat gevoel is de mens eigen. Zodra een mens merkt dat de ander zwakker is, voelt hij zichzelf meteen sterker en dat kan dan onbedoeld ook naar voren komen.
Sommige mensen komen bruingebrand, mooi aangekleed en opgedoft bij de zieke vertellen hoe schitterend de vakantie wel was. Voor de zieke met zijn saaie pyjama en bleke gelaatskleur kan dit heel pijnlijk overkomen.
Om de zieke. 'op te beuren' wordt er niet zelden gesproken over de nog ernstiger ziekte van anderen. Dat is heel vervelend. De zieke voelt zich dan toch miskend in zijn eigen ziekzijn.
Als er meerdere bezoekers tegelijk aanwezig zijn, is het meestal het prettigst wanneer de mensen zoveel mogelijk aan dezelfde kant van het bed zitten. Voor de zieke kan het steeds heen en weer moeten draaien van het hoofd erg vermoeiend zijn.
De wereld van de zieke is als het ware verschrompeld tot de bedrand. Hierbinnen is zijn enige bewegingsruimte en zelfs dat gaat soms nog met de nodige pijn en moeite gepaard.
Daarom is het zo belangrijk tenminste dat kleine eigen stukje territorium te respecteren. Ga daarom niet op de rand van het bed zitten en leg geen jassen e.d. over het voeteneinde heen.
Dit wordt onbedoeld toch door de patiënt ervaren als een inbreuk op zijn privacy.
Soms kunnen mensen ook bijna shockerend nieuwsgierig zijn naar het te verwachten beloop van de ziekte zelf.
Alsof men nu het recht heeft om alles te mogen vragen. Men is op zijn hoede dat de grens van oprechte belangstelling naar sensatiezucht niet wordt overschreden. Soms ook dreigt een gesprek aan het ziekbed wat krampachtig te worden omdat men bang is dat het bekende 'gat in het gesprek' zal vallen. Eigenlijk is dat jammer. Het zou toch ook zo moeten kunnen zijn dat wanneer er een stilte valt men dat ook even laat gebeuren, zodat er rustig even over het een en ander kan worden nagedacht. Helaas is dat in onze cultuur niet gebruikelijk.
Als iemand lang ziek is, kan dat toch een gro!e belasting zijn voor de direkte omgeving. Niet zelden gaat alle belangstelling naar de zieke uit, terwijl de anderen in het gezin toch ook hun zorgen hebben. Daarom is het goed om ook eens aan hen te vragen of zij het nog wel aankunnen.
Ernstig ziek
Soms zijn er zoveel mensen die op bezoek willen komen, dat de zieke nauwelijks meer tijd heeft voor een eigen stukje bezinning. Zeker wanneer er een ongeneeslijke ziekte in het spel is, is de tijd voor bijvoorbeeld het echtpaar samen zo kostbaar. In 'Metamedica' (mrt. '89) schrijven twee artsen over mensen met kanker: "Het bleek ons dat het toelaten en doorleven van de grenssituatie vaak gebeurde in situaties dat men alleen was".
Als de patiënt ernstiger ziek wordt, zie je dan ook dat hij alle bezoek niet meer zo op prijs stelt. De kring van bezoekers die hij nog om zich heen wil hebben, wordt steeds kleiner. Het is goed hier rekening mee te houden.
Er zijn wel pastores die hun vrouw meenemen naar ernstig zieke mensen.
Ik vrees dat dit toch een goed geestelijk gesprek in de weg kan staan. Het praten over het geloofsleven kan een heel tere zaak zijn. Niet zelden moet daarvoor de nodige schroom worden overwonnen. Een derde aanwezige kan dan toch een gesprek van hart tot hart belemmeren.
Ook coma- en dementiepatiënten moeten wij niet vergeten te bezoeken. Men denkt vaak dat comapatiënten er toch wel niet veel aan zullen hebben. Maar het kan zijn dat een comapatiënt toch kan horen. In de meeste gevallen zal de patiënt niets horen, maar je weet het nooit zeker. Daarom is het belangrijk dat ook deze mensen door de kerk niet vergeten worden. Mochten zij inderdaad toch kunnen horen, dan hebben zij een bezoek dubbel hard nodig. Daarom is het van het grootste belang om met hen een bijbelgedeelte te lezen en met hen te bidden. Ook moet men altijd zeggen dat men terug zal komen (en het dan ook doen!). De dominee kan op het nachtkastje een briefje achterlaten waarop staat dat hij geweest is en ook welk bijbelgedeelte hij gelezen heeft. Zo weet de familie dat hun geliefd ziek familielid niet vergeten wordt, wat ook hen weer tot steun is.
Het is alweer enige tijd geleden, dat wij dit artikel lazen in het reformatorisch opinieblad KOERS. Toch leek het ons gewenst het geheel over te nemen in onze rubriek PERSSCHOUW vanwege de blijvende aktualiteit van het onderwerp. De arts, die in dit artikel aan het woord is, stelt dingen aan de orde, die nadere overweging verdienen.
De benadering van doodzieke mensen is geen sinecure. Men zal zich erop hebben voor te bereiden. Pas werden wij vanwege ziekte van onze opvolger opnieuw gekonfronteerd met het werk van de stervensbegeleiding van.enkele gemeenteleden. Elke situatie is apart. Iedere stervende heeft een eigen identiteit. Maar doorslaggevend is, dat degene, die je aan het eind van zijn levenstrajekt pastorale bijstand verleent, een kind van God is! Hier spreekt het Verbond een eigen taal, een rijke taal. Het uitgangspunt ligt niet in het geloof van de mens, maar in de daad van God. Hij is met zijn kind begonnen in een onbegrijpelijke relatie.
Zijn genade blijft daarin sprankelen.
Hij wil vrede geven krachtens zijn afspraak, bezegeld in de H. Doop, ook en juist wanneer een mens genaderd is tot aan de drempel, die hij over moet om de eeuwige rust te kunnen ingaan. De begeleiding van de stervende is intens en intiem! De band aan het ene Woord van de levende God oefent een sterke kracht uit. Je bent heel dicht bij elkaar en samen en persoonlijk zo heel dicht bij God. Hoewel
we ons moeten wachten voor extreme
emoties kan de diepe ondertoon van een sterke bewogenheid niet IJemist worden in het pastorale woord, dat ondersteund wordt door Bijbellezing en gebed. De uitwerking daarvan is vaak zichtbaar. Een kort Ja, een instemmende knik, de gevouwen handen, de milde ogen getuigen daarvan.
En als wij niet meer weten wat wij moeten bidden, vult de Geest ons gebed aan en neemt Hij het desnoods van ons over. Hij pleit namelijk naar de wil van God voor heiligen d.i. gelovigen.
(zie Romeinen 8: 26-28). Wat schenkt de HEREons toch heerlijke beloften!!
Enschede
O. Mooiweer