Terloops

1991-03-15
  • Jaargang 35
  • nummer 6
'Klaas was mooi van binnen
Een week of zes geleden hebben we hem begraven. -Laat ik hem maar Klaas noemen. Een paar jaar wisten we, dat dat moment zou komen. En toen het zover was, was het toch nog onverwacht.
Ik heb hem zijn hele leven gekend. Bij zijn ouders kwam ik vlak na de oorlog al in huis en Klaas is slechts 39 jaar geworden. Ik heb hem in de wieg zien liggen, als kleuter in het huis zien rondlopen. Ik zág hem als schooljongen en hoorde, .dat hij met leren weinig of niets op had. Hij maakte soms een wat wilde indruk en toen hij groter en ouder werd, kon hij vaak ruw uit de hoek komen, vooral met zijn mond. Hij trouwde, maar na enkele jaren liep z'n huwelijk stuk, omdat z'n vrouw er met een ander vandoor ging. Klaas werd er niet zachter door.
Z'n geloof was hij inmiddels al lang kwijt. Z'n ouders hadden hem wel meegenomen naar de kerk en naar de zondagsschool gestuurd, maar Klaas gaf er als tiener niet veel meer om. Hij had eens gezongen 'De Heer is mijn Herder', maar 'hij was die Herder kwijtgeraakt.
Als kind had hij trouwens al moeite met de tweede regel van het vers. 'k Heb al wat mij lust...' Klaas lustte niet zoveel en daarom maakte hij ervan: ' 'k Heb niets wat ik lust...' Een paar jaar geleden ontmoette Klaas een andere vrouw,'met wie het 'klikte'. Ze was.ook gescheiden en ze begrepen elkaar. Bovendien was ze van huis uit gereformeerd en zo kreeg Klaas weer met de godsdienst te maken.
AI spoedig kwamen de eerste klachten van zijn ziekte. In het dorp waar hij woonde hadden ze het over de 'gevreesde ziekte', het woord 'kanker' durfde men niet goed uit te spreken.
Klaas en zijn vriendin gingen trouwen en ze hebben het twee jaar goed gehad. De gereformeerde dominee kwam er over de vloer, hoewel Klaas eigenlijk hervormd was.
Klaas wist, dat hij niet oud zou worden, maar hij heeft er van alles aan gedaan om z'n leven te verlengen.
Voor elke dag heeft hij gevochten en zijn werk is hijook lang mogelijk blijven doen. Totdat het niet meer kon en collega's het van hem overnamen.
Klaas kon goed praten met de dominee, eerst over alledaagse dingen, maar later over het geloof, over het versje uit zijn jeugd: 'De Heer is mijn herder. .. Hij zal mij geleiden ... Hij waakt voor mijn ziel. .. AI dreigt ook het graf, geen kwaad zal ik vrezen, Gij zult bij mij wezen ...' Vóór de begrafenis werd er een Dienst van Woord, Lied en Gebed gehouden.
De dominee vertelde wat over Klaas, sober en duidelijk. Klaas vond tijdens zijn ziekte God terug. Beter gezegd: God vond Klaas terug. God weet, hoe lang de goede herder naar het afgedwaalde schaap heeft gezocht. Maar ze kwamen weer bij elkaar.
Klaas heeft het beleden niet voor zichzelf te leven en niet voor zichzelf te sterven. Leven en sterven, het is immers voor de Here!
De wilde jongen, zoals Klaas zichzelf wel noemde, was rustig geworden. Hij was trouwens minder wild dan mensen wel dachten.
Z'n moeder zei: "Och, hij was anders dan hij zich voordeed. Klaas was mooi van binnen ..."
Klaas meende het goed, ook al kwam het er niet altijd uit en werd het niet altijd zichtbaar.
Op zijn sterfbed heeft hij het nog gezegd: ,,'k Zal immer verkeren in 't huis mijnes Heren ..."
Klaas was mooi van binnen, hij had een goed hart. Buitenkanten en binnenkanten kunnen veel verschillen.
Ik denk, dat er in de volle kerk heel wat mensen zijn geweest, die er vreemd van opkeken, dat bij de begrafenis van Klaas Jezus in het middelpunt stond. Bij zijn begrafenis was hij in de kerk, gedurende vele jaren zag hij de kerk alleen van buiten.
We hebben het wel eens over eersten en laatsten.
Laatsten kunnen eersten worden.
Voor op de liturgie voor de dienst stonden die mooie regels uit Psalm 4: "Ik kan gaan slapen zonder zorgen, want slapend kom ik bij U thuis.
Alleen bij U ben ik geborgen.
Gij doet mij rusten tot de morgen en wonen in een veilig huis."
En in dat veilige huis wordt het bij mensen pas echt mooi van binnen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief