Maakt de diaconie nog verschil?

2010-10-01
  • Jaargang 54
  • nummer 19
Zou het wat uitmaken als de diaconie opgeheven wordt? Die vraagt stelt de Centrale Diaconale Commissie in haar rapport voor de komende Landelijke Vergadering. Volgens de commissie raakt de fundamentele betekenis van het diakenambt steeds meer uit beeld. Opbouw legde de vraag voor aan acht diakenen. Zij herkennen zich maar deels in de waarnemingen van de commissie.

De Centrale Diaconale Commissie (CDC) stuurde onlangs een aanvulling op een eerder opgesteld rapport naar de Landelijke Vergadering 2010. De CDC doet in het rapport enkele stevige uitspraken over de positie van het diakenambt binnen de NGK en de positie van de commissie zelf. Volgens de commissie is er sprake van ‘een tanend besef ten aanzien van de fundamentele positie van de diakenen’. Diakenen zijn ‘nauwelijks meer zichtbaar’ in de diensten en ‘de toerusting van de leden van de gemeente tot het dienen van de naaste’ komt minder aan bod in het diaconale werk. De commissie vraagt zich daarom af of het opheffen van de diaconie ‘enig verschil zou uitmaken voor het functioneren van een gemeente’.
Het zijn geen malse constateringen. De commissie erkent dat het in het rapport wat veralgemeniseert en dat het door een gebrek aan menskracht en grote tijdsdruk geen uitgebreide toelichting kon geven, maar ‘er is naar het gevoelen binnen de CDC wel degelijk sprake van een tendens zoals geschetst’.


Hulpouderling

‘Het gebrek aan contacten met “het veld” zorgt misschien voor een te eenzijdige blik en onze waarnemingen hoeven natuurlijk niet automatisch voor alle diaconieën in onze kerken te gelden, maar het werd onzes inziens wel tijd om stevig aan de bel te trekken’, licht commissielid Peter Wakker toe. ‘De zinsnede over het opheffen van de diaconie slaat op de betekenis die de diaconie zou moeten hebben, maar naar ons idee niet meer of niet voldoende heeft. Natuurlijk vervullen de diakenen taken binnen de gemeente, maar die taken blijven vaak beperkt tot de behandeling van enkele steunaanvragen en het maken van een collecterooster. Hun taken kunnen vaak net zo goed gedaan worden door niet-ambtsdragers, commissies en dergelijke. De diaken als voorganger in de diaconale dienst, de diaken die dient aan de avondmaalstafel, die wijst op situaties waar voorbede voor nodig is, die méér maakt van de collecte dan het steunen van goede doelen, die gemeenteleden actief aanmoedigt tot het zijn van naaste... Waar vind je ze nog?’

De commissie baseert haar waarnemingen op een aantal recente publicaties over het diakenambt, zoals Stad op een berg van James Kennedy, maar ook op voorbeelden uit de NGK zelf, vertelt Wakker. ‘Er zijn ons situaties bekend waar diakenen meer ingezet worden voor pastoraal werk of zozeer zijn opgenomen in de kerkenraad dat het eigene van de diaconie niet meer aan bod komt. De diaken is dan meer een soort hulpouderling. Ook zijn er gemeenten waar het opheffen van de diaconie al bijna een feit is.’

Lauw

In het rapport voor de LV beveelt de CDC aan om een studiecommissie in het leven te roepen die zich gaat bezinnen op de positie van diakenen. Ook lijkt het de commissie zinvol om bij de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te polsen of daar soortgelijke studies lopen. Verder doet de commissie een aantal aanbevelingen over haar eigen voortbestaan. De afgelopen jaren is gebleken dat het de commissie ‘structureel aan professionaliteit en continuïteit’ ontbreekt en dat de commissie door voortdurende onderbezetting gewoon niet in staat is de kar te trekken. Wakker noemt daarbij de lauwe reacties die de commissie kreeg toen het contact met en tussen de Nederlands Gereformeerde diaconieën probeerde te leggen. Zo flopte het plan voor een diaconale conferentie in 2008 door een gebrek aan animo.
De CDC stelt voor om een enquête te laten uitvoeren om de behoefte van diakenen aan onderlinge ontmoeting en een centraal steunpunt te peilen. Ook op dit front ziet de commissie samenwerking met de Vrijgemaakten wel zitten, die al over een Diaconaal Steunpunt beschikken. De eerste stap tot samenwerking is overigens al gezet: de CDC is betrokken bij de organisatie van de Diaconale Conferentie van de GKV op 2 oktober. Daar zijn ook alle NGK-diaconieën voor uitgenodigd.

