Voor de kinderen
1991-03-01
- Jaargang 35
- nummer 5
Jeannette Westerkamp-Stegeman
Post uit Rwanda
De moeder van Daniel (1) "Kom je spelen Daniel?" roepen de jongens. Ze komen in een grote groep voorbij het huisje van Daniel. Maar Daniel schudt nee en hij blijft staan, met zijn armen over elkaar, tegen de muur van zijn huis. "Wat is er?" vraagt een van zijn vrienden, "gaat het soms niet goed met je moeder?" Daniel knikt. Zijn moeder is ziek, al een paar dagen en het wordt al erger. Ze doet haar ogen niet meer open, ze ligt daar maar op haar matje en trilt. Daniel wou dat hij een heel klein jongetje was, dan zou hij huilen, maar als een grote jongen als hij dat doet dan lacht iedereen hem uit. Daniel is bang. Stel je voor dat zijn moeder dood gaat! Hij kijkt naar Dismas. Dismas' moeder is ook gestorven, een paar jaar geleden.
De vader van Dismas is weer getrouwd met een vrouw die al kinderen had. Die vrouw heeft een hekel aan Dismas en zijn broers en zus. Ze wil dat het land van zijn vader verdeeld wordt onder haar kinderen. Het liefst wou ze dat Dismas er niet meer was.
Ze is een echte boze stiefmoeder, zoals je die vindt in sprookjes. Daniel krijgt tranen in zijn ogen als hij naar Dismas kijkt, daarom kijkt hij maar naar de grond. "Je moeder moet naar het ziekenhuis in de stad", zegt een van de jongens van de groep. Daniel knikt. "Mijn vader zorgt ervoor", zegt hij zacht. "Kom, zeggen de jongens, wij gaan, tot straks Daniel. .. Ze roepen niet meer, ze praten zacht, net als Daniel en lopen kalm door. Maar het blijft druk bij het huis van Daniel. In het dorp op de heuvel woont veel familie van hem en er lopen steeds mensen in en uit. Daar komt zijn vader ook aan.
Achter hem aan lopen vier mannen met een ingobyi. Een ingobyi is een draagbed. Aan de lange kanten zitten twee nog langere stokken. Twee mannen lopen voor het bed met een stok op hun schouders en twee erachter.
De oma van Daniel komt aanlopen met een laken, een oom heeft wat geld, een andere oom komt met een zak eten. Daniel zou ook wat willen doen, maar wat? Hij blijft nu bij zijn vader in de buurt. Vader regelt alles en praat met iedereen Opeens draait hij zich om naar Daniel. "Jij bent mijn oudste zoon", zegt hij, "jij gaat mee naar de stad, trek je beste kleren aan." Daniel blijft even stokstijf staan, van schrik en van blijdschap. Hij, mee naar de stad, mee naar het ziekenhuis!