Persschouw
1991-04-12
Over de toe-eigening des heils- Jaargang 35
- nummer 8
Het is al weer enkele jaren geleden dat we onderstaand artikel tegenkwamen in het weekblad: "DE REFORMATIE".
Het leek ons goed dit artikel thans in 'OPBOUW' te plaatsen in verband met de actuele diskussie over de toeëigening van het heil.
Toezegging en toe-eigening zijn te onderscheiden
Graag geven wij plaats aan de volgende parafrase van K. Schilders Schriftoverdenking Toezegging en toe-eigening zijn te onderscheiden' uit 'De Reformatie' van 10 augustus 1945, zie 'Verzamelde werken' afdeling 11, Schriftoverdenkingen, Deel 111, Goes 1958, p. 24-27.
Uit de lezerskring was ons plaatsing van Schilders Schriftoverdenking uit 1945 gevraagd. M'ej. Bouwinga van Bruggen uit Groningen zond ons een duidelijke parafraserende versie van dit artikel toe, waarvoor wij haar hartelijk dankzeggen .. ; ... om U dit land in bezit te geven. Gen. 15: 7. het vierde geslacht zal echter hierheen wederkeren. Gen. 15: 16.
Het beloofde land
Die uitdrukking kennen we allemaal wel. Het land Kanaän werd aan Abraham beloofd door God, de God die spreekt en het is er, die gebiedt en het staat er. Door G09' die eigenaar is van alles, dus ook van de hele aarde en dus'ook van dat stuk land aan de Middellandse Zee, dat stuk land wat daar ligt tussen die twee grote rivieren, de Nijl en de Eutraat, Als God dit stuk land aan Abraha~ belooft en het hem.
in de belofte al geeft, dan is het Abrahams goed recht om te verklaren: dit land is nu van mij. Dat moet hij zelfs zeggen, want God wil dat je Zijn beloften gelooft. En Abraham had immers die belofte ("Ik geef u dit land") van God ontvangen. Als vader van de gelovigen heeft hij deze belofte gekregen.
En sinds hij die belofte kreeg, 'heeft' hij het land 'in Christus'. God had dit land nodig om er de kerk te laten wonen.
En daardoor zou ook de plaats worden klaargemaakt voor de' kribbe en het kruis. En Abraham heeft geloofd dat het voor hem en zijn zaad was.
Abrahams geloof is hem tot gerechtigheid gerekend. Dat geloof, waardoor hij kon zeggen: dit land behoort tot alles wat wij, ik en mijn zaad, 'hebben in Christus'. Maar alles wat wij 'in Christus hebben', wat ons beloofd en toegezegd is door God, dat moet nog ons reële eigendom worden. Wie zet nu voor ons die 'beloften' om in 'werkelijkheid', zodat we kunnen zeggen: kijk, dit en dat heb ik nu, bezit ik echt?
Wel, dat wil de Heilige Geest doen.
Alles wat wij in Christus hebben, wil Hij ons toe-eigenen. Zo staat het ook in het formulier om de Heilige Doop te bedienen: ... En als wij worden gedoopt in de naam van de Heilige Geest, dan verzekert de Heilige Geest ons door dit heilig Sacrament... dat Hij ons wil toe-eigenen alles wat wij in Christus hebben, nl. de afwassing van onze zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven ...' Je kunt het ook zó zeggen: Alles wat God ons in Christus heeft beloofd, wordt ons concrete eigendom door het werk van de Heilige Geest.
Hoe de Heilige Geest dat doet? Door het geloof. Ons geloof dat ons deel moet worden tijdens ons leven, in de tijd der rechtvaardigmaking. Maar hoe verkrijgen wij dan dat geloof?
Dat doet de Heilige Geest door het Woord. Door de bediening, de verkondiging van het Woord van God.
De Heilige Geest moet dus ook aan Abraham het beloofde land nog toeeigenen.
Hij zal dit doen door de weg vrij te maken voor het Woord. Als dát een keer wordt uitgezonden in de wereld, dan wordt het een mes dat naar twee kanten snijdt!
Dat Woord zal Abrahamskinderen onder het Verbond brengen. En dat Woord zal onder die Verbondskinderen schifting brengen: voor de een zal dat Woord een geur ten leven worden, voor de ander een geur ten dode.
Ook buiten het Verbond, in de wereld zal dat Woord werken: het zal de oppositie van Egypte bewerken en de tegenwerking van de Amorietenvolken oproepen, en zo zal de maat van hun ongerechtigheid vol worden (Gen. 15 : 16). En pas als dát gebeurd is zal Abraham dit land in bezit krijgen.
Abraham, dat is zijn kinderen die het geloof bewaarden. Die niet behoren tot het merendeel van het volk, dat in de woestijn werd neergeslagen, en waar God geen welbehagen in had.
Het zal nog ruim vier eeuwen duren voordat Abrahams zaad dit land echt in handen krijgt. Reken maar ongeveer 'een eeuw' voor 'een geslacht', dan zal pas de vierde generatie terugkeren uit de slavernij, die eerst nog komt in Egypte.
En na die vier eeuwen, dan vallen Jericho's muren door het geloof. Door het geloof dat de Heilige Geest werkt.
Door dat geloof geeft Hij de kerk de sleutelpositie van Kanaän - de stad Jericho - in handen. Door dat geloof zal de Heilige Geest van Abraham, aan het gelovige volk, aan zijn gelovig nageslacht, toe-eigenen wat zij 'in Christus' al hadden: dit land.
De'tijd die ligt tussen de toezegging en de toe-eigening is lang: ruw geschat ruim 400 jaar. In die lange tijd zal Abrahams geslacht weer uit het land trekken. Abraham zal in die tijd een paar meter van zijn eigen land moeten kopen. Zijn bezit, zijn land, zal bezet bezit zijn, en de Amoriet en de Egyptenaar zullen zijn kinderen onderdrukken.
Bezit Abraham het land? Jazeker.
Maar de Amoriet bezét het land! Totdat de maat van hun zonden vol is. En tot zolang woont Abraham, en woont de kerk in bezét gebied.
Zo wonen-wij vandaag ook in bezet gebied, ongeacht elke oorlogsverklaring of vredesovereenkomst.
De schrift zegt ons: alles is van u. De nieuwe aarde - dat is de oude, maar dan vernieuwd - is van ons. Maar al veel meer dan 400 jaar heeft de antichristelijke macht deze aarde bezet gehouden. En dat zal doorgaan tot hun zondemaat vol is. Z6 lang. En al die tijd zullen wij vreemdelingen en pelgrims zijn.
Ons 'hebben in rechten' zal in de 'feiten van elke dag' geen bewijs vinden.
Integendeel! Merk je ooit dat wij deze aarde bezitten? Het lijkt er immers niet op! Net zo min als het erop leek dat die Joden-slaven in Egypt6 het land Kanaän bezaten. Wij zijn .noq altijd in dezelfde positie als de'kinderen van vader Abraham.
Eigenlijk vanzelfsprekend. Wij zijn immers zijn kinderen!
Uit dit voorbeeld kunnen we heel goed zien dat er verschil is tussen de toezegging en de toe-eigening, Tussen belofte en de feitelijke'vervulling van die belofte.
Er is tweeërlei schenking: een schenking in belofte en een schenking in vervulling van die belofte.
Zo is er ook een tweeêrlei hebben: een hebben in toezegging en een hebben in toe-eigening van het toegezegde.
Dat moet de kinderen van Abrahàm goed duidelijk zijn, ste'eds als zij door de doop verklaard wor'den tot kinderen van Abraham. (zie ook 1 Petr. 3).
De kinderen van Abraham, de kerk, heeft in Christus goed~ren. Zij heeft ze in schenking der belofte. Dat geeft de vaders goede moed en ook het recht om te zingen:
zij hebben de zaligheid of
zij hebben het eeuwige leven of ook
zij hebben het koninkrijk der hemelen
zij hebben de rechtvaardiging, de' heiliging, de heerlijkmaking.
Maar dit hebben is wel: hebben in de toezegging.
De Heilige Geest is aan de kinderen, net als aan de volwassenen, toegezegd.
Zij hebben die Geest dus in de eerste schenking: in de schenking der belofte. Maar daarom kun je nog niet zeggen: ze hebben nu 'die Geest ook al ontvangen in de tweede schenking, dus in de schenking der toe-eigening.
Ze zijn nog niet wedergeboren! Dat te beweren zou even dwaas zijn als te zeggen van Abraham: hij heeft Kanaän in schenking der belofte, dus heeft hij het al in handen. Alsof toezegging en toe-eigening hetzelfde zou zijn!
Je kunt ook niet zeggen dat de,kinderen, die de Geest in belofte ontvangen hebben nu behandeld moeten worden alsof ze al wedergeboren zouden zijn.
Dus alsof ze de Geest al in tweede schenking, de schenking der toeeigening ontvangen zouden hebben.
Dat zou weer even dwaas zijn als te beweren dat Abraham en zijn zaad het land Kanaän tijdens de bewuste 400 jaar niet alleen in bezit had (door de belofte) maar het ook al bezette (door de toe-eigening).
Zo heeft Abraham het zelf bepaald niet _ gezien! Hij k6cht een stuk land om er zijn vrouw te begraven. En hij vocht tegen de heidens-humanistische cultuur van de Amorieten, die vaak zoveel invloed uitoefende op zijn kinderen.
Zoveel, dat Ezechiël later hun bestraft en zegt: Uw vader was een Amoriet! d.w.z. uw jeugd heeft hij besmet met heidendom en zonde.
Het zou zelfs gevaarlijk zijn om de kinderen zo te behandelen, alsof de Heilige Geest de wedergeboorte al aan hen volbracht had. Die wedergeboorte die ons het geloof brengt dat ons de belofte doet toe-eigenen.
En lees nu allemaal in de kerk uw doopformulier maar weer eens. En bedenk daarbij dat toezegging en toeeigening twee zaken zijn, die we goed moeten onderscheiden. Altijd! Wanneer een land in geding is tussen kerk en de wereld: het beloofde land.
En ook wanneer een hart in geding is tussen Geest en Beest: het kinderhart.
Toezegging en toe-eigening zijn twee.
Er is maar één band die deze twee aan elkaar smeedt. Die band wordt door God de Geest gelegd. Die band wordt van ons geëist. Die band is het geloof.
Enschede O. Mooiweer