Leeuwen worden lammetjes
2010-02-05
Wie in verwachting is denkt vooruit. Hoe zal het zijn als we getrouwd zijn? Hoe als de baby er is? Soms zo, dat met een roze bril de nabije toekomst wordt ingekeken. Hoe is dat met Jesaja, de profeet, die verwacht dat waar zou worden waar de oude Jakob al op hoopte – op uw heil wacht ik. Jesaja verwachtte dat- Jaargang 54
- nummer 3
er een koning zou komen…
Of je de Bijbel kent of niet kent, wat krijg je in het elfde hoofdstuk van Jesaja een prachtig toekomstbeeld mee. Als je leest van de wolf vlak bij het lam. Of een zuigeling, die speelt bij het hol van een adder, zo'n giftige slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Deze profetie zet alles op zijn kop.
Dat spreekt tot de verbeelding. Of je nu in God gelooft of niet. Beroemde dichters maakten hier gedichten over, om het over schilders nog maar niet te hebben. Het sluit aan bij een universeel menselijk verlangen: eens breekt het vrederijk aan en zal er vrede zijn in alle verhoudingen; zelfs de schepping deelt daarin.
Hoe verder?
Prachtig, maar het maakt vervolgens wel verschil hoe je deze profetie oppakt.
Er zijn mensen die zeggen: dat zijn droombeelden, luchtkastelen, zeepbellen. Opium voor het volk.
Zo'n wereld komt er nooit, ondanks alle inspanningen van mensen. Kijk maar eens wat er in onze wereld gebeurt.
Dat is de reactie van de nuchtere realisten. En ik denk: ze hebben nog gelijk ook.
Er zijn ook christenen die zeggen: het is onze opdracht die wereld te realiseren.
Als wij ons laten inspireren door de Bijbel en strijden voor gerechtigheid, voor vrede en voor de heelheid van de schepping, dan komt die wereld er. Wij zijn de handen van God en wij zullen het moeten maken. God geeft ons niet voor niets dit soort toekomstplaatjes.
En ze stropen hun mouwen op en gaan vol inspiratie aan de slag.
Ten dode opgeschreven
Maar als er één ding duidelijk wordt in Jesaja 11 dan is het wel dat dit nu juist het allergrootste probleem is.
Alle menselijke pogingen lopen op niets uit. Hoe geïnspireerd mensen zich ook mogen weten en hoeveel goede voornemens er ook mogen zijn - en daar is op zich niets mis meehet loopt allemaal op niets uit.
Want als we dat eerste vers eens gaan bekijken, dan wordt daar wel over een rijsje en een scheut gesproken - tekens van nieuw leven - maar ook over een stronk. Er is een boom omgezaagd en omgehakt en wat er nog van over is, is niet meer dan een afgehouwen stronk. Zeg maar gerust dat dit het beeld is van al die menselijke pogingen om het op eigen kracht voor elkaar te krijgen. Een ten dode opgeschreven boom!
Heeft dit beeld niet iets van de kerk van vandaag? Want somber zijn de beelden waarmee sociologen de kerkelijke toekomst schetsen. Een kerk die vergrijst en zijn kader ziet wegkwijnen!
Juist bij zulke sombere berichten van sociologen wil ik zeggen: let op de beloften van God. Hoor nog eens wat Jesaja mocht zeggen: uit die stronk schiet een telg, een rijsje op. Toch weer een beeld van hoop. Heel, heel erg klein. Niet te vergelijken met de geweldige boom die er stond, maar toch loopt daar weer iets uit.
Beeldspraak
Jesaja spreekt in beelden, Van een lam vlakbij een wolf en een panter, die zich neerlegt bij een bokje. Die dieren zijn beelden voor verschillende soorten mensen. Men zegt wel eens: de ene mens is de andere een wolf. Dat zei aartsvader Jacob ook van zijn zoon Benjamin: ‘Benjamin? Dat is een verscheurende wolf ’ (Genesis 49:27). Maar dat zal veranderen, zegt Jesaja. Wanneer Jezus komt zal een misdadiger aan een kruis worden tot een mak lammetje, dat bidt om vergeving.
Die verhoudingen tussen de mensen waarin de één de ander opvreet zoals een wolf een schaap; waarin de één de ander opjaagt zoals een panter een bokje - het zal veranderen. Er zal een vrederijk komen.
Waarom zeg ik nu dat dit beeldspraak is van die wolf en dat schaap? Zijn dit geen hele mooie beelden voor wat er komen gaat? Zeker, maar zoals het hier staat is het een beeld, een voorbeeld dat de mensen, die elkaar verdringen, verbijten, verwonden en opjagen eens zo mak zullen zijn als wat. En de vrede voor elkaar zullen zoeken.
Waarom dit beeldspraak is? Kijk maar naar vers 9: nadat alles gezegd is over die dieren staat er: ‘niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg’. Kwaad doen, dat is typisch iets wat je van mensen zegt. Je zegt toch niet van een wolf die achter een schaap aan zit dat ie kwaad doet, hij doet wat er in z'n natuur zit.
Nu en straks
Waarom zal men geen kwaad meer doen, wanneer deze koning gekomen is? Omdat de aarde vol zal zijn van de kennis des Heren. Omdat niemand zich meer zal vragen: wie is God toch.
Of de vraag van onze tijd: Is Hij er wel?
Nee, ieder zal hem kennen. Dan een kwetsbaar mens zich veilig voelen bij een ander, die tot voor kort als een wolf tekeer ging. Want er zal vrede zijn. Wanneer er in een land geroepen wordt ‘eigen volk eerst’ dan klinkt dat wel aardig in het gehoor voor de massa, maar voor de allochtonen is het als wolvengehuil - en voor mij ook. Of wanneer de vertegenwoordiger van de rijken het voor de rijken opneemt zuchten de armen: is er voor ons straks nog plaats?
Wanneer deze profetie van Jesaja vervuld is? Toen Jezus kwam?
Jazeker, voor een deel. Ik noemde de moordenaar aan het kruis, de wolf die als een schaap werd. Of wat dacht u van de tierende leeuw die Saulus heette? Waar het evangelie van Jezus gehoord wordt en waar ernaar gedaan wordt daar worden relaties veranderd.
Maar dat is nog maar het begin. Het meeste komt nog. Wanneer Hij komt, let maar op!
Bovenstaande meditatie over Jesaja 9:1-11 werd op 13 december voor de NCRV-radio gehouden en is in een verkorte versie opgenomen in deze Opschrift.
Dick Lagewaard is predikant van de NGK Veenendaal.