Nieuws uit Rwanda

1991-02-15
  • Jaargang 35
  • nummer 4
Gisteren begon hier geruisloos het nieuwe jaar. Gelukkig geruisloos, want knallen zijn zeer verdacht in deze dagen in Rwanda. Het is de tijd van de nieuwjaarswensen en Rwanda is op het moment vast niet het enige land waar men vooral aan vrede denkt Wat gaat er in 1991 gebeuren? Het wordt in ieder geval niet meer zoals het was, Het begin van 1990 is al een verleden om nostalgisch over te doen. Er is een boel gebeurd in dat jaar. We kijken even terug.

Oorlog en Vrede
Op 1 oktober viel een uitstekend bewapend leger Rwanda binnen vanuit Oeganda. Het Rwandese leger was daar helemaal niet op voorbereid. Er is nooit veel staatsgeld uitgegeven aan het leger. In allerijl werden bevriende landen opgeroepen om onmiddellijk te helpen met wapens en mensen.
Er kwamen wapens en Belgische, Franse en Zaïrese soldaten. De Fransen en Belgen kwamen niet om mee te vechten maar om hun landgenoten te beschermen en de Zaïrese soldaten die wel meevochten bleken niet zulke goede manieren te hebben. Al snel bleek hoe goed de inval was voorbereid.
Niet alleen militair, ook via campagnes in het buitenland tegen de Rwandese regering. Wij zaten met verbazing te luisteren naar alle 'nieuws' via Radio Nederland, BBC en andere buitenlandse zenders. De regering werd van van alles en nog wat beschuldigd. Er werd gepraat alsof het ging om een burgeroorlog, maar daarvan was geen sprake. Zegsmannen van het aanvallende leger kwamen uitgebreid aan het woord. Wat wilden ze eigenlijk? Ze riepen om de populaire punten: democratie, mensenrechten, meer partijen, verbetering van het onderwijs, zaken waarmee Rwanda al tijden aan de gang is. Tot vervelens toe horen we voor elke nieuwsuitzending op de Rwandese radio een oproep aan ieder die geïnteresseerd is om mee te denken over de politieke hervormingen. Het is de president zelf die al in de zomer een belangrijke rede hield waarin hij o.a, pleitte voor een scheiding van staat en partij, een regelrechte inperking dus van zijn eigen macht Tot vóór 1 oktober werd Rwanda dikwijls als voorbeeld genoemd van ontwikkeling: geen prestigeprojekten, weinig uitgaven aan het leger, weinig corruptie, veel aandacht voor onderwijs en gezondheidszorg.
Dus wat wilden de aanvallers nog meer? Ze noemden zich vluchtelingen die terugkeerden naar huis. Dat was het echte punt in geding, om dat te begrijpen is een beetje geschiedenis nodig.
In Rwanda leven drie stammen: de Hutu, de Tutsi en de Twa. Deze laatste is een hele kleine groep die politiek niet meespeelt, de Hutu vormen de meerderheid van de bevolking, 80 à 90%, maar eeuwenlang zijn de Tutsi aan de macht geweest De Tutsi zijn oorspronkelijk nomaden en veehouders, lange trotse mensen, en de Hutu werkten voor hen op het land als een soort horigen. In 1959 kwamen de Hutu in verzet en ontworstelden zich aan hun vernederende positie. Veel Tutsi vluchtten het land uit Het bleef een tijdlang onrustig omdat groepen Tutsi de macht probeerden te heroveren en dat leidde in de jaren 60 tot veel bloedvergieten.
Wonder boven wonder lukte het de huidige president Juvenal Habyarimana, die in 1973 aan de macht kwam, het land onder controle te krijgen. Geen haatgevoelens meer, de wonden moesten helen. Plaatsen in scholen en taken in de politiek werden procentsgewijs verdeeld tussen Hutu en Tutsi. In het gezin van de president vond een huwelijk plaats tussen Hutu en Tutsi en het ging veel vaker voorkomen.
