Namen
1991-04-26
Een paar weken geleden bracht ik een bezoek aan een oude schoolvriend.- Jaargang 35
- nummer 9
We hadden elkaar in de jaren die tussen het heden en de middelbare school liggen een paar keer ontmoet en waren verder van elkaars wel en wee op de hoogte gebleven via familie en kennissen.
Na de eerste kop koffie en de constatering dat zij in hun boekenkast aardig wat boeken hadden, die ook bij ons staan, of die ik in ieder geval zou willen hebben, waren we beland bij "Weet jij nog... en ken jij die en die nog."
"Ik weet nog dat je altijd met stapels leesboeken liep te sjouwen," zei hij.
"En dat ik altijd jouw Franse thema's overschreef... En je wiskunde," knikte ik.
Toen werd de oude Eva in mij wakker: "Welbeschouwd zou je kunnen zeggen dat het voor een deel jouw schuld was dat ik dat jaar bleef zitten," zei ik als late poging om een oude misser af te schuiven.
Johan was niet onder de indruk.
"Toe maar... Geef mij de schuld maar," zei hij onbekommerd.
Op mijn rapport stonden destijds een vier voor Frans en een vier voor wiskunde.
'Een goede kijk op vriendjes' werd niet omgezet in een rapportcijfer.
Heel jammer, want daar had ik zeker een acht en een half voor kunnen scoren en dat had het gemiddelde flink omhoog gebracht.
"Herinner jij Broers..."
Ik was terug in de tijd.
Broers... Biologie. Natuurlijk! Hij was lang, breed, donker en vriendelijk.
Toen hij zijn eerste les aan ons gaf, ging hij de rijen langs en stelde zich aan iedere leerling apart voor.
Wij waren uiterst verbaasd, want zoveel egards waren we niet gewend.
Die situatie had zo'n onuitwisbare indruk op me gemaakt, dat ik, zodra Johan die naam liet vallen, wist wie hij bedoelde.
"Wist jij dat hij in een concentratiekamp had gezeten? Ik kwam nog wel eens bij hem thuis en heb ook later contact met hem gehouden. Hij kon het leven in het kamp niet loslaten en praatte er veel over. In zijn boek 'Nacht und Nebel' schreef Floris Bakels over hem. Kijk..."
Ik las de bladzijden in het boek, waar het ging over Con Broers en luisterde tegelijkertijd naar wat Johan over hem vertelde.
Eigenlijk was alles wat ik hoorde heel treurig en treurigmakend.
Als kind realiseer je je niet dat de man, die trouwhartig zijn best doet je de werking van het centrale zenuwstelsel uit te leggen, een achtergrond heeft waar een minder sterk mens het 'op zijn zenuwen' van zou hebben gekregen.
De achtergrond van een man die een goed mens was en die verschrikkelijk was beschadigd.
Een man die ontzettend veel voor zijn vrienden over had en zijn leven voor hen waagde.
Het woord 'Moed' had voor mij opeens een gezicht gekregen.
Zijn dood was even triest en eenzaam als zijn leven.
"Denk jij dat het zich persoonlijk voorstellen aan leerlingen iets te maken heeft gehad met het feit dat hij in dat kamp alleen een nummer had," vroeg ik.
"Nee," zei Johan nuchter. "Volgens mij had dat alleen maar te maken met de manier waarop hij in elkaar zat.
Heel voorkomend en aardig. Zo wás hij gewoon. In zijn goede tijden was hij nog heel vrolijk ook."
In de afgelopen weken heb ik vaak aan Broers gedacht.
En telkens kwamen de woorden van lied 273 boven: Heer, herinner U de namen, van hen, die gestorven zijn, en vergeet niet dat zij kwamen, langs de straten van de pijn, langs de wegen van het lijden, door het woud der eenzaamheid, naar het dag en nacht verbeide Vaderhuis, hun toebereid.
Maar meteen daarachter aan hoorde ik ook mijn vader die zei, toen we het over dat lied hadden: "Kind, 't is een prachtige melodie, daar niet van, maar de woorden kloppen niet.
Je hoeft de Here God nooit te herinneren aan iemand die het leven heeft verloren. Een mens is bij Hem veiliger dan waar ook."
De beste troost die er is!