De oorlog op tv

1991-02-15
  • Jaargang 35
  • nummer 4
Als ik deze column schrijf, leven we in januari 1991. Buiten, ver weg, woedt de oorlog; binnen is het behaaglijk warm.
In onze huiskamers hebben we allemaal een goed zicht op de oorlog, die momenteel raast in het Midden-Oosten.
Vaak veel beter dan de betrokkenen zelf, kunnen we zien hoe de bommen met uiterste precisie hun doel treffen.
Nee, niet zomaar op een hangar met wapens. Nee, precies op de deur ervan.
Daar is namelijk het zwakste punt.
Het zijn spannende dagen, waarin we ons kunnen vergapen aan de hoogstandjes uit de huidige oorlogstechnologie.
Soms worden de beelden menselijk.
Dan zie je wat het effect van de oorlog is op een gewone moeder, een kind of een oude man. Of wat er overblijft van hun huis en dierbare familiebezittingen na de ontploffing...
Maar om lang naar huilende mensen te kijken... dat valt niet mee. Meestal wisselt het beeld wel snel genoeg weer. Zo niet, dan kunnen we het even wegklikken. Je zou er anders van gaan huilen...
Tussendoor zien we de deskundigen, die ons steeds achteraf vertellen, wat we mogelijk 'van tevoren al zagen aankomen' en verder hun oordelen met voorbehoud gegeven. Niemand weet alle gegevens; niemand kent nog het hele verhaal.

Bezetter
Zelf ben ik net teruggekeerd uit een gebied waar het al jaren oorlog is.
Voor de jongere generatie kun je zelfs zeggen dat de oorlog er is sinds (hun) mensenheugenis. De overwinnaar werd vaak weer de volgende bezetter en zo kon het maar doorgaan...
Twee jaar heb ik er nu middenin gezeten.
In die twee jaren veranderde er veel. Maar niet de oorlog. In de hoofdstad is het nu rustig, maar ook nu hoor je de verhalen: weer een trein opgeblazen; weer een dorpje in de nacht opgeschrikt door een overval; weer zoeel mensen op landmijnen gelopen...
Hoewel we er daar middenin woonden, wisten we er niet zoveel vanaf.
Het nieuws kwam via de Wereldomroep, die vaak wel belangrijker zaken aan zijn hoofd had. Of via een krant uit Bangkok, die een week later met de postzak zou aankomen. In het land zelf was de informatie maar zeer beperkt.
De gemiddelde buitenlander in Bangkok wist meer over onze situatie dan wijzelf!
Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor al die mensen die in Baghdad in hun schuilkelders zitten. Ze horen geen nieuws, alleen de bommen.
Zij ervaren de angst van iets dat over hen komt. Wij hebben alle informatie en praten erover.

Toeschouwer
Hoe meer ik hier over doordenk, hoe meer ik besef hoe massamedia en de communicatietechnieken eraan bijdragen, dat de wereld heel vreemd wordt opgesplitst.
De ene helft ondergaat het nieuws, 'is het nieuws', zonder zelf veel achtergrondinformatie te krijgen.
De andere helft kijkt ernaar, zonder er deel van uit te maken.
Voor het gevoelsleven wordt het er zo niet eenvoudiger op.
Als je er middenin zit, ervaar je de onzekerheid. Je emoties gaan met je op de loop.
Maar als je ernaar kijkt, loop je het gevaar te veel toeschouwer te worden.
Je emoties stompen 'at, En als het verdriet dan echt dichtbij komt, in ons eigen gezin of in de eigen straat, dan weten we niet meer wat we kunnen en moeten doen.
Onlangs werd ik me dit weer pijnlijk bewust. Met een Cambodjaan keek ik naar een video-opname van een Nederlands tv-programma over zijn land.
In het 'geschiedkundige overzicht' zag je even Pol Pot, de leider van een recent schrikbewind. Voor mij was het overzicht zo keurig compleet.
Maar voor hem was het niet te harden: het was de eerste keer dat hij 'zijn volksbeul' op de film zag. De emoties waren hartverscheurend.
Voor hem was het geen geschiedenis, voor hem was het zijn leven en bijnasterven.
En ik zat er sprakeloos bij... met een gevoel van schaamte, dat ik zo rustig naar dit beeld had kunnen kijken...

Bidden
Dezelfde gevoelens had ik toen ik de dreigende bom-inslag in Tel Aviv zag.
Op mijn tv-scherm zette ieder zijn gasmasker op, het wachten was alleen nog op de knal (die gelukkig niet kwam). Ik schaamde me haast dat ik toekeek, zonder ook maar iets te doen.
Met je verstand kun je het weer wegredeneren: je kunt toch niets doen? En toch...
Natuurlijk: Je kunt bidden. Bidden voor die arme mensen daar.
Maar wat zal je bidden.
Bidt en werkt, zeggen we. Maar hoe zullen we het doen?
Christenen zullen bij het zien van die beelden bidden om een einde aan de oorlog. Niet alleen aan deze. Nee, aan alle oorlogen. Dat einde zal er komen.
Als Christus komt. Hij, de meest deskundige, heeft het Zelf gezegd.
Christenen zullen ook bidden, dat het begin van alle oorlog en conflict wordt gestopt. Dat begin is niet op ons soherm maar in ons hart. Wat kunnen we zelf maar vaak moeilijk vrede houden met de mensen om ons heen...
Er is veel te doen tegen oorlog... in ons eigen hart, in ons gezin en in onze straat. Vandaag maar beginnen.
De oorlog op tv stimuleert ons toch: tot bidden en werken. Nog even volhouden.

Diny van Bruggen, Leusden

Dit instruerende en stimulerende artikel kwamen wij tegen in het 'Nederlands Dagblad' van woensdag 23 januari jl. Opnieuw blijkt, dat bidden geen gemakkelijke aangelegenheid is.
Het vraagt heel wat inspanning om de HERE, zijn Woord en de mensen recht te doen. Bidden is veel worstelen omtot het echte gebed te komen. Juist in de huidige oorlogssituatie worden we daarmee opnieuw gekonfronteerd.
Maar het echte gebed staat onder de belofte van de Heilige Geest. Hij is de Auteur van het Woord en de Schenker van het gebed. De bede om de komst van het Koninkrijk Gods tot volkomenheid is allesomvattend! In dat kader vallen bloed en vuur en rookzuilen niet buiten ons gebedsterritoir. De tekenen der tijden zijn te tasten. Bij alle afschuw, die ons vervult, is er ook een bemoedigende faktor te konstateren.
DE KONING KOMT! Alleen: we hebben niet slechts te bidden en te WERKEN, maar vooral te bidden en te WAKEN.
Tot dat laatste spoort de Bijbel ons met name aan! We moeten ons nl. niet laten dirigeren door de publieke opinie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief