Op het doel af

2010-07-09
  • Jaargang 54
  • nummer 14
Wie is degene die Nederland kan vertegenwoordigen? Wie heeft ons aller vertrouwen?
Los zand zijn we. En iedereen mag stemmen. Of je nu weet waar het over gaat, of blijft hangen op een leus, of op iemand stemt omdat hij iets belooft waarvan jij verwacht dat hij het waar zal maken, terwijl iedereen weet dat dat gewoon niet kan.

Het lijkt erop dat veel mensen hebben gestemd uit boosheid en angst. Angst dat het ons slecht zal gaan terwijl de winkels vol liggen. Er is geen enkele dreiging van oorlog.
Zieken worden vrijwel allemaal verzorgd en we worden ouder dan ooit. Blijkbaar zijn er zijn bangmakers aan het werk die mensen een bepaalde kant op willen hebben en angst is een sterke drijfveer. Dan wordt er geroepen dat we aan ons zelf moeten denken en dat de grenzen dicht moeten en dat we vooral niet moeten betuttelen maar zelf mogen doen wat we willen.
Of het echte gevaar niet juist ligt in het ontbreken van grenzen bij jongeren die zich dood drinken en vrijen en vervelen. Wat voor regering hebben we in vredesnaam nodig?
Kan die wel gekozen worden door alle Nederlandse kiezers?

De hoofden van de lijsttrekkers hangen nog op de borden en ineens kleuren de straten oranje. Overal toetertjes en slingers en pruiken en leeuwen. Opeens zijn we één. Daar zijn de mensen die ons vertegenwoordigen. Een aantal jonge mannen met een uitstekende conditie en motivatie die zich al tijden hebben voorbereid met diëten, oefeningen en spelregels. We hebben ze niet gekozen. Iemand met verstand van zaken heeft dat gedaan. Ze hoeven ons ook niet te vertellen wat ze gaan doen. We weten wat ze gaan doen en dat moeten ze goed doen. Het doel is duidelijk en ze moeten het samen doen. We hoeven niet bang te zijn dat eentje opeens de bal oppakt, onder het spel, om de anderen voor te stellen een paar spelregels te veranderen. Er zijn mensen die de spelregels in de gaten houden en er zijn kaartjes voor onbehoorlijk gedrag. De grenzen van het werkterrein zijn heel duidelijk en wie daarbuiten gaat krijgt straf. Ook de werktijd is afgesproken, tot op de minuut.
En zo sturen we ze op een internationale missie. En als ze winnen hebben wij gewonnen en als ze verliezen dreigt huiselijk geweld heb ik gehoord, dus ik ben van mening veranderd. Eerst dacht ik: Laat ze maar verliezen dan is het voorbij, maar ik zou niet willen dat iemand dan de klappen moet opvangen.

Voorlopig zijn we nog een land zonder regering, struikelend over de leuzen, bang voor wat voor onvrijheid dan ook, met onze hoop gericht op een aantal jongens met een ijzeren discipline die voor ons naar het doel rennen. Als het goed gaat komen ze met een beker thuis. Een soort van graal?

Als Nederland speelt, ga ik boodschappen doen. Het is heerlijk rustig. Voor de etalage van een zaak die tv’s verkoopt staan vier stoelen (waar komen die opeens vandaan?) Op een daarvan zit de straatkrantverkoper, een altijd vriendelijke, oudere man die geboren is in een land dat niet meer bestaat en als soldaat jaren vocht in een vreemd land voor een zaak die hij nooit heeft begrepen. Naast hem drie Polen die voor ons aan het spoor werken. ‘Hoe gaat het met Nederland?’ vraag ik. ‘Goed goed,’ zegt de straatkrantverkoper vrolijk. ‘Sneijder heeft een doelpunt gemaakt.’ (zo… en dat zonder geluid!!). Nederland is goed, vindt hij. Aardige mensen. Als hij gezond is en hij heeft iets te eten dan is hij zeer tevreden, zelfs zonder huis. Maar hij mag natuurlijk niet stemmen.

Jeannette Westerkamp is parttime justitiepredikant namens de NGK Houten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief