De kerk moet haar missionaire identiteit herontdekken
2010-10-01
Nu de eeuwenoude christelijke cultuur van het Westen langzamerhand vervaagt, bezint de westerse kerk zich op haar missionaire identiteit. De herontdekking van de missionaire betekenis van doop en avondmaal kan helpen in dat proces. Dat schrijft de Canadese theoloog Michael W. Goheen.- Jaargang 54
- nummer 19
Nadat het christelijke geloof de officiële godsdienst was geworden in het Romeinse rijk (325 na Christus), werd in de eeuwen die volgden de invloed van de katholieke kerk op de Westerse samenleving steeds sterker zichtbaar. Maar vaak wordt vergeten dat ook omgekeerd de christelijke kerk gestempeld werd door het simpele feit dat ze functioneerde in een christelijke context. Zo verzwakte het besef, dat christen-zijn in de samenleving altijd iets heeft van een ‘tegenover’ en een levensstijl vraagt die (geheel) anders is dan die van tijdgenoten. In plaats daarvan was de christelijk getinte cultuur voor de kerk soms meer bepalend dan het grote Bijbelse verhaal.
Missionaire identiteit
In het begin van de 20e eeuw kwamen er op dit punt kritische geluiden, met name vanuit de hoek van de zending. Daar groeide de hoop dat missionaire projecten in Afrika en Azië wel eens hun heilzame weerslag op de moederkerken in Europa zouden kunnen hebben. In die zin dat de Westerse kerk langs deze ‘omweg’ zijn eigen missionaire identiteit weer zou gaan herontdekken.
Die hoop, zo is mijn indruk, wordt meer en meer werkelijkheid. De westerse kerk begint langzamerhand in te zien dat zending niet slechts één van de vele kerkelijke activiteiten is, maar tot haar diepste wezen behoort. En meer nog, dit inzicht begint langzamerhand door te werken in andere aspecten van het kerkelijke leven.
Doop afschaffen?
Een mooi voorbeeld van deze ontwikkeling is een discussie over de doop in de kerk van India rond het midden van de vorige eeuw. Daar kwam de gedachte op dat de doop een typisch westerse rite was, zoals in het Jodendom de besnijdenis. Men was bang dat in de Indiase situatie die ‘westerse’ doop in de hand zou werken dat de kerk zich meer naar binnen zou keren, zich zou isoleren van de eigen cultuur en opener zou worden voor buitenlandse invloeden. Er gingen dus stemmen op om de doop af te schaffen.
Voor anderen was dit juist een aanzet om opnieuw studie te doen naar de plaats van doop en avondmaal in het Nieuwe Testament. Deze mensen constateerden dat doop en avondmaal in de vroege kerk gestempeld waren door de missionaire positie van de kerk, maar dat in de duizend jaar daarna doop en avondmaal sacramenten waren geworden, die aansloten bij een weinig missionaire en meer naar binnen gekeerde kerk. De kerk in India moest de doop dus helemaal niet afschaffen, zo was de conclusie, maar opnieuw de oorspronkelijke missionaire lading meegeven. Doop en avondmaal waren immers juist bedoeld om de kerk van alle plaatsen en alle tijden te laten groeien in haar missionaire bewustzijn.
Grote verhaal
Een korte schets van het grote verhaal van de Bijbel kan dit misschien verduidelijken.
God koos zijn volk Israël uit met het oog op de wereld en om tot een zegen te zijn voor alle volken. Israël moest te midden van de andere volken een leven leiden, zoals het bij de schepping door God bedoeld was. En – met de blik naar voren gericht – zoals God het weer zou herstellen in het komend Koninkrijk. Dat betekende bijvoorbeeld, dat Israël de beeldendienst resoluut moest afwijzen, zonder de openheid voor wat in zo’n niet-Israëlitische cultuur aan goeds en moois opkwam te verliezen. Israël ontving het beloofde land als een soort proefpolder om dit nieuwe leven zichtbaar te maken voor het oog van de volken.
Maar de weg van Israël werd een aaneenschakeling van mislukkingen. In die vastgelopen situatie kwamen de profeten met de boodschap dat God in het laatste der dagen een volk bijeen zou brengen dat wel trouw zou zijn aan deze missionaire roeping. Zodat uiteindelijk toch het grote doel van God – ‘maak alle volken tot mijn leerlingen’ – werkelijkheid zou worden.
Nieuwe gemeenschap
De primaire taak van Jezus was dan ook: Israël bijeenbrengen en herstellen zodat zij haar missionaire roeping te midden van de volken zou volbrengen. Belangrijk daarbij was dat in Jezus’ komst het Koninkrijk van God wel werkelijkheid wordt, maar nog niet ten volle.
Het oordeel blijft nog uitstaan, zodat er ruimte komt voor een tijd van verkondiging van het evangelie, voor joden en later heidenen – bijeengebracht als schapen in de stal, geborgen als tarwe in de schuur en genodigd als gasten aan het feestmaal. Jezus nodigt mensen uit om zijn leerling te worden en vervolgens zelf ook weer leerlingen te maken. Hun leven in woord en daad is bedoeld als een teken van het Koninkrijk en een levende uitnodiging aan anderen om zich aan te sluiten bij de gemeenschap rondom Jezus. Pas na Jezus’ dood en opstanding is de weg helemaal vrij voor het nieuwe volk van God om in de navolging van Jezus de missionaire opdracht te vervullen, waarin Israel was vastgelopen.
Na zijn opstanding gaf Jezus zijn discipelen mee: ‘Zoals de vader mij gezonden heeft, zo zend ik u.’ Zo zou het missionaire werk van Jezus worden voortgezet in Israel en daar buiten.
Johannes
Met Pinksteren worden de eerste mensen gedoopt, nadat ze Petrus’ boodschap hadden aangenomen. Zij vormden vanaf dat moment een nieuwe gemeenschap.
In zekere zin is de doop op de Pinksterdag de vervulling van de doop door Johannes. Johannes de Doper was immers degene die, in afwachting van de komst van de Messias, begon met mensen voor te bereiden op de komst van het Koninkrijk. In zijn doop grijpt Johannes symbolisch terug op de uittocht door de Rode zee en de intocht in het beloofde land door de Jordaan. De doop is dus een nieuw begin voor het volk van God om zijn missie te volbrengen en te zijn tot een licht voor de volken.
Met Pinksteren is het nieuwe dat mensen gedoopt worden in de naam van Jezus en dat ze de Heilige Geest ontvangen. Jezus’ dood en opstanding vormden namelijk het keerpunt in de geschiedenis: zijn dood betekende de definitieve nederlaag van de zonde en het kwaad van het oude tijdperk, zijn opstanding luidde de nieuwe tijd in.
Gedoopt worden in de dood en opstanding van Jezus betekent daarom: toetreden tot de gemeenschap die in het hier en nu al deel heeft aan de nieuwe tijd van het komend Koninkrijk. Waarbij de Geest het onderpand en de eerste vrucht is van dat komende Rijk. De doop betekent inlijving in een gemeenschap die nu al - door de Heilige Geest - de voorsmaak geniet het komend Koninkrijk in kracht.
Vier gebruiken
Kortom: door de doop behoor je tot de mensen die nu al leven in de tijd die komen gaat. Je wordt deel van een gemeenschap, die door de Messias bijeengebracht is, om vervuld met de Geest, de missionaire roeping van Israël voort te zetten.
Deze nieuwe gemeenschap in Jeruzalem kende vier gebruiken als wegen waarlangs men
deel kreeg aan het nieuwe bestaan van het koninkrijk, om vervolgens dit nieuwe aan anderen voor te leven. Deze vier gebruiken zijn: onderricht in het Woord, gebed, de onderlinge gemeenschap en het avondmaal.
Het avondmaal is dus gegeven om de nieuwe missionaire gemeente te voeden met het leven van Christus, En om zo, bemoedigd en versterkt, te werken aan Jezus’ opdracht om een licht te zijn voor de volken.
Missionaire lading
In de westerse kerk van vandaag moeten we doop en avondmaal weer hun missionaire lading geven. De doop maakt ons deel van de gemeenschap, die wereldwijd de missionaire opdracht van Jezus uitdraagt - totdat Hij komt.
Het avondmaal geeft ons deel aan het opstandingsleven van Jezus, zodat we in die kracht navolgers van Jezus worden, met zijn missie voor deze wereld voor ogen.
Als doop en avondmaal zo gevierd worden, kunnen beide sacramenten de christelijke gemeente steeds opnieuw bepalen bij haar missionaire identiteit, die zo wezenlijk is voor de kerk.
| Michael Goheen is lid van de Christian Reformed Church, onze Noord-Amerikaanse zusterkerk. Samen met Craig G. Bartholomew schreef Goheen twee boeken: Het eerste is Drama of Scripture (een schets van het grote verhaal van de Bijbel) en het tweede: Living at Crossroads (leven met de Bijbel in een postmoderne cultuur). Bob Wielenga bespreekt in het komend nummer van Opbouw het eerstgenoemde boek. Goheen promoveerde op het gedachtegoed van Lesslie Newbigin (1909-1998), die nog steeds een inspirator is voor mensen met een missionair hart. Goheen is als missioloog verbonden aan Trinity Western University in Langley en Regent College in Vancouver. Meer weten? Kijk op www.biblicaltheology.ca. |