Ingezonden

1991-03-29
  • Jaargang 35
  • nummer 7
Het verbond en Israël
(Reactie op het artikel van drs. De Jong: Het verbond en Israël) Als ik lees wat drs. H. de Jong in dit artikel en ook elders schrijft over Israël, ben ik het in veel met hem eens en toch is er iets onbevredigends voor mij in zijn schrijven. Hij is het eigenlijk wel eens met het feit, dat bij de Vrijgemaakten er weinig belangstelling voor Israël is en hij wijt dat aan het feit, dat zij oog hebben voor de verbondswraak over het merendeel van Israël omdat zij de Here Jezus als Messias verworpen hebben en nog verwerpen en dat je hun daarom niet meer Gods volk kunt noemen en dat je zeker niet op een rooskleurige toekomst van Israël moet rekenen.
Als drs. De Jong s.chrijft, dat hij zich wel kan vinden in de theologie van de Vrijgemaakten, dan vraag ik: welke theologie?
Die van dr. W.G. de Vries, die er zo de nadruk op legt, dat Paulus de Joden noemt "naar het evangelie vijanden om uwentwil" (aangehaald in het Ned.
Dagblad van 16 maart jl. onder de rubriek 'De Tribune'?) Ik ben het liever eens met mijn oude leermeester prof.dr. S. Greijdanus en wat die schrijft in zijn commentaar op Romeinen, met name hst. 9-11.
Eerst valt daarin op, hoe hij er op wijst, dat wat de Israëlieten betreft Paulus schrijft (en dat is na de Pinksterdag!): mijn verwanten naar het vlees, dus Joden, zijn Israëlieten, .
hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden, en de wetgeving en de eredienst en de beloften, hunner zijn de vaderen en uit hen is wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen.
Hij schrijft over zijn verwanten naar het vlees, over wie hij zo'n hartzeer heeft, omdat zij het evangelie van Jezus Christus niet aannemen: zij zijn, niet: waren, Israëlieten, hunner is, niet: was, de aanneming tot zonen, de verbonden en de beloften.
Ze gelden vandaag nog.
Paulus weet dat het merendeel Jezus als de Messias verwerpt en dat de verbondswraak over hen komt, gelijk ook over heidenen, over Christenen uit de heidenen, waartoe wij in Nederland voor het merendeel behoren, als zij het evangelie verwerpen.
Maar het gaat er om, 'of de beloften dan niet meer gelden:,en God zijn volk verstoten heeft en dan.antwoordt Paulus in hst. 11:1 V.V.: Volstrekt niet.
Dat God zijn volk niet verstoten heeft, daarvan is hij, Paulus, zelf het eerste bewijs, dat hij noemt. :Hij was zelf zo'n vijand van Jezus Christus (Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?).;Maar door Gods verkiezende genade is hij behouden.
Hij behoort bij het begenadigde volk Gods. En als tweede bewijs noemt hij, dat er net als in Elia dagen de HERE zich 7000 bewaard heeft, die de knie voor Baäl niet geboge:n hebben. Israël is er nog steeds als volk van God. Hij weet ook wel, dat er veel van dat volk Gods afgevallen zijn, ja, als takken van de olijfboom zijn afgehouwen, Hij wijst er ook op, dat hun val de verlossing van de heldenen Is geworden.
Maar God is machtig de eigen takken weder te enten op de eigen olijfboom en ziet in het feit, dat heidenen zijn aangenomen, de bedoeling van God, om de Joden tot [aloetsheld te verwekken.
Greijdanus tekent dan aan: .Jsraëts verwerping en ellende, en de begenadiging der heidenen met het evangélie zijn het middel en de weg, om Israël tot berouwen bekering en behoudenis te brengen." (a.w. pag. 495).
En zal dat ook gebeuren? Is er nog een toekomst voor Israël? Ja, zegt de apostel: ik deel u een geheimenis mede: een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat (11:25).
M.a.W. dan als de volheid der heidenen het koninkrijk Gods zal binnengegaan zijn, zal aldus gans Israël behouden worden.
Tegenover de gedeeltelijke verharding staat het behoud van geheel Israël straks. Er is hoop, "een zeer rooskleurige toekomst voor Israël". Geheel Israël wordt behouden. Er komt een massale bekering van Israël. Dat is enkel genade, zoals ons behoud, nl. dat van ons heidenchristenen, enkel genade is, de bekering komt van God: Hij zal goddeloosheden van Jakob afwenden, vs. 26. Het geheim daarvan is, dat "zij naar de verkiezing geliefden zijn om der vaderen wil", vs. 28.
Dat is niet atstandettjk bedoeld (aldus' De Jong), hoe kun je dat nu zeggen?
Nee, Hij kan zijn beloften en zijn eden aan de aartsvaders, Abraham, Izaäk en Jakob, niet vergeten. Zij zijn beminden, nu nog! God houdt ondanks alles nog van zijn oude volk. En al heeft Hij het moeten straffen om zijn zonden en verwerping van Jezus als de Messias.
Dit is zijn laatste woord niet. Zijn laatste woord is aan zijn verkiezende genade en zijn niet-vergeten verbond en het resultaat: het behoud en de bekering van heel Israël, niet van elke Israëliet, hoofd voor hoofd, maar wel van Israël als geheel. En zo zal door de Kerk uit Israël en uit de volken, die allen onder de ongehoorzaamheid besloten waren, maar· over wie Hij zich allemaal ontfermd heeft (vs. 32), Gods lof gezongen worden, die beiden, Joden en heidenen, één gemaakt heeft door het bloed des kruises (Efeze 2:16).
Wat koninklijk, royaal is God. En duizendmalen meer barmhartig dan wij Joden en voormalige heidenen boosaardig zijn, om in de geest van Guido GezeIIe te spreken. Is het teveel gezegd, dat ik de indruk heb, dat daarom Israël bij een aantal Vrijgemaakten (niet allen), niet zozeer in de belangstelling staat, omdat zij toch teveel laten afhangen van onze gehoorzaamheid en ons voldoen aan de eisen van het verbond! En te weinig oog hebben . voor het surplus der genade Gods, Die Israëls en ons behoud wil en door de overmacht van zijn Heilige Geest onze ongehoorzaamheid teniet doet, hun en ons hart vernieuwt, de wil van Israël ombuigt en onze onwil.
En als er dan Christenen zijn, die in de totstandkoming van de staat Israël in 1948 en in de terugkeer van talloze Russische Joden naar Israël een wonder zien - en dat vind ik ook - zou dat dan niet een begin kunnen zijn van de vervulling van de oude beloften? Moet je dan zeggen, nee, dat is geen vervuIling, want ze bekeren zich nog niet tot Jezus? Is het niet zo, dat wij als Gereformeerden altijd beweren, dat ons behoud enkel genade is en dat God de EERSTE is en dat is zo!! Zou dan dat niet het begin van zijn genade zijn, namelijk de terugkeer naar Israël en daarna de gave van de bekering, de wegneming van de bedekking, zodat zij in de Schriften (en tweederde van de Schriften hebben zij al) Jezus als de Messias herkennen, want die zijn het die van Mij getuigen (Joh. 5:39) en dan ook het Nieuwe Testament erkennen als het evangelie van Jezus, hun en onze Messias?!!
Laten we groot van Gods genade denken en geloven aan de heerlijke toekomst voor Israël. AI mijn Nederlands Gereformeerde en ook Vrijgemaakt-Gereformeerde (trouwens ook al mijn Christelijke) broeders en zusters wil ik daartoe oproepen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief