Pastorale notitie

1991-03-29
  • Jaargang 35
  • nummer 7
En nu geen zondaar meer
Het is al weer een aantal jaren geleden dat een friese predikant in zijn kerkblaadje schreef over de moord op de Messias en daarin de joden onkruid en tuig noemde. Onkruid dat nooit vergaat zelfs!
De man kreeg emmers vol toorn over zich uitgestort en moest zelfs even onderduiken. Weer bovengronds heeft hij zich verdedigd door uiteen te zetten dat hij zo had geschreven om duidelijker te doen uitkomen hoe groot Gods liefde is. God zou onkruid liefhebben dat nooit en te nimmer vergaat.
U zult dit ook een vreselijke gedachte vinden, maar ik ben er niet zeker van dat dit denken niet af en toe bij ons binnen sijpelt.
Het is zelfs min of meer gangbare leer geweest. Misschien hebt u nog ergens een oud kerkboekje met achterin de 'christelijke gebeden'. Ze zijn al heel oud. Er staat o.a. een openbare belijdenis der zonden in, waarin te lezen staat: " ... wij erkennen en belijden dat wij met ons zondig leven zonder ophouden uw heilige geboden overtreden ... "
Zonder ophouden!
Komt dat niet heel dicht bij het onkruid dat niet vergaat?

Ik denk dat velen onder ons zich herinneren hoe prof. H.J. Jager in de laatste jaren van zijn leven in zijn preken tegen zulk gedachtengoed kon fulmineren.
Hij had een dominee in een preek horen zeggen: wij zondigen allen aan de lopende band.
Vanuit zijn ervaringen in het kamp Vught vertelde hij in een preek wat een lopende band is en hoe je daaraan je aandacht geen moment kon laten verslappen.
Als we zo zondigen is dat niet te best, zei hij dan.

Schrijf ik dit nu om te zeggen dat het met ons wel wat meevalt? Nee, maar om u te zeggen dat de Here God zoveel groter is. Hij heeft geen onkruid lief dat nooit vergaat. Hij heeft onkruid lief opdat het zou ophouden onkruid te zijn. Hij heeft de zondaar lief opdat die zou ophouden zondaar te zijn.
Ergens laat een schrijver Zachëus de tollenaar tot Jezus zeggen: Meester, ik heb wel duivels gehandeld, maar ik
ben geen duivel. Ik ben een mens. Ik ontving de gave om vandaag anders te handelen dan gisteren.
Dat is dichter bij de waarheid dan wat de friese dominee beweerde.

Ik doe zonden en ik doe er meer dan ik besef, maar ik ben geen zondaar meer.
Ik zou het zo nooit durven zeggen als de Bijbel ons daarin niet voorging.
Ik schrijf dit stukje, overwegend dat u het misschien leest omstreeks Goede Vrijdag.
Dan overdenken wij dat Christus toen wij nog zondaren waren voor ons gestorven is. Toen wij nog zondaren waren! Verbazend is dat: die verleden tijd. In onze kerken zal Gezang 452 uit het Liedboek niet vaak gezongen worden.
Het is niet in de selectie opgenomen.
Maar er staat een regel in, die u van mij best mag zingen: Een zondaar, een verlost' 0 Heer, en nu geen zondaar meer!'

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief