Opvoeden

1991-02-15
  • Jaargang 35
  • nummer 4
"Nou, laten we er nu ons eens serieus mee bezig houden," zei Lisa, de moeder van een klasgenoot je van Reinier.
We zaten allebei met een bloknoot voor ons, een pen in de ene en een kop koffie in de andere hand. We hadden nog niets op papier staan en de tijd drong.
Het doel van die morgen was te omschrijven hoe wij de rol van ouders in de school zagen en wat wij vonden van opvoeden in het algemeen.

De school waarop Reinier zit, heeft nauwe contacten met een school in Roemenië. Leerkrachten van onze school hebben vorig jaar een bezoek gebracht aan de school daar en er waren van hun kant zoveel vragen gerezen, dat de tijd te kort was geweest om alles te beantwoorden. Toegezegd was, dat dat alsnog schriftelijk zou gebeuren en Lisa en ik waren ingehuurd om de oudervragen te beantwoorden.

De vraag over de plaats die ouders in de school kunnen hebben, vond ik eenvoudiger te beantwoorden dan de vragen over opvoeden in het algemeen.
Ouders in school zijn namelijk bijzonder gemakkelijk.
Ze zijn lees-reken-speel-oppas en klussen-moeder.
Klussen-vaders komen ook wel eens voor, maar ze zijn zeldzamer. Het woord reken-vader komt in het schooljargon zelfs helemaal niet voor.
Moeders kaften de boeken van de schoolbibliotheek, verzorgen een schoolkrant en zorgen voor koffie en koek bij festiviteiten. We staan te juichen bij het zaklopen, doen vol overgave mee aan 'Joepie-Joepie is gekomen' en 'zakdoekje leggen' en afen toe als ik onze verhitte gezichten zie bij 'twee emmertjes water halen', denk ik dat we knap geschift zijn.
Moeders doen op school in veelvoud, wat ze thuis in enkelvoud doen. Kortom... Moeders moederen!

Ouders zijn op Prot. Christelijke scholen ook werkgever en dat is iets waar de meerderheid zich niet van bewust is, want anders waren wel meer mensen lid van een P.C.-schoolvereniging.
Laten we eerlijk zijn... Wat is nu plezieriger (en ook nuttiger) dan een vingertje in de onderwijspap te hebben en mee te roeren als het nodig is.
Voor Roemenen is meeroeren een ongekende luxe en het ligt voor de hand dat ze ons in deze weelde benijden.

In schoolbesturen vind je relatief veel vaders. Wij zitten met drie vrouwen en acht mannen. Besturen is waarschijnlijk meer 'des mans' dan 'zakdoekje leggen'.
We hebben wel een vrouwelijke secretaresse en die telt ondanks haar tenger postuur zeker voor drie, zodat de verhouding nog aardig gelijk is.

Vraag twee: Opvoeden in het algemeen.
Lisa had zich degelijk voorbereid en zwaaide met knipsels over luisteren en aandacht hebben, vaste regels en vaste etenstijden.
Ik zei: "Tjonge..." en zij knikte voldaan.
Nu heb ik iets meer praktijkervaring dan zij, want zij is in verwachting van haar tweede, terwijl ik vijf kinderen in de strijd kon werpen en dat is ook niet niks.

Verder heb ik, vrees ik, met theoretische opvoeding maar wat aangerommeld.
Dat had een reden.
Bij de geboorte van onze oudste zoon had ik me een boek aangeschaft van dr. Spoek. Dat was een kinderarts die erg populair was in de zestiger jaren en zijn boek was een standaardwerk voor beginnende ouders.

Toen zich een paar probleempjes aandienden zoals: onplezierig monter worden als het bedtijd was, 's morgens de buren wakker joelen, haalde ik goedsmoeds Spock uit de kast, want die zou er wel raad mee weten.
Mooi mis! Bij iedere situatie die er op leek, stond "Een goede moeder gebruikt nu haar gevoel."
En dat niet één keer... telkens als ik dacht: "Dat zullen we eens volgens de regelen der kunst oplossen", liep ik tegen dat misselijke zinnetje op.

Het maakte me dermate razend, dat ik het boek in een hoek kieperde en dacht: "Niks gevoel. Wat kan het me eigenlijk schelen. Laat maar gaan." Ik gebruikte daarna in 't algemeen mijn gezonde verstand en dacht bij ernstiger problemen in alle eerbied en letterlijk: "God zegene de greep."

De moeder van een vriendin zei eens troostend: "Ach kind... Je oudste is het broddellapje. "
En dat was bepaald waar.

Een van m'n ergste missers heb ik bij de oudste gemaakt: Ik stond te strijken en omdat die bezigheid geen hobby van me is, had ik de radio aangezet.
Iemand hield een lezing over taalverruwing, met name over vloeken. Ik luisterde aandachtig en het stapeltje gestreken kussenslopen groeide flink.
Toen kwam onze oudste de kamer binnen en begon hard en hoog: "God..."
Ik dacht: "Alsjeblieft, daar heb je het al," en reageerde bliksemsnel. Mijn hand stuiterde knallend op z'n wang.
Hij keek me totaal verbijsterd aan.
"Heb ik lief... toch...?" zei hij weifelend, niet goed raad wetend met een moeder die zo gek deed.
Vreselijk! Ik schaamde me zo, dat de tranen in m'n ogen sprongen en stamelde iets van: "O, lieverd, wat afschuwelijk van me. Ik dacht dat je vloekte."
Hij reageerde heel royaal: "Nee, ik zong. Maar het geeft niet hoor mam."
Het aardige van kinderen is dat ze vaak grootmoediger reageren op spijtbetuigingen dan ouderen.

Ik had dan ook een (vond ik zelf) goede raad als sluitstuk van het antwoord op de oudervraag: Als je als ouder de fout in gaat, zeg dan: "Sorry... Ik zat er helemaal naast. Ik moet nog veel leren."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief