De christelijke gemeente in een post-christelijke samenleving
2010-07-09
Het bekende weekblad Time riep Stanley Hauerwas in 2001 uit tot Amerika’s meest vooraanstaande theoloog. Vooral in kringen van de emerging/missional church-beweging is hij een veelgelezen auteur. Hauerwas is (co-)auteur van veel boeken, maar werd vooral bekend via zijn (meer dan 250) theologische essays.- Jaargang 54
- nummer 14
In Nederland is deze hoogleraar theologische ethiek echter niet breed bekend. De bundel met vertaalde theologische artikelen van Hauerwas, verschenen onder de titel Een robuuste kerk, moet hierin verandering brengen. Overigens gaat het er de redacteuren niet om ‘een of andere theoloog te promoten’, maar om bronnen beschikbaar te stellen waarmee gemeenteleden en ambtsdragers hun voordeel kunnen doen.
Lijden voor je overtuigingen
De Nederlandstalige bundel bevat veertien hoofdstukken. Het boek opent met een interview waarin Hauerwas zegt dat het evangelie niets betekent ‘tenzij het geloofd kan worden en gestalte kan krijgen in de levens van mensen’. Dit uitleven van het evangelie zal tegenstand en lijden met zich meebrengen. De grote vijand van de kerk van vandaag is dan ook niet het atheïsme, maar sentimentaliteit.
‘Er bestaat geen grotere sentimentaliteit dan de idee dat je kinderen zou moeten kunnen opvoeden zonder hen te laten lijden voor je overtuigingen.’ Uit dit citaat blijkt al wel dat Hauerwas niet ‘soft’ schrijft, ook al is hij – mede onder invloed van de mennonitische theoloog John Howard Yoder - wel een principieel pacifist geworden. ‘Vredestichten’ is dan ook de deugd van de kerk, aldus Hauerwas elders in dit boek. Echter, ook hier betekent dit niet dat er geen conflicten zullen zijn: ‘Jezus draagt ons de moeilijke taak op om de confrontatie aan te gaan met de mensen die volgens ons tegen ons gezondigd hebben.’ Overigens impliceert het handhaven van de tucht geen positie van eigengerechtigheid.
Christenen leven immers van Gods genade en vergeving. Aldus moeten we ‘naar de ander gaan als iemand aan wie vergeving geschonken is’.
Vrede en waarheid
Hierboven gaf ik al een indruk van Hauerwas’ centrale boodschap: de kerk is in de eerste plaats geroepen kerk te zijn. Dat wil zeggen: een gemeenschap van vrede en waarheid in een wereld vol leugen en angst.
‘Verlossing’ kan volgens hem niet beperkt blijven tot een veranderd zelfverstaan. Het is niet slechts de garantie van een zinvol leven voor het individu. Nee, ‘verlossing is Gods schepping van een nieuwe gemeenschap’.
In de kerk wordt het verhaal van God zo geleefd dat het koninkrijk zichtbaar wordt. ‘De kerk moet een zuivere verschijning zijn van een volk dat geleerd heeft om in vrede te leven met zichzelf, met de ander, met de vreemdeling, en natuurlijk het meest van alles: met God. Er kan geen sprake zijn van individuele heiliging zonder een geheiligd volk.’ De kerk heeft daarom alles te maken met hoe christenen in de samenleving staan: hoe ze het evangelie uitleven op straat, op school of in de werkplaats. De gemeenschap van de kerk helpt christenen, vaak dwars tegen de heersende modes in, een waarlijk christelijk leven te leiden in navolging van hun Heiland. De kerk is de plek waar karakters worden gevormd, waar christelijke deugden worden aangeleerd en waar tegen de zonde wordt gestreden. Nodig hiervoor zijn goede voorbeelden en leermeesters, het meegenomen worden in het Bijbelse verhaal en de christelijke traditie, bewuste participatie aan de sacramenten en concrete oefeningen in moreel handelen.
Kerk als tegencultuur
Als zodanig vormt de kerk een countercultural community. Dit is niet een sektarische groep die zich terugtrekt uit de samenleving, zoals critici van Hauerwas’ visie soms ten onrechte menen. Nee, zijn ideaal komt dicht bij wat historicus James Kennedy recent een ‘contrasterende gemeenschap’ noemde: een gemeenschap die leeft vanuit de navolging van Christus, maar daarover graag in gesprek gaat met allen die anders denken of doen (zie zijn Stad op een berg). Hauerwas’ countercultural community is een open, missionaire gemeenschap, waarin mensen worden gestimuleerd om, met de hulp van Gods Geest, ‘leesbare brieven van Christus’ te worden.
In onze Nederlandse context, zo schrijven Herman Paul en Bart Wallet in de inleiding, is een herontdekking van de kerk als morele gemeenschap vooral van belang na het einde van de verzuiling. ‘Wie leert (…) christenen nog wat de navolging van Christus inhoudt op maandag, dinsdag en woensdag?
Waar vinden ze voorbeelden van christenen die hebben nagedacht over wat het christelijk geloof betekent voor carrière, gezinsvorming, geldbesteding of consumptiegedrag?’ Christenen die in hun doordeweekse leven blootstaan aan allerlei nietchristelijke invloeden, moeten in christelijke zin worden gevormd in hun denken, doen en laten. Kerken hebben een belangrijke rol in dezen.
Wie deze opvatting deelt, raad ik aan deze bundel prikkelende essays te lezen. Sommige ervan zijn wat abstract/ theoretisch, andere niet direct relevant voor de Nederlandse context.
Niettemin evalueer ik Hauerwas’ – dikwijls retorisch geformuleerde – inzichten en ideeën over gemeente-zijn en discipelschap als verrijkend en uitdagend om in praktijk te brengen.
Hauerwas, S. (2010) Een robuuste kerk. De christelijke gemeente in een post-christelijke samenleving (Esther Jonker, Herman Paul, Bart Wallet (red.)). Boekencentrum, Zoetermeer. 284 p. € 19,90.
Drs. R.J.A. Doornenbal (1966) is senior opleidingsdocent aan de Academie voor Theologie van Christelijke Hogeschool Ede. Hij doet onderzoek naar (leiderschap in) missionaire vormen van gemeente-zijn. Hij is lid van NGK Ede.