Tussen kerk en keuken
1991-03-15
Om je tranen te lachen'- Jaargang 35
- nummer 6
In de begindagen van de Golfoorlog werd een programma uitgezonden, waarin ouders aan het woord kwamen die hun kinderen naar het oorlogsgebied hadden zien vertrekken.
Ik viel in het programma toen het al een tijdje aan de gang was en had het voorstellen van de gasten gemist.
Aan het woord was op dat moment een moeder, die vertelde dat haar zoon drie jaar geleden, ondanks haar verzet, dienst had genomen in het Amerikaanse leger. Haar ex-man was Amerikaan en haar zoon was in de USA opgegroeid. Vanaf de schoolbanken was hij vrijwel meteen het leger ingerold en hij had nog een jaar te gaan.
Hij was voordat de oorlog begon in Duitsland gestationeerd en vandaar naar de Golf vertrokken.
"Toen hij vertelde dat hij daar naar toe moest, heb ik hem gevraagd te deserteren, maar dat wilde hij niet. Ik ben ervan overtuigd dat ik hem niet meer terug zal zien", zei ze. "Dat zegt mijn moedergevoel me."
Ik was even helemaal verbijsterd. Niet om dat moedergevoel, want dat kan soms best voorspellend zijn. Het werkt af en toe ook zeer misleidend, dus teveel moet je er volgens mij niet op vertrouwen.
Nee, mijn verbazing gold het feit, dat ze haar gevoel hardop wereldkundig maakte. Het was net of ze haar zoon had begraven terwijl hij voorlopig alleen maar de trein had gepakt.
Ook al flitst zo'n verliesgevoel door je heen als je je zoon nawuift, dan nog stop je die gedachte ver weg en je houdt het voor jezelf of je deelt hem met iemand die je heel na staat. Tegen de zoon zeg je: "Lieverd, pas goed op jezelf. Kom gezond weer terug."
Die mevrouw kreeg voor haar gevoel een medeleven waar ik stichtelijk voor zou bedanken.
Een tijdje later kreeg ik het boekje van Wiesje de Lange in handen. Ze is een in Holland geboren Israëlische schrijfster die met onderbrekingen voor Nederlandse en Amerikaanse kranten schreef. Haar artikelen noemde ze heel simpel 'Brieven uit Galilea' en later, toen ze verhuisd was, 'Brieven uit Jeruzalem'. Het boek maakte, juist doordat ze geestig en onderkoeld de situatie beschrijft in Israël, een diepe indruk op me.
Als ze het over het kind heeft dat ze was, ondergedoken tijdens de tweede wereldoorlog, is ze heel afstandelijk en maakt zo de titel van het boek: 'Om je tranen te lachen', heel duidelijk, want terwijl ik het las, zat ik lachend te snotteren. In een paar zinnen zet ze mensen en situaties voor je neer die blijven hangen in je hoofd en het leven in Israël heel dicht bij breneen.
Ze beschrijft hoe tijdens een bombardement in de oorlog van 1967 een vrouw, die ze gewoon als Israël zag, vergroeid met de streek waarin ze woonde, opeens begon te gillen. Ik citeer haar even letterlijk: '"Iets over een bunker in Warschau waar ze niet in wilde, nooit meer in wilde. En over een grootmoeder die bovenop haar lag, zodat-ze geen adem halen kon. En Chawiewa, de koele verpleegster van de Tipat Chalav (zuigelingenbureau) gaf haar snikkend en met trillende handen een injektie.
Tussen het snikken door zacht en sussend mómpelend in 't Pools.
Allen zijn we teruggeke'erden. We dragen de ballingschap met ons mee en dit verleden, hetwelk we zorgzaam dachten te hebben toegedekt met een laagje Galilese modder, schijnt steeds weer hier door heen als er maar even iets begint te rommeierfin de dagelijkse sleur."
Nog een citaat als Wiesje met haar man een dag naar Jeruzalem gaat: "Misschien was de dag onhandig gekozen.
Het was een herdenkingsdag, waaraan onze kalender'zo rijk is. We herdachten iets erg treurigs, want zo zijn we nou eenmaal. Hebben niet genoeg aan de narigheid van alle dagen. Moeten ook de éilende van vroeger elk jaar opnieuw gedenken.
En op herdenkingsdagêh haten onze vijanden ons heviger dan gewoon door de week.
In haar brieven geeft zèblijk van een onwankelbaar geloof in God. Ze begrijpt veel van Hem niet; maar ze vertrouwt Hem onvoorwaardelijk. Ook als een van haar zonen sneuvelt.
In een' van de passages die het meest indruk op mij hebben gemaakt, vertelt Wiesje de Lange over een moeder wiens zoon is omgekomen: "Moessa is vermist. Vrienden hebben zijn tank zien branden, vier uren zien branden, maar van Moessa geen spoor.
Zijn moeder staat in de enorme kibbuts-keuken en bakt tv1oessa's lievelingstaart.
Zwijgend. Rondom haar lijkt een veiligheidscordon getrokken van leegte en stilte. Niemand durft haar te storen door dicht bij te komen.
Een pruimentaart. Voor als 't kind onverwacht de meshek (boerenbedrijf) zal binnenrijden in z'n [eep, met bestofte schoenen en vuilgeworden uniform.
"Moeder huil nou 'riiet zo achterlijk.
Ik ben er al. En 'k heb reuzehonger."
Moessa's vader staat met Ben David te praten. Ze hebben het over koeien, maar er rolt een recalcitrante traan langs Ben Davids wang."
Ik vind het schrijnend prachtig geschreven.
Het hele boek is een mix van dingen waar je om moet lachen en huilen. Het brengt je ook (als dat er nog niet is) begrip bij voor de positie van Israël.
Over de Palestijnen wordt in dit boek gezwegen. Als ik het boek neem zo als het is: 'Brieven uit Israël', is dat niet erg, want Wiesje de Lange heeft geen moment de pretentie een overzicht te geven van de hele situatie in het Midden-Oosten. Het zijn impressies.
'Om je tranen te lachen' is uitgegeven door KOK VOORHOEVE en kost (12,50.
Van harte aanbevolen.
Nog even over die moeder uit het forum 'Ouders van kinderen in de Golf'.
Ik las in een interview in Trouw dat ze veel steun kreeg van vrienden van haar zoon, die hem al jaren niet hadden gezien en zich nu opeens van zijn bestaan weer bewust waren. Ook haar eigen vrienden en bekenden lieten haar niet in de kou staan. Verder wilde ze aan de slag komen in Holland als verpleegster. Haar voorkeur ging uit naar terminale patiënten.
Dat laatste lijkt mij een slecht idee, Ik zou het als patiënt niet lekker vinden een kop koffie te krijgen met een blik van: 'Dit zou je laatste wel eens kunnen zijn, vrouwtje!'. Als ik leef, wil ik ook leven!
Ik hoop van harte voor die moeder dat het medeleven dat ze nu krijgt, onnodig blijkt te zijn. Voor haar en vooral voor haar zoon.
Ik hoop ook dat hem niet verteld wordt dat zijn moeder verwacht dat hij het leven verliest. Het lijkt me erg bezwaarlijk voor zo'n jongen om al betreurd te worden als hij nog springlevend is.
Dat zegt mijn moedergevoel me!
Zijn moeder kan van Wiesje de Lange leren.
Deze aflevering van 'Tussen kerk en keuken' was bedoeld voor het vorige nummer van Opbouw maar kon door vertraging bij de posterijen pas nu geplaatst worden. (redaktie)