Leraar in hart en nieren
2007-09-28
Op donderdag 20 september sprak prof. dr. ir. Egbert Schuurman zijn afscheidsrede uit aan de Wageningen Universiteit. Een goed moment om stil te staan bij zijn betekenis als bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aldaar.- Jaargang 51
- nummer 19
Egbert Schuurman is een techniekfilosoof in de brede zin van het woord. Hij leidde niet alleen ingenieurs op die zich primair bezig houden met de fysische werkelijkheid, maar ook ingenieurs die in biologische structuren ingrijpen: plantenveredelaars, ecologen, levensmiddelentechnologen, veetelers, landschapsbeheerders, milieukundigen etc.
Zo is hij in Wageningen, na zijn officiële afscheid als hoogleraar reformatorische wijsbegeerte, nog een aantal jaren doorgegaan. Hij deed het met veel enthousiasme, de laatste jaren zelfs in het Engels. En met veel toeloop, ook van islamitische studenten.
De kelder
Wat ik in dit artikel wil doen is een aantal persoonlijke impressies geven van Egbert Schuurman als docent. Het is nu ruim 15 jaar geleden dat ik bij hem in de collegebanken zat. Iedere maandag aan het eind van de middag fietste ik naar de Leeuwenborch, een gebouw aan de rand van Wageningen waarin de sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen gevestigd waren. Ik nam dan de trap naar beneden naar een lokaal dat ‘de kelder’ werd genoemd. Samen met ongeveer 50 andere studenten volgde ik dan de colleges reformatorische wijsbegeerte die Egbert Schuurman daar hield.
Of het muf en bedompt was in die kelder, kan ik u eerlijk gezegd niet meer vertellen (het zal ongetwijfeld het geval zijn geweest). Wat me wel is bijgebleven is de levendige wijze waarop Egbert Schuurman les gaf. Zo zette hij eens tijdens een college een stoel op tafel en vroeg ons op welke verschillende wijzen je naar zo’n stoel kan kijken. En dan begon het debat. Eén van de studenten zei dat een stoel een bepaalde vorm heeft en daaraan te herkennen is. Een ander zei dat een stoel is om op te zitten en dat stoelen veel verschillende vormen kunnen aannemen. Weer een ander merkte op dat een stoel (bijna) altijd vier poten heeft. En al filosoferend kwamen we zelfs bij de vraag of leerstoelen en preekstoelen ook echte stoelen zijn.
Op het eerste gezicht lijkt dit misschien wat filosoferen in de ruimte, maar al gauw maakte onze docent duidelijk dat dat niet het geval is. Het is juist van wezenlijk belang om te zien dat ieder voorwerp en ieder levend wezen op verschillende manieren kan worden benaderd en dat de ene manier van kijken de andere manier van kijken niet uitsluit.
Inderdaad, zo leerde ik, je kunt planten en dieren onderzoeken door uitsluitend te letten op chemische processen en dat kan heel boeiende informatie opleveren, maar daarmee heb je nog niet begrepen waarom planten en dieren levende wezens zijn, of waarom we morele verplichtingen ten aanzien van hen hebben.
Ook al was er in die kelder geen daglicht te bekennen, ik had het gevoel dat de wereld juist voor mij open ging: zoveel dimensies om naar één en het zelfde verschijnsel te kijken, zo’n rijkdom en veelkleurigheid.
Een telefoongesprek
Een andere karakteristiek die ik me van het docentschap van Egbert Schuurman herinner was dat hij uiterst betrokken was bij het doen en laten van de studenten. Hij kende ze bijna allemaal bij naam en in de pauze ging hij altijd mee naar ‘boven’ om in de kantine koffie te drinken en verder te praten. Iets wat andere docenten, in ieder geval toentertijd, doorgaans niet deden.
Zelf ben ik tijdens de colleges denk ik nauwelijks opgevallen. Ik heb weinig mijn vinger opgestoken en had niet het lef om me in de discussies te mengen. Maar na twee jaar college te hebben gevolgd, vroeg ik Egbert Schuurman wel of ik een afstudeerscriptie bij hem mocht schrijven. Hij stemde in en gaf me boeken en adviezen mee. Ik weet nog hoe ik met veel aarzeling de scriptie heb ingeleverd. Het zou misschien wel een mager zesje worden, zo verwachtte ik. Een week later had ik hem ineens aan de telefoon. Dat was op zich al een schok, want ik kan me niet herinneren dat een andere docent me ooit heeft opgebeld. Hij was enorm enthousiast, vond dat ik verder moest studeren in de wijsbegeerte en vertelde dat hij iemand wist voor wie ik contractonderzoek kon gaan doen. Het gesprek duurde niet lang. Vooral omdat ik zelf zo beduusd was, denk ik. Maar het heeft m’n leven ingrijpend veranderd en ik ben daar tot op de dag van vandaag dankbaar voor.
Later hebben onze wegen elkaar dikwijls gekruist, vooral toen hij voorzitter en ik werknemer was van het mede door hem opgerichte Instituut voor CultuurEthiek te Amersfoort. Maar ook toen viel me altijd weer op, hoe hij enerzijds bewust afstand hield, zodat je de ruimte kreeg om jezelf te ontwikkelen, maar anderzijds ook voortdurend betrokken was en met je meedacht.
Landbouwkundig ingenieur
Als ik Egbert Schuurman zou moeten karakteriseren, dan zou ik zeggen dat hij een leraar is in hart en nieren. Niet een onderzoeker, maar een onderwijzer. Iemand die, zoals ik al liet zien, vergezichten opent en als een mentor naast je komt staan. Maar ook iemand, en daar wil ik tot slot nog iets over zeggen, die je oriëntatie verschaft en richting geeft. Het klinkt misschien gek, maar het was eigenlijk pas na de colleges bij Egbert Schuurman dat ik me bewust werd dat ik opgeleid werd als landbouwkundig ingenieur. Niet een wetenschapper die alles tot op het bot analyseert en onderzoekt, maar iemand die doelgericht problemen oplost en niet bang is vuile handen te maken. Ik leerde dat je als ingenieur een professie uitoefent en dat dat ook een bijzondere verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Het vraagt om een oprechte levenshouding, een persoonlijk ethos.
Egbert Schuurman staat misschien bij velen bekend als een criticus van de techniek, maar wat ik juist van hem leerde was een liefde voor het vak van ingenieur. Hij leerde me een onderscheid te maken tussen een geloof in de techniek, dat tot veel problemen leidt, en de techniek zelf, waar we vaak alleen maar met bewondering naar kunnen kijken. Dat hielp mij enorm, omdat ik als student toch wel vaak geneigd was om, geconfronteerd met de milieuproblematiek en de problematiek in de Derde Wereld, een anti-technologische en anti-economische houding aan te nemen. Wat ik miste en wat ik van Egbert Schuurman leerde, was een oriëntatiekader om niet in verabsoluteringen te vallen. We leven weliswaar in een technicistische cultuur, maar mogen net als de ballingen in Babel ook onbekommerd huizen bouwen en tuinen aanleggen (Jer. 29:5-7).
Dr. ir. Jan van der Stoep is directeur van het Instituut voor CultuurEthiek te Amersfoort en post-doc onderzoeker aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam.