Laat zien hoe het leven met God is
2010-07-09
‘Als jongeren de kerk verlaten, heeft de kerk al veel eerder de jongeren verlaten’, sprak Okke Jager jaren geleden al. Ik denk dat deze uitspraak een belangrijke kern van waarheid bevat. Weten we in de kerk echt wat jongeren bezighoudt en spelen we voldoende in op de cultuur die zo’n ongelooflijke impact op hen heeft? Waar jongeren behoefte aan hebben, zijn inspirerende volwassenen.- Jaargang 54
- nummer 14
Recent zijn er diverse onderzoeken rond jongeren geweest. Laat ik er drie noemen. Het eerste is een onderzoek onder studenten. Daaruit blijkt dat zij het erg moeilijk vinden om tot zelfontplooiing te komen in een wereld die gekenmerkt wordt door doorgeschoten individualisme, met de grootst mogelijke vrijblijvendheid als gevolg.
Het tweede onderzoek is uitgewerkt in een boek over jongeren tussen de 15 en 23 jaar. Daarin wordt gesteld dat het grote verschil met voorgaande generaties is dat steeds meer ouders het niet meer weten. Ze vinden opvoeden complex en ondertussen zijn ze vooral bezig zelf ‘jong en mooi’ te blijven. Ze willen niet als volwassenen met hun wijsheid en levenservaring jongeren benaderen, maar het vooral tof hebben met hun kinderen. Individualisme en hedonisme zijn de nieuwe koerswijzers.
Het derde onderzoek is er één onder behoudende christenjongeren. Daaruit blijkt dat leer en leven nog niet zo helder met elkaar in overeenstemming zijn. Dat is nog wel te doen als het om zaken gaat die ver van hen af staan – zeggen dat je gelooft dat de aarde in zes dagen van 24 uur geschapen is, is niet zo moeilijk – maar als het gaat om kwesties die direct de eigen levensstijl raken, wordt het anders.
Dan is vasthouden aan het feit dat seks voor het huwelijk Gods bedoeling niet kan zijn voor velen een probleem.
Daarnaast kan nog opgemerkt worden dat steeds meer jongeren/tieners chronisch vermoeid zijn en last hebben van angst en stress. Zij lijken steeds meer te moeten op jongere leeftijd: het goed doen op school, goed zijn in sport, er goed uitzien, sommigen moeten dealen met veeleisende ouders en hebben steeds meer te kampen met gebroken relaties.
Middeleeuws kind
Maar er is meer aan de hand. Kinderen worden steeds jonger oud en jongeren worden steeds later volwassen.
Hier constateer ik een merkwaardige dynamiek. Kinderen in de middeleeuwen leerden alles op straat, uit hun directe omgeving. Zij waren kleine volwassenen in ‘zakformaat’.
Toen de boekdrukkunst kennis verstopte achter letters, moesten kinderen die kennis leren ontcijferen.
En daarvoor naar school. Ze werden apart gezet van de grotemensenwereld. Ze werden klein. En klein gehouden.
Maar nu elk kind online kan ontdekken wat het wil en ook opgezadeld wordt met informatie die het niet wil of zelfs niet aankan, zonder dat ouders of begeleiders het zien, lijkt het weer op dat middeleeuwse kind: een jonge volwassene. Het kent de relatieproblemen van z’n ouders, neemt kennis van rampen en oorlogen, weet dat de zeespiegel stijgt en het klimaat verandert en stelt al zijn vragen aan Google.
Toch is de vergelijking niet helemaal correct. Het middeleeuwse kind werd gedwongen volwassen te worden, terwijl dat nu steeds meer uitgesteld wordt. Jongeren van nu vervallen steeds meer in de rol van toeschouwer.
Niet uit onverschilligheid, maar door onvermogen. Vandaar dat zij terugvallen in een houding van apathie en lethargie nu zij groot moeten worden in een informatiemaatschappij met een ongekende informatieoverload.
Wat moeten zij daarmee? Jongeren leven in een open wereld waarin alles kan en mag en waar zij zelf keuzes moeten maken, waar zij overigens in de meeste gevallen nog niet aan toe zijn. Oftewel, zij verkeren in een flexibiliteitsdilemma en er lijken te weinig volwassenen te zijn die hen in die zoektocht ondersteunen.
De zin van het leven wordt steeds minder overgedragen van de ene generatie op de andere, maar wordt verschraald tot informatie. Het loket waar die informatie te vinden is, heet Google. Jongeren kunnen steeds minder hun innerlijke ervaringen met anderen delen. Soms, omdat zij de nabijheid met anderen missen, soms omdat zij niet durven of kunnen.
Dat wat hen diep raakt, waar zij enthousiast over kunnen worden, of wat hen hopeloos maakt, lijkt vaak niet meer te zijn (in hun beleving) dan een hyperindividuele ervaring die zij geen stem kunnen geven.
De zoektocht naar zin en identiteit vormt het hart van de belevingscultuur waarin jongeren opgroeien. Zij zijn radicaal onzeker en zoeken vertrouwen, geborgenheid en bescherming.
Zij verlangen naar antwoorden op vragen over de zin van het leven, naar echtheid, doorleefdheid en verbondenheid. Maar waar vinden zij dat?
In de jongerencultuur is sprake van versierd verdriet. Zij hebben meer mogelijkheden dan ooit, en mede daardoor meer nood en verdriet dan ooit. Terwijl de zoektocht naar identiteit één van de belangrijkste ontwikkelingstaken is in hun leeftijdsfase, zijn er steeds minder aansprekende volwassenen die op dit aangelegen punt als identificatiefiguur kunnen en/of willen optreden.
Verbondenheid
Welk appel doet dit op de kerk? Daar zitten jongeren niet te wachten op clichés over hoe het hoort in het leven, maar hebben zij behoefte aan nabije volwassenen die laten zien hoe het leven met God is! Aan mensen die communicatie van hart tot hart waar kunnen maken. Jongeren hebben leermeesters en inspirerende volwassenen nodig. Zo komen zij het beste tot hun recht. Zij hebben behoefte aan mensen die met kennis van zaken en gezag spreken en die aandacht hebben voor de persoon van de jongere.
Daarom moeten volwassenen ruimte bieden voor ontmoeting, zodat verbondenheid ervaren kan worden.
Jongeren hebben anderen nodig omzichzelf te kunnen zijn. De diepste vraag van hen is niet de vraag naar inzicht, maar naar relatie, om van daaruit bezig te gaan met zingevingsvragen. Volwassenen zijn nodig als duiders van de werkelijkheid.
De autonomie en zelfredzaamheid van jongeren is in een aantal gevallen doorgeschoten naar geestelijke richtingloosheid.
Jongeren kunnen echter nu eenmaal niet architect van hun eigen leven zijn. De Bijbel leert ons wel anders. Daarin lezen wij dat elk mens, en jongeren in het bijzonder, aangewezen is op leiding in het leven en behoefte heeft aan structuren.
Psalm 119 roemt niet voor niets over de heerlijkheid van de wet terwijl Psalm 78 en Deuteronomium 6 prachtige voorbeelden zijn van Bijbelgedeelten waarin volwassenen de opdracht krijgen kinderen en jongeren te onderwijzen. Oftewel, jongeren hebben behoefte aan leidinggevende volwassenen in hun leven. Volwassenen dienen daarvoor bereid en beschikbaar te zijn! Een Griekse wijsgeer zei het zo: ‘Opvoeden is geen emmer vullen, maar een vuur ontsteken!’
In een samenleving waarin de gemeenschapszin meer en meer verdwijnt, moet de kerk vooral een gemeenschap zijn. We belijden elke zondag de gemeenschap der heiligen, maar krijgt deze ook daadwerkelijk gestalte? De kerk zou de plaats bij uitstek moeten zijn waar ruimte is voor ontmoeting en waar verbinding tussen generaties als vanzelfsprekend plaatsvindt. Waar men de kunst verstaat om elke jongere te zien als een boek dat niet geschreven, maar gelezen moet worden. Zoals Hebreeuwse vroedvrouwen hun baby’s dorstig maakten door hun vinger in een kom met gestampte dadels te dopen en die vervolgens in de mond van de baby te stoppen, heeft de kerk de opdracht jongeren dorstig te maken naar God.
Wat een prachtige taak!
Drs. Els J. van Dijk is directeur van de Evangelische Hogeschool.
| Evangelische Hogeschool De missie van de Evangelische Hogeschool (EH) te Amersfoort is het vormen en toerusten van jonge christenen om vanuit een levende relatie met God zelfstandig en positief kritisch te functioneren in een vervolgstudie, kerk en maatschappij. De EH wil eraan bijdragen dat zij in de rest van hun leven de liefde van God uitstralen en verschil uit maken in deze wereld. Het programma van de EH heeft zes speerpunten: geloofstoerusting, persoonlijke vorming, intellectuele ontwikkeling, oriëntatie op cultuur en maatschappij, praktische vorming en oriëntatie op studie en beroep. Deze worden geïntegreerd in één onderwijsprogramma aangeboden, onder meer via het EH-Basisjaar. Kijk voor het volledige onderwijsaanbod (ook voor volwassenen) op www.eh.nl. |
| NGJ: ‘Kijk vooral naar de kansen’ André Maliepaard van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ) vindt het verhaal van Els van Dijk wat negatief van toon. ‘Termen als chronisch vermoeid, geestelijke richtingloos en zelfs lethargisch vind ik vrij heftig’, zegt hij. ‘Jongeren leven in een pittige samenleving, maar de jongeren die ik ontmoet, zijn allesbehalve lethargisch. Ze hebben vaak heel duidelijk nagedacht over wat ze willen. Er zijn jongeren die naar Afrika gaan om kinderen te helpen, of in Israël in een kibboets gaan werken, of een jaar gebruiken om persoonlijk te groeien. Je kunt de jongerencultuur benaderen vanuit de problemen en zeggen dat het allemaal erg moeilijk is. Je kunt ook zien wat voor kansen en mogelijkheden er zijn. De jongerencultuur is namelijk ook een cultuur vol creativiteit en kracht en een cultuur die heel erg openstaat en zoekend is.’ Maliepaard vindt daarnaast dat meer aandacht voor de rol van ouders het verhaal beter in balans brengt. ‘Els van Dijk stipt het even aan, maar het boek dat zij aanhaalt (Grenzeloze Generatie), ziet het vooral als een probleem van ouders. Bij hen is de grootste verandering te zien: volwassenen die lang jong willen blijven en het liefst vrijblijvend opvoeden. Al zie je daar de laatste tijd ook weer een kentering in. De opvoedcursus De tijd van je leven doet het bijvoorbeeld heel goed.’ De oproep van Els van Dijk aan volwassenen om inspirerende voorbeelden te zijn, kan Maliepaard geheel onderschrijven. ‘Maar als je de lijn van het boek volgt, moet je je ook afvragen of we wel zulke leiders hebben. Kunnen we die oproep navolgen? Zijn volwassenen in staat om voorbeelden te zijn en willen ze die verantwoordelijkheid op zich nemen? Gelukkig komen wij vaak inspirerende voorbeelden van leiders tegen. Maar voor veel kerken is dat elk jaar weer een flinke zoektocht.’ Het NGJ is veel met deze vraag bezig, vertelt Maliepaard. ‘We steken sterk in op de relatievraag. Paulus noemt zich een navolger van Christus en een voorbeeld voor Timoteüs. Zo’n wisselwerking moet je hebben. Jongeren hebben voorbeelden van ouderen nodig. Hoe heeft het geloof een plek in hun leven? Wat doen zij als ze het niet meer weten? Als iemand in hun omgeving ziek is? Dat is boeiender dan de jongeren iedere week bezighouden met allerlei activiteiten.’ Het NGJ krijgt veel vraag van gemeenten om jeugdouderlingen en andere leiders toe te rusten op dit gebied. Zoveel vraag dat de organisatie graag wil uitbreiden. En dat is hoopgevend. ‘Er is zeker een verlangen om relationeel leiderschap richting jongeren vorm te geven’, zegt Maliepaard. ‘Niet veel mensen weten hoe de leefwereld van jongeren eruit ziet, maar er zijn ook maar weinig jongeren die weten hoe de leefwereld van volwassenen eruit ziet. De uitdaging is om beide generaties in gesprek te laten gaan. Dat het geen verhaal is van wij/zij, maar van samen.’ |