17 jaar lang was er vrede en toen wij 2% jaar geleden naar Rwanda kwamen zei men dat stammentegenstellingen hier niet speelden. Er waren heel andere problemen. Het land is overbevolkt, er is bouwland te kort Ondertussen zijn heel wat Rwandezen de grenzen overgetrokken om een nieuw bestaan op te bouwen. Sommigen van hen kwamen in het guerrillaleger terecht dat Museveni aan de macht hielp in Oeganda. En zij zijn het waarschijnlijk die nu Rwanda zijn binnengevallen. De laatste jaren is meerdere malen gepraat over het probleem van de Rwandezen in het buitenland, deels vluchtelingen uit 1959 en 1963, deels emigranten. Al zouden ze terugwillen, waar is het land te vinden waarop en waarvan ze moeten leven? Vlak voor de oorlog begon was er nog een conferentie over geweest die met een aantal reële voorstellen kwam. Maar in de buitenlandse pers werd geroepen dat Rwanda zich niets van zijn vluchtelingen aantrok en ze neerschoot als ze wilden terugkeren naar hun land. "Kun je iemand die al schietend het land binnenkomt een vluchteling noemen?" riepen de Rwandezen verontwaardigd.
België dwong min of meer een 'staakt het vuren' af met als dreigement: we trekken al onze mensen terug en stoppen al onze projekten als dit 'staakt het vuren' niet doorgaat Volgens de buitenlandse zenders gaf de president toe, de Belgen om ons heen zetten hun koffers weer even weg, maar de Rwandese bevolking kon het niet geloven.
Hoe kun je nu ophouden met vechten als er een vijandig leger binnen je grenzen staat?! Dat moet er op zijn minst uit voordat je gaat praten.
De 'Inyenzi' werden ze genoemd (kakkerlakken), net als de groep Tutsi die vroeger een greep naar de macht deden. Ze moesten eruit Maar het leger noemde zichzelf 'Inkotanyi' naar de krijgers van de vroegere Tutsikoning, soldaten met als leus: overwinnen of sterven. Op de dag en het uur van het ingaan van het 'staakt het vuren' werd een nieuwe aanval gedaan door de Inkotanyi. Het Rwandese leger sloeg terug en verdreef hen van zijn grondgebied.
Er werden afspraken gemaakt over overleg maar de Inkotanyi kwamen nooit opdagen op de afgesproken plek.
Ondertussen vierde Rwanda de overwinning.
Feestliederen, feestmarsen door de steden. Maar het was nog niet voorbij. Nieuwe invallen. Het lijkt niet echt gevaarlijk, maar het kost natuurlijk mensenlevens, veel geld en het ontwricht het hele land. Het ergste is dat de oude tegenstelling tussen Hutu en Tutsi weer is aangescherpt "Zie je wel - zei zelfs een van onze studenten - ik heb zelf Tutsivrienden, maar ze blijken niet te vertrouwen." Dat zei hij n.a.v, de inval, niet om wat hij van zijn vrienden had meegemaakt Mensen worden in een hokje gestopt "Zie je wel, het zijn de oude onderdrukkers."
Eigenlijk is het een wonder dat het niet helemaal uit de hand gelopen is. Er zijn plekken waar Hutu zich begonnen te wreken op elke Tutsi die ze in handen kregen. Maar de regering heeft steeds haar uiterste best gedaan om dat te voorkomen en greep onmiddellijk in. Regelmatig riep de president via de radio de bevolking op om vooral niet in "de val van de vijanden" te lopen en wie dan ook op grond van zijn afkomst alleen, verantwoordelijk te houden voor de oorlog. "Eenheid, kalmte, integriteit" klonk het voortdurend.
Tot nu toe werkt het, maar voor hoelang? Je hoort vaak dat alle problemen nu toegeschreven worden aan één vijand. De regen blijft uit, het geld devalueert, het komt allemaal door die Tutsi. Het zij/wij denken groeit "Zij zijn altijd al onbetrouwbaar, wij zijn arm en eerlijk." Het is een angstige tijd.

Veiligheidsmaatregelen
Om de rust zoveel mogelijk te waarborgen werden veel veiligheidsmaatregelen genomen. Meteen, bij het begin van de oorlog ging een avondklok in die nog steeds van kracht is.
Iedereen moet voor 7 uur 's avonds binnen zijn. Het openbaar vervoer ligt stil. Particulieren mogen alleen hun auto gebruiken of van de ene plek naar de andere plek reizen met een schriftelijke toestemming op zak.
Overal zijn controleposten met gelukkig correcte soldaten. De universiteit, altijd een haard van onrust, werd gesloten en middelbare scholen, waar leerlingen vaak intern zijn, werden min of meer van de buitenwereld afgesloten.
Geen bezoek, alle post wordt geopend, leerlingen mogen zelfs niet in hele kleine groepjes samenkomen, allemaal om te voorkomen dat extreme ideeën een kans krijgen. Er werden en worden ook mensen opgepakt en gevangen gezet, vooral in de eerste week van oktober.

Gods trouw en Rwandese vriendelijkheid
Onze collega André, een oudere, zeer gelovige en vredelievende man, ging ook achter slot en grendels. Zijn volwassen zoon had mogelijk iets te maken met de Inkotanyi. Politieke gevangenen konden niet bezocht worden, en we zaten er geweldig over in. André heeft een zeer fragiele gezondheid en in de overvolle gevangenis begonnen al gauw epidemieën de kop op te steken.
We gingen regelmatig naar de gevangenis om nieuws en na lang wachten kregen we dan vaak wel iets te horen. We mochten brieven brengen, kleren, zeep en medicijnen. We mochten een keer met de gevangenisverpleegster praten, ze bracht zelfs onze groeten over en deed de groeten terug. Na twee maand kwam André eindelijk vrij. We verwachtten een gebroken man terug te zien, maar het tegendeel was waar. Vol vuur vertelde hij over alle contacten, gesprekken en gebedssamenkomsten in de gevangenis.
Dat hij niet ziek was geworden had maar een verklaring: God is trouw! Tijdens de angstige dagen en slapeloze nachten voor zijn gevangenneming kreeg hij opeens een heel speciale kracht en rust. Voor het eerst kon hij weer slapen. De volgende morgen ging hij zijn gezin voor in een huisdienst die iedereen erg bemoedigde.
Tijdens deze dienst kwamen de soldaten hem halen. "Ik zal weinig eten, zei hij nog tegen zijn kinderen, want in de gevangenis houden ze natuurlijk niet mijn dieet. Maar God zal het zegenen." En God is te vertrouwen!
Maar de mensen dan? André had geen enkele brief ontvangen en wist ook niet waar de medicijnen vandaan gekomen waren, die hij via de verpleegster wel had gekregen. "Ze hebben ons dus keihard voorgelogen!", reageerde ik geschokt. "We hebben zelfs je groeten gehad!" André glimlachte: "Die verpleegster is een lief mens. Ze moet natuurlijk heel voorzichtig zijn en kan niets doorgeven, maar ze heeft je willen blij maken. Je was er toch blij mee, of niet? Het was een Rwandese vriendelijkheid."

Devalueren
Rwanda heeft zonder oorlog problemen genoeg. Er wonen te veel mensen op te weinig grond. Men kan terrassen aanleggen om erosie tegen te gaan, nieuwe gewassen introduceren en beter zaad. De groene heuvels brengen nooit genoeg op om alle monden te voeden en als de natuur niet meewerkt is er onmiddellijk honger. Veel anders dan land en mensen heeft Rwanda niet. De koffie die verbouwd wordt levert te weinig op, en voor lndustrieën ligt Rwanda te ver van zee.
In- en uitvoer is daardoor moeilijk en kostbaar. De economische situatie vererçerde van jaar tot jaar. "Devalueren" zegt de Wereldbank in zulke gevallen, "eerst devalueren". En dat gebeurde. Aanvankelijk was 1 oktober gepland als dag van de devaluatie, maar toen had men onverwacht de handen vol aan de militaire inval.
Ruim een maand later kwam het er toch van. De president hield een ernstige toespraak voor de radio. "Wij zullen niet meer kunnen leven als gisteren," zei hij, "we zullen allemaal offers moeten brengen. Het medicijn is bitter." De situatie werd meteen erg onoverzichtelijk. De regering verbood handelaren om de goederen die ze al in huis hadden duurder te gaan verkopen.
Maar waar moesten ze dan later het geld vandaan halen om nieuw in te kopen? Een paar dagen na de devaluatie was alles 'op'. Nergens meer suiker b.v. Even later was het er opeens weer, nu voor een nieuwe prijs. "Nieuwe voorraad". "Nietwaar, het is de oude voorraad die je had weggestopt!" Er werd veel gediscussieerd in de winkels. Overal waren de prijzen anders en ze verschilden van dag tot dag. Niet alleen geïmporteerde goederen werden duurder, ook de lokale, want de benzineprijs verdubbelde bijna en benzine was zelfs een tijdlang op de bon. Maar het blijft schommelen. Volgens ons onbegrijpelijke mechanismen werden de aardappelen ineens goedkoper dan ooit, hier in de stad, terwijl ze in de heuvels duurder dan ooit zijn en zolang er geen mensen zijn met de juiste papieren die ze uit de stad naar de heuvels kunnen brengen, blijven ze ook duur.

Theologie
De oorlog zorgde voor chaotische toestanden, ook waar niet gevochten werd. Veel blanken vertrokken, anderen stonden voortdurend in de startblokken.
Velen konden hun werk niet doen door vervoersproblemen. Maar wij kregen haast een dubbele portie werk. We wonen recht tegenover de school, vervoer is dus geen probleem.
We misten opeens een collega, een ander kon niet komen, er moesten dus allerlei uren overgenomen worden.
Met sommige studenten kregen we intenser contact. Al laat men dat hier niet zo makkelijk zien, er is veel angst onder de mensen. Daar hebben we veel over gepraat, over angst en de gevolgen daarvan. We zijn heel blij dat we zo gewoon door konden gaan. We maakten dit jaar zelfs een nieuwe start. In september arriveerde een studiejaar dat een opleiding op universitair niveau krijgt. Op 20 januari wordt de Faculté de Théologie officieel geopend.

Tot slot
Het ziet ernaar uit dat we nu weer in rustiger vaarwater komen. Geëvacueerde buren keren terug. Geruchten blijven. Het is een spannende tijd geweest waarin we weer eens met de neus op onze eigen kwetsbaarheid zijn gedrukt, maar ook weer hebben leren vertrouwen. We maken geen grootse plannen, want wie kan in de toekomst kijken? Gewoon, zijn waar je bent, en doen Wat je te doen krijgt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief