Twee tollenaren (Zacheüs)
1991-05-10
Twee tollenaren worden in het evangelie met name genoemd: Levi (of Mattheüs) en Zacheüs. Het waren in de ogen van de meeste tijdgenoteh, verachtelijke collaborateurs, die zich ten koste van de gewone man verrijkten.- Jaargang 35
- nummer 10
Jezus gaat ze niet uit de weg, integendeel.
Deze week bezien we Jezus' ontmoeting met één van die twee tollenaren: Zacheüs (Lk. 19:1-10).
Redding?
Laten we als eerste maar eens naar het slot gaan, waar deze geschiedenis tweemaal als reddingsverhaal getypeerd wordt: "Heden is aan dit huis redding geschonken ... Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden".
Op het eerste gezicht kun je je indrukwekkender reddingsverhalen voorstellen.
Iemand, die van de verdrinkingsdood wordt gered, of mijnwerkers, die uit een ingestorte mijn worden gehaaid.
Maar verdient deze geschiedenis van Zacheüs de naam reddingsverhaal?
Doorstaat Zacheüs de vergelijking met iemand, die van de verdrinkingsdood of verstikkingsdood wordt gered?
Redding van de dood
Toch kun je van de bijbelse redding minstens twee mooie dingen zeggen, zodat Zacheüs de vergelijking met die andere twee geredden glansrijk doorstaat.
Als eerste valt van de bijbelse redding te zeggen, dat daarin een verstrekkende overwinning op de dood ligt besloten. "Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven" (Joh. 3:36), zo wordt gezegd over de bijbelse redding. De bijbelse redding houdt geen halt voor de dood!
Dat maakt, dat de redding van Zacheüs van een heel andere soort is, dan de redding van een drenkeling of opgesloten mijnwerker. Zij zullen vroeger of later alsnog een prooi van de dood worden. Daartegen is alleen het bijbels kruid gewassen.
Redding van de zonde
Er is nog een reden om deze geschiedenis een reddingsgeschiedenis te noemen. Want God haalt met zijn reddingsaktie de mens niet alleen bij de dood weg, maar ook bij de zonde.
Zelfs al zou de wetenschap nog eens een levensdrankje uitvinden, waardoor de mensen eeuwig zouden leven, dan zou ook die redding van de dood niet te vergelijken zijn met de bijbelse. 't Valt zelfs te verwachten, dat de wereld door die levensdrank eerder slechter dan beter zal worden, omdat het kwaad daarmee ook eeuwige kansen krijgt - God joeg de mens niet voor niets weg bij de levensboom.
Vergeleken met die wetenschappelijk verkregen uitweg uit de dood, is de bijbelse redding van een kwalitatief andere soort. De levensdrank zou hoogstens eeuwig onveranderde mensen opleveren. Bij Gods redding is bevrijding van de zonde en de totale vernieuwing inbegrepen.
En dat is iets, wat je hier bij Zacheüs al een beetje ziet. Hij begint hier en nu al trekken te vertonen van de Zacheüs, zoals God hem hebben wil: de Zacheüs van de nieuwe aarde.
Daarom kan Jezus ook met nadruk zeggen: Heden is aan dit huis redding geschonken.
Vernieuwd eeuwig leven. Die combinatie maakt, dat de redding van een drenkeling of mijnwerker, na enig doordenken, de vergelijking met de redding van Zacheüs niet meer kan doorstaan. De redding van Zacheüs behoort tot de meest bijzondere redding, die je je denken kunt en God heeft er het patent op.
Zoon van Abraham
Dan nog iets. Jezus zegt (tegen de omstanders?): "Heden is aan dit huis redding geschonken", en Hij laat dat volgen door een heel mooi zinnetje: "omdat ook deze een zoon van Abraham is". Zoon van Abraham. Zacheüs was het vanaf zijn geboorte (besnijdenis).
Hij had van jongsaf deel uitgemaakt van Gods volk. Een zoon van Abraham.
Maar hij had gaandeweg zijn prioriteiten verlegd, en uiteindelijk God gelaten voor wie Hij was. Daarmee was Zacheüs verloren geraakt voor God en zijn Koninkrijk.
Dat is herkenbaar. Gedoopten, die God uit het oog verliezen, de band met de gemeente kwijtraken. En daarmee verloren raken voor God en zijn Rijk.
Echt verloren.
Lukas confronteert ons met de geschiedenis van iemand, die ècht verloren is voor God en zijn Rijk. Jezus had immers al eerder gezegd: "Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben om het Koninkrijk van God binnen te gaan" (Lk. 18:24). Hoeveel te meer geldt dat voor iemand, die langs dubieuze weg aan zijn rijkdom is gekomen.
Zacheüs is ècht verloren.
Maar dan trekt Jezus de boog van Gods trouw zomaar vanuit dat allereerste begin (besnijdenis) naar het heden van de redding en zegt: "omdat ook deze een zoon van Abraham is".
En je mag hier zeggen: Zacheüs wordt (door Gods trouw) wat hij is (van huis uit): zoon van Abraham.
Zo zet Lukas een geschiedenis voor ons neer, waarin Gods trouw voelbaar wordt in Jezus' reddend werk, juist ook aan verloren geraakte zonen en dochters van Abraham. En dat is een steun in de rug voor de kerk van de jaren '90, waar velen verdriet hebben om verloren geraakte zonen en dochters van Abraham.
Als deze uiterst dubieuze zoon van Abraham omgaat, wanneer hij in de laserbundel van Gods heil komt, dan is er hoop voor alle verloren geraakte zonen en dochters van Abraham.
ZOEKEN en zoeken
Tenslotte: is er in Zacheüs' leven iets geweest, dat naar die omwenteling heeft toegeleid? Ik denk van wel.
Letterlijk lees ik in Lk. 19:3: "En hij zocht te zien wie Jezus was". Zacheüs die zoekt.
En de evangelist komt nog een keer op dit werkwoord terug in het 10e vers: "Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te ZOEKEN en te redden."
Alsof hij wil suggereren, dat het zoeken van Zacheüs en het ZOEKEN van Jezus niet los van elkaar staan. Zelfs zo, dat het
(ondiepe?) zoeken van Zacheüs opgenomen wordt in dat diepe ZOEKEN van Jezus (heden moet ik in uw huis zijn).
Opnieuw opbeurend voor ouders, die met vallen en opstaan het heil zoeken voor hun kinderen. Of jongeren, die onzeker op zoek zijn naar God. Bidt, dat God dat stuntelige, aarzelende zoeken van ons nog eens opneemt in zijn grote zoekaktie om het verlorene weer thuis te bren.gen. Waarbij de zoeker de gezochte blijkt te zijn.
Die fijne ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs is zo een hart onder de riem van de kerk van de jaren '90. Jezus, die een verloren geraakte zoon van Abraham redt. Echt verloren en echt gered met een redding van een heel diepe soort.