Minder drastisch

Opbouw legde de waarnemingen van de commissie voor aan diakenen uit acht verschillende NGK’s. Opvallend is dat het gros van hen slechts vaag bekend is met de commissie, al hebben de meeste diakenen het rapport wel voorbij zien komen met het oog op de Landelijke Vergadering. Bepaalde elementen van het rapport worden herkend, al klinken de diakenen in hun reacties minder drastisch dan de commissie zelf.


Commissie: Er is nauwelijks meer sprake van een zichtbare, merkbare plaats voor de diakenen in de zondagse diensten.

Ellie Huisman, NGK Ede: ‘Ik vind het een verrassende conclusie. Mijn eerste reactie was: hè, hoe komen ze daarbij? Denk alleen al aan iets heel basaals: je loopt iedere zondag met het collectezakje rond.’
Wietze Punter, NGK Emmeloord: ‘De rol van diakenen in de dienst is naar mijn idee duidelijk, zowel voor diakenen als voor de gemeenteleden. We hebben een echte functie.’
Rob Scholtz, NGK Krommenie: ‘In de diensten zijn we wel degelijk betrokken. We regelen de bloemengroet, we doen uiteraard de collectes, we tellen achteraf het geld, we geven bijzonderheden door die meegenomen kunnen worden in de voorbeden, we zorgen dat jarigen wat aandacht krijgen.’
Peter Brouwer, NGK Doetinchem/Velp: ‘Op de collecte na hebben diakenen geen zichtbare plaats, nee. Maar dat was nooit anders volgens mij. Ik weet ook niet of diakenen een uitgebreidere rol moeten krijgen. Misschien rond de collecte, zodat er meer bewustwording is waar aan gegeven wordt.’
De overige diakenen zeggen zich niet in de conclusie van de commissie te herkennen.

Commissie: De toerusting van de gemeenteleden tot het dienen van de naaste komt minder aan bod.

Hilbert van Dijk, NGK Apeldoorn: ‘Het komt bij ons niet minder aan bod. We betrekken mensen bij het diaconale werk. Veel wordt trouwens opgevangen door instellingen als Stichting Present. Vroeger werd heel veel binnen de gemeente opgelost, dat gaat nu over de kerkgrenzen heen.’
Ellie Huisman, NGK Ede: ‘Zulke toerusting gebeurt weinig in onze gemeente. We zijn wel via Stichting Present actief en gaan met een paar andere kerken samenwerken met Stichting Hulp in Praktijk. Overigens vind ik ook de toerusting van diakenen zelf te weinig. Je wordt als diaken min of meer in het diepe gegooid. Diakenen en ook ouderlingen en pastoraal werkers zouden veel vaker bijscholing en cursussen moeten krijgen.’
Peter Brouwer, NGK Doetinchem/Velp: ‘Dit gebeurt niet veel in onze gemeente. Ik vind het wel belangrijk. Het is de kern van het Evangelie dat iedere christen diaconale taken zou moeten doen. Maar ik weet niet of het de taak van de diaconie is om daartoe toe te rusten.’
John Wiesenekker, NGK Almere: ‘Dit is een probleem, ja. Hoe stimuleer je de gemeente tot diaconaal werk? Gemeenteleden geven wel aan collectes, maar hoe zorg je dat ze ook die zwerver om de hoek helpen? We werken in Almere wel mee aan de voedselbank en opvanghuizen, maar dat gebeurt voor het grootste deel vanuit de kerkenraad en diaconie, niet vanuit de gemeente. Diaconie leeft niet onder de meeste gemeenteleden. De nood wordt hoger, maar wij lijken ons ervoor af te sluiten. We willen het eigenlijk liever niet zien. Terwijl je in de Bijbel leest dat je ook die zwerver die je tegenkomt moet helpen. En dat soort situaties zijn in Almere zeker relevant.’
Karin Berghuis, NGK Eindhoven: ‘Je weet dat het je taak is om mensen op te roepen ook diaconaal werk te doen. Als je de mogelijkheid hebt, doe je dat, zoals met Stichting Present. Maar het gebeurt niet heel vaak bij ons. Of het meer zou moeten? Dat weet ik niet. Ik denk dat er al best veel gebeurt, georganiseerd en ongeorganiseerd.’
Wietze Punter, NGK Emmeloord: ‘We proberen het wel, gemeenteleden toerusten. We hebben pas nog met een paar gemeenteleden Stichting Present opgericht. Maar ik zou nog wel meer gemeenteleden in het diaconale werk willen betrekken. Ook zou ik graag beter in de gemeente duidelijk willen maken wat de diaconie inhoudt en waarvoor je er kan aankloppen. Helaas zijn er niet genoeg diakenen om die wensen te vervullen. Ik ben nu zelf drie jaar diaken en je ziet ze komen en gaan.’

Commissie: De vraag of het opheffen van de diaconie enig verschil zou uitmaken voor het functioneren van een gemeente dringt zich op.

Rob Scholtz, NGK Krommenie: ‘Het klopt dat het diaconale werk in de wijk door iedereen gedaan zou kunnen worden, net als dat het pastoraat in principe door iedereen die sociaal een beetje goed is gedaan kan worden. Maar als je de diaconie opheft, zullen toch anderen die taken over moeten nemen. Dan kun je het beter zo houden.’
Hilbert van Dijk, NGK Apeldoorn: ‘De diaconie verricht ook taken die discreet uitgevoerd moeten worden. Het is beter dat in zo’n overleggend orgaan als de diaconie te plaatsen, dan kun je in alle discretie overleggen met andere diakenen.’
Wietze Punter, NGK Emmeloord: ‘Ik denk dat als je kerk en diaconie financieel zou samenvoegen, dat je dan minder inkomsten zou krijgen. Daarnaast doen diakenen veel dingen die ouderlingen niet kunnen opvangen als het weg zou vallen. Ik vind de diaconie zeker een “aanvulling op”.’
Ook de andere diakenen denken dat opheffen het gemeenteleven niet ten goede zal komen.

Commissie: De CDC stelt voor om een professionele enquête te laten uitvoeren naar de behoefte van de diakenen binnen onze kerken aan ontmoeting en aan een centraal steunpunt.

Hennie Regtop, NGK Alphen aan den Rijn: ‘Ik heb wel behoefte aan ontmoeting en een stukje toerusting. Je moet als diaken echt netwerken, is mijn ervaring. Hoe doe je dat zonder dat het ten koste gaat van je andere taken? Ik ben de enige diaken, dan mis je wel eens ruggespraak.’
Ellie Huisman, NGK Ede: ‘Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van de commissie af. Het is daarom misschien wat hypocriet om te zeggen, maar nu ik het weet, vind ik het wel belangrijk en zou ik wel naar bijeenkomsten gaan.’
Peter Brouwer, NGK Doetinchem/Velp: ‘Ik wist niet van het bestaan van de commissie af en heb het ook niet gemist.’
Hilbert van Dijk, NGK Apeldoorn: ‘Het is een kip-en-ei-verhaal. Als er een goede commissie is, doe je er een beroep op. Als er geen goede commissie is, heb je die ook niet nodig. Ik denk dat het niet zo leeft in de NGK. Er is genoeg informatie voorhanden hoe je bepaalde problemen kunt oplossen.’
Wietze Punter, NGK Emmeloord: ‘Bij bepaalde kwesties waar je als diaken tegenaan loopt, is het wel zinvol om een steunpunt te hebben. Ik denk bijvoorbeeld aan de omgang met een verzoek om financiële steun. Hoe ver ga je daarin mee? Hoe doen anderen dat?’
John Wiesenekker, NGK Almere: ‘Ik kreeg het idee dat het rapport verkeerd om was. De commissie functioneert slecht en krijgt niet voor elkaar wat het wil. Het wil allemaal studies doen hoe het anders moet, maar zolang de kerken niet openstaan voor verandering is dat trekken aan een dood paard. Ik denk dat het beter is om de commissie nu op te heffen en dan op lokaal niveau tot een nieuwe vraag te komen. Niet andersom.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief