Schipbreuk
1991-03-01
Er was eens een schip dat in de storm schipbreuk leed. Veel opvarenden kwamen om, maar een kleine groep kwam als door een wonder terecht op een klein eiland. Het werd een hechte groep van mensen die hun leven beleefden als een wonder van genade.- Jaargang 35
- nummer 5
Ze hadden de dood in de ogen gezien, maar ze hadden het er toch levend afgebracht. Op het eiland bouwden ze huisjes, legden stukken grond aan om voedsel te verbouwen en leefden gelukkig met elkaar. Op zekere dag kwam er een schip in de buurt van het eiland, en het liep in de storm op de klippen. De eilandbewoners, die zich konden voorstellen wat de schepelingen overkwam, kwamen onmiddellijk in actie en redden zoveel mensen als ze konden. De geredden werden liefdevol opgenomen in de kleine eilandgemeenschap, en ze deelden in het voedsel, de huizen, enzovoorts. Datzelfde gebeurde nog een aantal keren.
Het was een gevaarlijke hoek van de zee. En telkens werden de schipbreukelingen gered en met liefde opgevangen.
Het redden van zeelieden werd de belangrijkste taak van de mensen van het eiland.
De groei
Langzamerhand werd de gemeenschap groter. Er werden kinderen geboren, oude mensen overleden. Van de eerste groep was niemand meer over, maar de groep bleef groeien. Het werd zo groot dat het dorp zich in tweeën splitste, en er vlakbij een nieuw dorp werd gevormd. Ook werden er taken verdeeld. Sommigen hielden zich alleen bezig met het verbouwen van graan, anderen legden zich toe op het redden van schipbreukelingen.
De eersten hadden soms wat moeite met de redders, want elke geredde schipbreukeling betekende dat er meer voedsel nodig was. De redders hadden wat moeite met de boeren, want het dorp bestond immers juist om mensen te redden en verder niet.
De scheuring
Het kwam in de derde generatie tot strijd binnen de kleine gemeenschap.
De redders bleven aan het strand wonen, de boeren gingen het binnenland in, en hadden genoeg aan zichzelf.
Maar ook binnen de groep redders was verdeeldheid ontstaan. Sommigen vonden dat het redden moest gebeuren met touwen, anderen vonden vlotten een beter middel. Bovendien waren er redders die vonden dat alle schipbreukelingen verplicht moesten worden binnen het dorp te blijven, terwijl anderen het ook prima vonden wanneer de geredde zeelieden weer op pad gingen om elders hun taak te vinden. Scheuringen konden niet uitblijven.
Precies 87 jaar na de eerste schipbreuk waren er op het kleine eiland 32 reddingsposten en 58 dorpen in het binnenland. De dorpen in het binnenland stuurden trotse brieven waarin vermeld werd hoeveel kinderen er geboren waren, de reddingsposten stuurden een maandelijks verslag met het aantal geredde schipbreukelingen.
Het belangrijkste doel van de redders was geworden om meer mensen te redden dan de concurrenten.
Het belangrijkste doel van de dorpen was om zoveel kinderen ter wereld te brengen dat het dorp zelfstandig kon blijven bestaan. Meningsverschillen werden kunstmatig in het leven geroepen en in stand gehouden om te bewijzen dat dat dorp of die reddingspost de enig juiste manier van leven had.
De kerk
Een kerk die niet werft is het waard dat ze sterft. Dat is een nogal scherpe uitspraak, maar ze is niet helemaal onwaar. Vanaf het eerste begin van de kerk is er een duidelijke nadruk geweest op het getuigenis onder de nietgelovigen.
In onze tijd besteden we meer tijd aan het in stand houden van de gemeente, aan het bespreken van meningsverschillen met andere kerken dan dat we bezig zijn met het redden van mensen die vlak om ons heen schipbreuk lijden in hun leven. We hebben onze reddingspost omgebouwd tot een hotel met uitzicht op zee. Zou het niet eens tijd worden dat we weer gaan beseffen dat we mensen zijn die gered zijn en die hun levenstaak mogen vinden in het redden van anderen? AI het andere is misschien wel nodig tot opbouw van de gemeente, maar het mag het getuigenis naar buiten toe niet tegenhouden.
Het wordt tijd dat we ons weer gaan bezinnen op de evangelisatie. Dat we weer met heilig vuur op pad gaan omieder op eigen wijze - te werken aan de verkondiging van het Koninkrijk.
Niet iedereen is geroepen om te evangeliseren op een zeepkist, maar we kunnen wel allemaal iets. Misschien folders rondbrengen, misschien met vrienden of collega's praten. Misschien iemand opvangen die het moeilijk heeft. Het probleem is niet dat we te weinig kunnen, maar dat we te weinig durven. Of willen ... Misschien is het tijd dat je de handen uit de mouwen steekt. Misschien moet je zelf de plannen maar eens gaan maken. Misschien moet in deze tijd de jeugd het voortouw weer eens nemen. Zodat de kerk trouw blijft aan haar roeping: het redden van mensen die anders verloren gaan.