Ethiek van het ondememen (1)

1991-02-15
  • Jaargang 35
  • nummer 4
Al enige tijd is de aandacht voor de ethiek van het ondernemen groeiende.
Leerstoelen aan universiteiten worden gevestigd en onderzoeksinstituten worden opgericht om de aandacht voor de ethiek van het ondernemen serieus te funderen. Zelfs een afscheidnemende directeur heeft er behoefte aan om zich via een wijsgerig-ethische bezinning op het ondernemen publiek te verantwoorden.
Voor die groeiende belangstelling voor ethiek van het ondernemen zijn verschillende redenen aanwezig. De kritiek die in het verleden op de onderneming is uitgeoefend speelt een belangrijke rol, maar ook nieuwe ontwikkelingen en'nieuwe problemen (1, 2).
(1). De kritiek op de onderneming spitste zich vooral toe op haar eenzijdigheid: in de onderneming zou het alleen en alleen maar om het behalen van winst gaan; ook zou de onderneming inkomensverschillen in stand houden; zou de gezagstruktuur van de onderneming verstikkend werken, en zouden de werkomstandigheden vooral gedicteerd worden door de eisen van economie en techniek. Ook zou de onderneming de grenzen van haar bevoegdheid meer dan eens overschrijden en de maatschappij, het gezin, het dorp, de stad, de landspolitiek, eenzijdig beïnvloeden.
Hoewel op zo'n opsomming heel wat valt af te dingen, - de kritiek op de onderneming is veelal eenzijdig en overtrokken - niet te ontkennen valt, dat in de kritiek - generaal gesproken - een kern van waarheid schuil gaat.
(2). De kritiek op de onderneming uit het verleden is echter niet de belangrijkste reden om aandacht voor de ethiek van het ondernemen te vragen.
Het is ook een onderwerp met toekomst.
De ethiek van het ondernemen als leer van goed en kwaad richt zich ook op actuele thema's zoals natuurverwoesting, de milieuvervuiling, de problemen van de afval van onze consumptiemaatschappij, en niet te vergeten de groeiende complexiteit van het ondernemen in samenhang met een maatschappij die ook steeds ingewikkelder wordt. De bijna dramatische dynamiek van vele ontwikkelingen en de mogelijke negatieve, veelal onverwachte gevolgen daarvan, scheppen onzekerheid. Algemeen leeft terecht de gedachte dat de blijvende gezondheid van een onderneming met een ethische bezinning gediend is.

Overigens mene nu niemand dat in de toekomst met meer aandacht voor ethiek eens en voor aitijd het kwaad uit de ondernemingswereld zal zijn verdwenen. De harde praktijk van felle concurrentie zal het meer dan eens blijven winnen van een ethisch gefundeerde visie en uitwerking. Misleiding en schone schijn zullen zich blijven voordoen. Duidelijk voorbeeld daarvan is dat momenteel in verband met toenemende zorg voor natuur en milieu vele produkten als 'groen' worden aangeprezen. Immers 'groen' verkoopt goed. En zoals we allemaal weten: in verband met de voetbalgekte van vorig jaar, werd 'groen' tijdelijk ingeruild voor 'oranje'.

Na deze inleidende opmerking is het goed, een overzicht te geven van mijn verhaal. Dat verhaal kan onmogelijk anders dan algemeen zijn. Het zal beslist niet in alles zijn toegesneden op de bijzondere positie van Woltman Beheer. Dat hebt u overigens al gemerkt toen ik het had over de veel gehoorde kritiek op de onderneming. Het zou mij niet verbazen dat u inmiddels veel van die kritiek terecht niet van toepassing zou willèn verklaren op het bedrijf dat hier vanmiddag met zoveleli bijeen is om afscheid te nemen van haar directeur. In elk geval zal vanwege de waan van de dag bij Woltman Beheer niet gehandeld worden in schijn groene of oranje produkten.

Allereerst wil ik een aantal hoofdstromingen in de ethiek kort de revue laten passeren, die in het ondernemen wel voorkomen, maar er eigenlijk niet bij passen. Dat zijn respectievelijk de doelethiek en de plichtethiek. Daarna zal de ethiek van het ondernemen als de verantwoordelIjkheidsethiek aan de orde komen. De verantwoordelijkheid binnen een onderneming zal vervolgens toegespitst worden op verschillende onderdelen van het ondernemen.
Omdat die ethiek meer dan eens niet wordt gevolgd en de verantwoordelijke onderneming dus niet voldoende uitgroeit, maar te kort schiet, zal de politiek regelend moeten optreden.
Aan die politiek zal ik dus niet voorbij kunnen. Tot slot maak ik een aantal opmerkingen over de ethiek van de ondernemer als persoon. Die afsluiting lijkt me passend nu een ondernemer afscheid neemt, en een nieuwe generatie aantreedt.

Welke ethiek?
Wat is ethiek precies? Ethiek is de wetenschap van het goede of verantwoorde handelen van de mens, de wetenschap van normen en waarden die betrekking hebben op het handelen van de mens.
In zo'n korte omschrijving zitten inmiddels heel wat problemen opgeborgen.
Bijvoorbeeld de vraag: wat is goed, wat is verantwoord. Daarover bestaat onder mensen allerminst overeenstemming.
Dat is al eeuwenlang het geval. Twee eeuwenoude en belangrijke stromingen in de ethiek maken dat duidelijk. Dat zijn de stromingen waar de apostel Paulus al mee werd geconfronteerd toen hij het Evangelie in Europa bracht. Dat is de ethiek van de Epicureërs en van de Stoïcijnen. De eersten zijn de vertegenwoordigers van een doelethiek; de laatsten van een plichtethiek.
De eerste stroming laat de vraag naar goed en kwaad beantwoorden door het doel dat in het handelen wordt gerealiseerd.
We spreken daarom ook wel van resultaatethiek. De tweede stroming vraagt in het handelen aandacht voor het goede begin, voor de start ervan. Vanaf het begin moet in het handelen consequent worden vastgehouden aan bepaalde normen; daartoe is de handelende mens verplicht.
Daarom spreken we van plichtethiek, die ook wel gezindheidsethiek wordt genoemd.

Doelethiek
Met de vroegere epicureërs hebben de doelethici van onze tijd gemeen, dat voor beiden het resultaat van het handelen geldt. Dat wat het grootste nut oplevert, dat moet worden nagejaagd.
We noemen deze ethiek in onze tijd daarom ook wel utilisme. En om ontsporing in individualistische richting te voorkomen, spreken we van sociaal utilisme. Het handelen moet een zo groot mogelijk nut opleveren voor zoveel mogelijk mensen. Het ligt voor de hand dat deze utilistische ethiek- veelal onuitgesproken en veelal onbewust - de ethische grondhouding - het ethos - van het ondernemen heeft bepaald. Het ondernemen is gericht op een resultaat dat zoveel mogelijk nut, i.c. winst voor de onderneming moet opleveren.
Wanneer we deze utilistische ethiek in haar extreme vorm bekijken - gelukkig komt ze in extreme vorm zelden voordan blijkt dat deze ethiek voor het ondernemen - en zeker voor het moderne ondernemen - ongeschikt is.
Indien alle handelingen worden bepaald door het nut, door het resultaat als doel, dan zullen alle mogelijke en onmogelijke middelen worden ingezet om dat doel te bereiken. Is het doel het beslissende, dan worden daarmee onevenwichtigheden geïntroduceerd.
Allereerst wordt het ondernemingsgebeuren ingekaderd in - en daarmee verengd tot - het schema van doel en middel. Met een zo klein mogelijke input aan grondstoffen, moet een zo hoog mogelijke output aan diensten en goederen worden bereikt. De norm van de efficiëntie wordt aangelegd om die verhouding zo gunstig mogelijk te laten zijn. Met de verabsolutering van de efficiëntie als norm, worden andere gezichtspunten verwaarloosd. De middelen om het doel te bereiken worden als louter instrument gezien. Zo zal er geen aandacht zijn voor de invloed van het produktieproces op werknemer, milieu en omgeving uitgaat. Afvalstoffen worden gemakkelijk gedeponeerd omdat ze geen bijdrage leveren aan het bedrijfsresultaat. Dat wil ook zeggen dat de kosten van de produktie dus niet allemaal in rekening worden gebracht. Alleen wat zich binnen het directe kader van het bedrijf afspeelt, wordt verdisconteerd. Niet de eventuele schade die voor milieu en natuur wordt aangericht. Vooral is dat laatste een dreiging geworden sinds de moderne techniek - als voorbeeld zou te denken zijn aan de chemische industrie - soms zeer schadelijke, giftige en meer dan eens onafbreekbare afvalstoffen in het milieu achterlaat.
Eenzijdige aandacht voor het te bereiken doel of resultaat van het ondernemen kan de ogen daarvodr doen sluiten.
Juist het blindstaren op het doel of resultaat, dat als heilig verklaren, zal er vervolgens aan meewerken dat door het verabsoluteerde doel alle produktiemiddelen worden geheiligd.
Dus ook in het interne bedrijfsgebeuren doen zich dan ontsporingen voor: de werknemer kan worden beschouwd als een verlengstuk van de machine, waardoor zijn menselijkheid onder druk komt te staan. Ook kunnen onverantwoorde risico's in het produktieproces worden genomen, waardoor de betrouwbaarheid van te leveren produkten wordt geschaad. De afnemer krijgt daarvan te zijner tijd de rekening gepresenteerd.

Ik zei al dat de utilistische ethiek in extreme vorm zou worden geschetst.
Gelukkig komt die zelden of nooit in die vorm voor. Maar ook aangepast en gecorrigeerd, blijven de nadelen geIden.
Indien nut als het doel allesbeheersend is voor de ondernemingsactiviteiten, maakt men zich minder zorgen over de manier waarop en de weg waarlangs het doel wordt bereikt. Er is vanuit een utilistische ethiek van meetaf aan gebrek aan een verantwoorde visie op het produktieproces. Onder invloed van het utilisme groeit de onderneming scheef, roept ze allerlei misstanden op, die zich ook meer dan eens uiten in konflikten tussen de mensen binnen het bedrijf en tussen het bedrijf en de omgeving. Deze situatie roept een reactie op. Meer dan eens gaat men dan het pleit voeren voor de plichtethiek.

Plichtethiek
In de plichtethiek staat niet het eind van de produktieweg centraal, maar het begin. In de plichtethiek - ook wel gezindheidsethiek genoemd - telt niet in de eerste praats net resultaat van handelen, i.c. het ondernemen, maar de manier waarop of de gezindheid van waaruit het handelen of ondernemen plaats vindt. In tegenstelling tot de doel ethiek wordt hier dus alle aandacht gegeven aan het begin, de weg waarlangs en de manier waarop geproduceerd wordt. Daarbij komen vanzelfsprekend edele beginselen aan de orde. Dat is ook de winst vergeleken met de doelethiek. De eenzijdigheid ervan is dat men niet aan de gevolgen denkt. De plichtethiek is als het ware blind voor de toekomst. Met deze ethiek zadelt men de onderneming met allerlei idealen op, die uiteindelijk de struktuur en continuïteit van de onderneming aantasten en dus het ondernemen onmogelijk maken. De vraag bij de beoordeling van deze ethiek is dan ook of er nog wel van een goed ondernemingsresultaat gesproken kan worden.
Laat ik twee voorbeelden noemen waaruit de ondeugdelijkheid van deze ethiek voor het ondernemen blijkt.
Wanneer men in het ondernemen wil uitgaan van het algemeen belang als fundamenteel principe of beginsel, dan vraagt dat van allen die bij de onderneming betrokken zijn veel aandacht en energie, maar het specifieke ondernemingsbelang raakt uit het vizier. Dat wil zeggen: van het hele ondernemen komt tenslotte niets meer terecht.
Tenzij men het ondernemen tot een staatsonderneming maakt. Maar van zulke ondernemingen is nu ook juist bekend dat ze star zijn, snel verouderen, weinig produktief, enz.
Het tweede voorbeeld gaat uit van het beginsel van de directe democratie: ook wel arbeiders-zelfbestuur genoemd.
Op zich is het beginsel van de verantwoordelijkheid van de werknemer een groot goed, maar wanneer dat tot allesbeheersend gezichtspunt wordt, leidt dit tot een vergadercultuur, waarbij het ondernemen er volledig bij inschiet. In de zestiger en zeventiger jaren hebben we van deze ethische gezindheid de mislukking aan de universiteiten gezien: er ontstond een vergadercultuur, waarin van alles en nog wat over onderwijs en studeren werd besloten, maar onderwezen en gestudeerd werd er niet meer. Regel op regel werd gesteld. Een keurslijf van onvrijheid was het gevolg.
Kortom, de plichtethiek gaat uit van een hoge ethische gezindheid, concretiseert die gezindheid voortdurend in nieuwe regels of maatregels, maar dat waar het eigenlijk om behoort te gaan - het ondernemen -, wordt verwaarloosd.
Vele ondernemingen van (neo-) marxistische snit verkeren daarom vandaag ook in de crisis.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief