Een rechtvaardige wereldorde?
1991-04-26
Amerika was loei-enthousiast, toen president Bush de wapenstilstand afkondigde. Hij kon op dat moment geen kwaad meer doen. Hij was ook zelf kennelijk verrukt: dit was een reële stap naar een rechtvaardige wereldorde onder leiding van Amerika!- Jaargang 35
- nummer 9
Een paar weken later keek de wereld verbijsterd toe hoe honderdduizenden Kurden (medestrijders tegen Saddam Hoessein) krepeerden in sneeuwen ijzige kou, zonder voedsel, water, dekking. En dat onder het uitbraken van de hevigste verwensingen aan het adres van president Bush. Waar bleef nu zijn rechtvaardige wereldorde?
Wat een ontnuchtering! Had de president deze ontwikkeling niet kunnen voorzien?
We hebben ons kritische oordeel klaar: president Bush is te idealistisch geweest. Om niet te zeggen: te humanistisch.
Hoe kon hij denken dat mensen van goede wil gerechtigheid konden brengen?
Maar wat willen wij eigenlijk?
Zouden de wereldleiders dan maar moeten berusten in het onrecht? Mogen ze geen orde nastreven waarin recht gedaan wordt aan armen, noodlijdenden, ontrechten? Is het verkeerd om hoopvol te zijn en te zeggen: "Wie weet, komt nog een betere tijd!"
Ik zit dezer dagen de vernietigende boodschappen te lezen die een 'profeet' vanuit zijn eenzame studeerkamer in het uiterst dun bevolkte Northland van Nieuw Zeeland doet uitgaan.
Hij bedelft de wereld onder een lawine van pamfletten. Met name de officiële kerken in Amerika moeten het ontgelden.
Hij zegt hen aan dat binnenkort alle banken springen, alle beurzen plat gaan, de uitbetalingen van alle salarissen en pensioenen gestopt worden, alle fabrieken zullen leeglopen, alle winkels geplunderd zullen worden, en dat de mensen (vooral kinderen en zwakken) zullen sterven als ratten, want alle gezondheidszorg staat binnenkort stop. Het jaar 2000 nadert immers met rasse schreden: dan komt de dag van het grote oordeel en het 1000-jarig rijk van Jezus breekt aan!
Waar doen we goed aan?
Moeten we de strijd voor gerechtigheid staken omdat Jezus komt? Ik houd het bij wat prof. dr. J. Verkuyl een keer schreef (ik geef zijn uitspraak met eigen woorden weer): "Discipelen van de Here Jezus moeten zich tot het uiterste inspannen om gerechtigheid te brengen op aarde, hoewel ze weten dat het niet lukt. We weten immers dat onze moeitevolle arbeid niet ijdel is in de Here (1 Kor. 15:58)?"
Dat is een enorme opgave: al maar positief reageren, nieuwe maatregelen verzinnen, tegen nog meer criminaliteit vechten, al maar teleurstellingen opvangen, tegen alle desillusie in. Om doodmoe van te worden!
Ik ben niet jaloers op wereldleiders, ministers, topmanagers.
Hoe nodig om voorbede voor hen te doen en te zeggen: "Breek door hen, als uw dienaars het rijk van de duivel af!" (Gereformeerd Kerkboek, bl. 561).
Hoe nodig echter ook om te bidden voor onszelf: "Bewaar ons er voor, dat wij wel zouden hongeren en dorsten naar gerechtigheid in het eindgericht, maar niet naar gerechtigheid in dit aardse leven". (Dienstboek Ned. Herv. Kerk. 5e dr. 291) Tenslotte: Wat zou het fijn zijn om een president van de Verenigde Staten eens publiek de verzuchting te horen slaken: "Kom, Here Jezus, kom haastig!"