Vrijetijdsteding

1991-02-15
  • Jaargang 35
  • nummer 4
De Groot Goudriaan te Kampen brengt de serie 'Pasmunt' (kleine boekjes) uit waarmee "vanuit de schatten van de reformatie wordt richting gegeven aan geloof en leven voor mensen van nu".
Deze publikaties zouden jongeren antwoorden moeten geven op veel vragen, zodat ze in het dagelijks leven zich teweer kunnen stellen met deze 'pasmunt'.

In het voor ons liggende deeltje beziet de schrijver (ds. J. van Amstel, Chr. Gereformeerd predikant te Ede) aard en besteding van de vrije tijd. Als je van de dagelijkse 24 uur aftrekt wat besteed wordt voor werk en/of studie, voor rusttijd, voor je eigen verzorging, houd je een hoeveelheid vrije tijd over. Veel jongeren, zegt hij, besteden die vrije tijd als slaaf van wat-in-de-mode is, of ze sluiten zich kritiekloos aan bij wat vrienden/vriendinnen verkiezen te doen. Je bemerkt dat de schrijver goed geïnformeerd is, mogelijk wel door zijn catechisanten. Hij betreurt het (veroordeelt het) dat in deze tijdsbesteding de grens tussen gemeente van de Here Christus en 'wereld' soms nauwelijks te zien is.

Vervolgens - en dit is wel het uitvoerigst deel van het boekje - komen de vragen: hoe zou die vrije tijd dan wél behoren gevuld te zijn en waar vind je normen daarvoor? In dat deel is de pastor bezig, maar de vraag is of hij in zijn antwoorden dan wel in de vorm waarin hij die giet het hart van de jongeren raakt. Mogelijk wel van hen, die zich duidelijk op hun plaats weten in de kerkelijke gemeente, maar zeker niet van hen, die zich aan de rand ervan bevinden. Je kunt niet zeggen dat hij niet in de goede richting wijst, maar wel signaleren dat de Schriften op veel duidelijker en levendiger wijze, ook-meer bij-de-tijd en fris spreken over het dagelijks leven. Laat ik proberen dat toe te lichten met een citaat, dat overigens representatief is voor het geheel.
Onder het kopje 'Voor God' lezen we op bladz. 28 e.v.: "Wanneer de Heere op de eerste plaats in ons leven is komen te staan, willen we ook Hem ons leven wijden. Want het gaat dan om Hem.
We begeren dan ons leven in te richten tot Zijn eer. Met de dichter van Psalm 31 geloven en belijden wij dat onze tijden (ook onze vrije tijd) in Gods hand zijn. En we bidden er tegelijkertijd bij: leer mij,O God van zaligheden mijn leven in Uw dienst besteden. Zo wordt onze vrije tijd om te dienen, vooral om God te dienen. Niet uit dwang of angst. Integendeel, het wordt een lieve lust om voor Hem te leven en zo ook je vrije tijd (de tijd van Hem) dienstbaar te stellen tot Zijn eer en tot de komst van Zijn rijk. Vrije tijd wordt zo diensttijd en deze diensttijd wordt gevulde tijd."
Breedvoerig worden verder op eenzelfde manier voorbeelden nader uitgewerkt.
Deze 'kerktaal' zal voor velen niet concreet genoeg zijn of over hun hoofden heengaan.
Doe ik met dit zó neer te schrijven de auteur onrecht? Dat is zeker mijn bedoelen niet. Nadat ik dit neergeschreven had, las ik wat redactielid H. Algra in het nummer van 16 januari jl. als bijdrage bood onder de titel 'Wanneer uw kinderen later vragen...' en voelde mij zeer verwant daaraan. Dit spreekt dan mogelijk geen andere taal dan ik in het citaat weergaf, maar ze spreekt wel op heel andere toon. Datzelfde vind je ook bijv. in het blad 'Verkenning'.
Als gezegd, de Schriften slaan ook een andere toon aan, neem bijv. het Spreukenboek of Prediker (hoofdstuk 11:7 e.v.). Kerktaal en leven, al een oud probleem, maar vandaag is elke tegenstelling tussen die twee een struikelblok teveel voor onze contacten met jongeren.

Is wat ik probeerde te zeggen wellicht ook één van de moeilijkheden van het elkaar als kerkengroep verstaan: Chr. Gereformeerden en Ned. Gereformeerden?

Het boekje heeft een omvang van 58 bladz. en kost f 12,75.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief