Tussen kerk en keuken
1991-05-10
Margreet Maljers-Kroes, Alkmaar - Jaargang 35
- nummer 10
Kindernevendiensten
In onze gemeente heeft het verschijnsel 'kindernevendienst' al een paar jaar geleden zijn (of is het haar) intrede gedaan.
Vlak voor de preek begint, dribbelt een stoet kinderen achter de vertelster aan de kerk uit. Als ik zelf aan de beurt ben om te vertellen, voel ik me een soort rattenvanger van Hameien maar dan in het christelijke.
Een tijd geleden begon ik de vertelling met: "Vanmorgen gaan we over iets heel belangrijks praten."
"Ja," zei Sandra. "Ik heb drie muggebuiten."
Ze stak haar arm naar voren en stroopte alvast bereidwillig haar mouw op.
"Tjonge" zei ik, "maar dat bedoel ik niet."· "Nou ... het is anders wel heel lastig, want het jeukt", deelde ze mee. Ze had die morgen een duidelijk idee over wat belangrijk was en dat waren muggebulten.
Nu is het toch een bijdehandje, want toen ik een paar weken geleden een kop koffie bij haar moeder had gehaaid en wat verstrooid mompelde: "Kom ... we gaan maar eens," keek ze verwonderd de kamer rond en zei: "Oh ja, wie gaat rr nog meer mee?"
Als je een verhaal moet vertellen, vallen je soms dingen op die je je nooit eerder hebt gerealis.eerd en als je kinderen na de.vertelling laat tekenen over het verhaal, kun je een aardig idee krijgen van de zaken waar je een accent op hebt gelegd.
Ik vertelde eens over David die door Samuel werd gezalfd: Samuel treurde over de ongehoorzaamheid van Saul en kreeg van de Here God de opdracht om David te zalven, waarop Samuel zet: "Als Saul ervan hoort, zal hij mij zeker doden."
"Neem een kalf mee," zei de Heer, "en zeg dat je gekomen bent om een offermaaltijd te houden."
Uit wat ik er over had gelezen, was de indruk overgekomen dat een offermaaltijd min of meer iets teestetljks was.
Toen het verhaal uit was en de kinderen gingen tekenên, keek ik eens rond en vroeg: "Wat gaan jullie tekenen?"
Ik verwachtte een hoorn met olie. Of een tekening van David bij de schapen.
"Ik teken een tafel met lekkere dingetjes,"
zei een kind vergenoegd. de andere kinderen vielen in: "Ik ook ... Ik ook."
Tja, daar zat ik dan! Of ik het wel helemaal goed had verteld, betwijfelde ik.
Vorige week vertelde ik over het visioen van Petrus die een laken uit de hemel zag neerkomen met onreine dieren.
Maarten, zes jaar oud, begon met het tekenen van twee slangen, met enorme giftanden.
Wat onzeker vroeg hij: "WE!lke dieren zaten er nog meer-op het kleed."
"Een varkentje," antwoordde ik.
"Kan ik niet tekenen," zei hij zorgelijk .
"Een olifant," riep een ander kind, dat het breed zag.
Maarten sloeg dubbel van het lachen en proestte: "Ha, ha... een olifant... Die zakt toch door het laken helen."
In ieder geval was het verhaal wel beeldend geweest!
Maar een olifant had ik niet genoemd.
Hand op mijn hart.