‘Overal kun je ambassadeur van het Koninkrijk zijn!’
2010-07-30
Tussen de aardappels en de trekkers groeide hij op. Wessel Huisjes droomde ervan om boer te worden, al wilde hij als kind ook wel ver weg om arme mensen te helpen. De studie Tropische Landbouw en een stage in het Afrikaanse Swaziland - met aandacht voor teelt van gewassen in het kader van armoedebestrijding - bracht zijn dromen dichterbij. Maar het echte werk kwam van de grond in Laos en Thailand. Een impressie van een kleine twintig jaar pionieren als ontwikkelingswerker door een jongen uit de Noordoostpolder.- Jaargang 54
- nummer 15
Terugkijkend ziet hij zijn keuze als 17-jarige om bewust de Heer na te volgen als een belangrijk scharnier in zijn leven. Bij alle wisselingen en onzekerheden vertrouwde hij op Gods leidende hand, of het nu ging om de grote lijnen in zijn werk of om een autotocht langs modderige en gevaarlijk gladde wegen in de bergen van Laos.
Wessel Huisjes voelt zich een gezegend mens, niet in de laatste plaats vanwege zijn recente huwelijk met de Laotiaanse Phonsemai Keowandi, ook wel eenvoudigweg Ut genoemd.
In de modder
ZOA zocht in 1993 iemand, die in het gesloten, communistische Laos wilde gaan werken, ergens in de noordoostelijke provincie Luang Namtha. Het ging om de re-integratie van Laotianen, die in de Laotiaanse oorlog van de jaren ‘60 gevlucht waren naar het veiliger Thailand en na tientallen jaren verblijf in vluchtelingenkampen weer naar hun geboorteland terugkeerden.
ZOA werkte aan een nieuw boerenbestaan voor deze ontheemden.
Het werden boeiende jaren - heel praktisch, soms tot aan de knieën in de modder. Wessel genoot van de contacten met de boeren, kon veel kwijt over de teelt van gewassen, maar stak omgekeerd ook veel van hen op - ‘Werken met boeren heeft altijd mijn hart gehad’. Met die ervaring vertrok Huisjes na vijf jaar naar de hoofdstad Vientiane, waar hij als landelijk projectleider voor ZOA ging werken. ‘Daar lag de nadruk op het organisatorische, met al het vergaderwerk en het administratieve dat daar bij komt kijken. Gelukkig bleef ik wel voeling houden met het project in Luang Namtha, waar ik de eerste vijf jaar werkte’. Toch bleef het verlangen naar het pionieren tussen de boeren van Laos.
Handelspartner
In 2003 trok ZOA zich terug uit Laos, waarbij het project in andere handen overging.
Ontwikkelingswerk is voortdurend aanpakken en loslaten en weten om te gaan met veel onzekerheden - ‘Ik probeer problemen ook altijd weer te zien als een nieuwe uitdaging, dat helpt me wel’. Maar de korte projecten die volgden, in Afghanistan en Liberia, konden Laos niet doen vergeten.
Een nieuwe mogelijkheid kwam van de kant van een Amerikaans echtpaar, Peter en Ruthie Dutton, die tijdens de ZOA-jaren ook in Laos werkten. Zij hadden in 1999 de FUF opgericht (Friend of the Upland Farmer) om de omstandigheden van de boeren in de hooglanden van noordoost-Laos te verbeteren.’ Huisjes: ‘De verbouw van rijst in die hoger gelegen gebieden is heel arbeidsintensief en de opbrengst is vaak onvoldoende om van te bestaan.
Maar als ze daarnaast maïs en soja verbouwen, kan men van de opbrengst niet alleen extra rijst kopen, maar ook het onderwijs van de kinderen bekostigen. De FUF was in die opzet in feite een soort handelspartner die, naast advies en begeleiding, zorgde voor de afzet van wat de boeren aan maïs en soja produceerden.’ Wessel Huisjes vertelt over zijn bezoeken aan de dorpen, waarin hij de boeren uitnodigde om mee te doen in de projecten. Het liep als een trein en de opbrengst aan maïs en soja groeide snel. De boeren leerden al doende het nodige over prijzen en afzetmogelijkheden en zo begon er ietsvan een markteconomie op gang te komen. Bovendien verbeterde de infrastructuur aanzienlijk in de jaren dat Wessel Huisjes werkte in Luang Nahmta.
Bedreigend
Toch liep het project in 2008 vast op de argwaan van de Loatiaanse overheid, die de FUF beschuldigde van religieuze activiteiten onder de dekmantel van het bedrijf. Wessel Huisjes: ‘Dat was onzin, want we hebben nooit iets aan evangelisatie gedaan, omdat dat verboden is in Laos. Alleen als mensen ons er naar vroegen hebben we ons geloof in Jezus gedeeld.
Wat we wel deden was dat we altijd met alle FUF-medewerkers (ook de niet-christenen) de dag begonnen met gebed en Bijbellezen. En verder deden we ons werk met liefde voor de mensen. Ik ben door NGK Deventer, mijn thuisgemeente, uitgezonden met de tekst uit Matteüs 5 “laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken”. Dat is de diepe motivatie waardoor mijn werk gestempeld is. Betrouwbaarheid is daarbij heel belangrijk. De mensen moeten van ons op aan kunnen. Dat je “ja” ook “ja” is, want dat is in Laos wel eens anders. Dat stempelde de sfeer van ons werk en dat heeft de overheid, die zoveel minder hart had voor de boeren, waarschijnlijk als bedreigend voor hun eigen positie ervaren.’
Tegen de stroom in
Als Wessel terugkijkt op de jaren die hij in Laos werkte zijn er bijzondere dingen gebeurd, zowel in het ontwikkelingswerk als in de groei van het aantal christenen: ‘Op plekken waar twintig jaar geleden geen christen was, zijn nu gemeentes van soms meer dan honderd mensen. De verkondigende radio-uitzendingen vanuit Thailand zijn daarin belangrijk geweest. En verder waren er onder de in Laos terugkeerde vluchtelingen, mensen die in hun Thaise tijd christen waren geworden. Maar ook de uitstraling van het christelijk geïnspireerde ontwikkelingswerk zal zijn invloed hebben gehad.’ Huisjes merkte daarbij dat mensen met een - door angst en bezwering gestempeldeanimistische geloofsovertuiging veel opener bleken te zijn voor het christelijk geloof dan degenen die het meer gesloten, zelfgenoegzame Boeddhisme aanhingen. Gemakkelijk is zo’n stap nooit, want wie christen wordt kan op grote spanningen in de familie rekenen. En soms komt de overheid met maatregelen, die vaak onvoorspelbaar zijn. Zo werd in het afgelopen jaar een bekende van Wessel opgepakt en enkele maanden gevangen gezet, terwijl een andere Laotiaanse medewerker spoorloos verdween. Maar tegen de stroom in, ziet Wessel Huisjes God aan het werk in Laos.
Weinig nodig
Na zijn afscheid van de FUF – met pijn in het hart – leidde de Nederlandse ontwikkelingswerker gedurende een aantal maanden een landbouw- en visserijproject in Birma. Dat was in een gebied, waar de orkaan Nargis in 2008 had huisgehouden, met meer dan 100.000 doden en grote verwoestingen als gevolg. ‘Je leert op zulke momenten wat echt belangrijk is: de liefde van God en goede vrienden om je heen.
En ook zie je hoe weinig je nodig hebt als mens om te kunnen leven’.
In de zomer van 2008 werd het plan geboren om in Thailand, vlak over de grens met Laos, een fabriek te starten waar de maïs en soja verwerkt zouden worden tot een voedzaam soort deeg (Corn-Soy-Blend), vooral geschikt als voedsel in het geval van noodhulp. Die fabriek staat er inmiddels en de spannende fase is aangebroken met de vraag of er afzet is voor dit maïs-soja product.
Het is boeiend werk, deze ‘Business as Mission’ zoals de Amerikanen het noemen. Het gaat echt om een bedrijf, dat bedoeld is om goed te renderen.
Alleen is het oogmerk niet zozeer de winst, maar de regionale ontwikkeling en de verbetering van de leefomstandigheden van de armsten in zo’n gebied. En dat vanuit een christelijke motivatie, zo legt Wessel Huisjes uit.
Leven met Laotianen
Hij heeft in de jaren goed leren leven met de mensen in Laos. Hij woonde in huis met Laotianen en leerde snel de taal en cultuur kennen. Ook een bedrijf runnen is in Laos anders dan in Nederland. ‘In de bedrijven daar wordt heel sterk gedacht vanuit familieverbanden.
Maar ook als werknemers geen familie zijn, is het goed om veel te investeren in zulke relaties.
Zo nodigden Ut en ik in de afgelopen weken onze medewerkers uit om bij ons voetbal te kijken.
Compleet met oranje shirts. En verder is het heel belangrijk om steeds het overleg te zoeken met de mensen zelf en soepel te zijn als hun benadering anders is. Ze moeten vooral voelen dat je er echt wilt zijn voor hen. Iemand zei eens: we zijn geen human doings, maar human beings’.
Overal
Of Wessel Huisjes ook een boodschap heeft voor de Nederlandse lezers van Opbouw? Hij lacht en beklemtoont dat hij niet met negatieve gevoelens is weggegaan uit Nederland en door dejaren heen ook kon genieten wanneer hij met verlof terug was in Nederland.
Hij vindt Nederland wel druk en gejaagd en erg dicht op elkaar gebouwd.
Dat was ook wat Ut opviel. Wessel laat verder weten dat het er volgens hem niet zoveel toe doet op welk plekje je als mens leeft. ‘Ik denk dat je overal ambassadeur kunt zijn van Gods Koninkrijk. Waar je ook bent en wat je ook doet, steeds weer is de vraag: wat is je rol als volgeling van Jezus’. En Ut vult aan: ‘Kom eens langs in Laos of Thailand en bid voor deze landen. Want de armoede is groot, ook geestelijk’.
Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.
| Zie verder: www.wesselhuisjes.blogspot.com. Wie de nieuwsbrief van Wessel Huisjes wil ontvangen kan zich aanmelden bij HEscheffer@filternet.nl. |