Tweede zitting Landelijke Vergadering
1991-05-10
Op 20 april kwam de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken in Ede weer bijeen. Op deze tweede zitting kwam de commissie openstelling diakenambt voor zusters - op verzoek van de LV - met een tussentijdse rapportage. Door de uitgebreidheid van de opdracht en de zorgvuldige en grondige werkwijze zal de commissie pas eind 1993 met een eindverslag kunnen komen.- Jaargang 35
- nummer 10
De LV sloot verder de discussie over de hulp aan steunbehoevende kerken af en aanvaardde de rapporten van de commissies Radio- en TV-aangelegenheden en steunbehoevende studenten.
Veel Nederlands Gereformeerde Kerken zijn te klein om zelfstandig een predikant te kunnen onderhouden. Om deze kerken te steunen is volgens de Commissie steun aan hulpbehoevende kerken een bedrag nodig van 165.000 gulden. De LV besloot tijdens de vorige zitting de discussie over de steunbehoevende kerken te verdagen naar de tweede zitting op 20 april. Men verwachtte dat de beraadslagingen in enkele uren konden worden afgerond.
Dit viel echter tegen.
Aan het begin van de vergadering bleek de regio Arnhem een tegenvoorstel te hebben ingediend, waarin wordt voorgesteld de taak van de commissie te beperken en de bevoegdheden om te beslissen over steunaanvragen meer bij de regiovergaderingen te leggen dan de commissie wil doen. Dit om iedere schijn van centralisme te vermijden. De indiening van dit voorstel sloeg elke hoop op een kortstondige behandeling van het rapport de bodem in.
Br. Eland, voorzitter van de commissie, begon met een verduidelijking van enkele onderdelen van het rapport en gaf een reaktie op kanttekeningen die afgevaardigden tijdens de eerste zitting bij het rapport hadden geplaatst.
In het rapport wordt voorgesteld een landelijk honoreringssysteem voor predikanten in te stellen en een bedrag van f 6,50 per Nederlands Gereformeerd kerklid te heffen voor de steunbehoevende kerken.
Een aantal afgevaardigden - onder wie br. Van Helden uit Apeldoorn (regio Arnhem) - achtte deze voorstellen te centralistisch. Br. Eland meende dat de commissie centralistische tendensen had vermeden door een grote rol toe te kennen aan de regio's. Een te grote rol voor de regio zou, volgens de critici, echter weer leiden tot regionaal centralisme.
Wat betreft de salarisschaal leek het de commissie handig een referentiekader te hebben. "Het gaat om een onderlinge afspraak, die kan niet centralistisch zijn, want je maakt die zelf", aldus br. Eland. Hij beval de vergadering ook aan de heffin'g per ziel op 10 gulden te zetten, zodat er een reservepotje kan worden gemaakt.
Tegen dit laatste voorstel werd bijzonder veel bezwaar gemaakt. Het zou veel te duur zijn. Ds. Horsman uit Dordrecht zei: "Het gaat niet om mezelf, maar met zo'n voorstel durf ik mijn gemeenten niet onder ogen te komen!"
Nadat het tegenvoorstel van de regio Arnhem was afgewezen, ging de vergadering in de middaguren over tot stemming over het voorstel van de commissie. Het werd punt voor punt aangenomen. Alleen het voorstel om door middel van een heffing van f 10,- per ziel een reservepotje te kweken haalde het niet. Br. Van Keulen uit Zwolle stelde voor het bedrag op zeven gulden te zetten. Dit werd met algemene instemming begroet, hoewel de commissie het minder verantwoord vond. De commissie werd herbenoemd en zal op de volgende LV verslag doen van de werkbaarheid van haar aangenomen voorstellen. Het was aanvankelijk de bedoeling dat de discussie over de hulp aan steunbehoevende kerken voor het middagmaal zou zijn afgerond. Het was echter al ver in de namiddag toen de stemming achter de rug was. Een enkele afgevaardigde kon zijn ergernis over de langdurigheid van de beraadslagingen nauwelijks verhelen. "Het lijkt wel of we de discussie steeds opnieuw van voren af aan beginnen."
's Middags gaf de vergadering de commissie openstelling diakenambt voor zusters de gelegenheid een tussentijdse rapportage te geven over haar bezigheden. De LV had tijdens de eerste zitting commissievoorzitter ds. Van der Dussen om een dergelijke rapportage gevraagd. Ds. Van der Dussen begon zijn verhaal met het geven van de stand van zaken. Het werk van de commissie is te vergelijken met het werk van een automonteur die een automobiel moet repareren die twee keer eerder bij hem gebracht werd. De eigenaar had die keren de monteur opgedragen snel een paar noodreparaties te verrichten. De wagen was echter die twee keren snel weer in het ongerede geraakt en de tweede keer geheel uit elkaar gevallen.
De derde keer had de werkman de auto alleen willen herstellen als hij ruim de tijd kreeg en werkelijk alles grondig mocht herstellen.
De derde 'monteur' die zich buigt over de vraag: mogen de Nederlands Gereformeerde Kerken de vrouw tot het ambt toelaten is de commissie van ds. Van der Dussen. Twee eerdere pogingen - in 1985en in 1988 (de commissie Bouma) hadden eigenlijk lapwerk geleverd. Dat kon ook niet anders: de hun toegemeten tijd en speelruimte was veel te beperkt geweest. "De wagen is nu bijna uit elkaar gevallen", aldus ds. Van der Dussen. De vorige Landelijke Vergadering heeft de commissie nu met "zo'n gigantisch karwei" opgezadeld dat niet eerder dan in 1993een eindrapport verwacht kan worden. Bovendien: "de onderste steen moet boven". De commissie kan zich daarom niet beperken tot het diakenambt alleen, zoals in de opdracht staat, ook de verhouding met de andere ambten wordt onderzocht.
De commissie is nu toe aan het schrijven van een tussenrapport dat komend najaar aan alle kerken zal worden toegezonden. Vervolgens moet het rapport in de gemeenten ampel worden besproken, waarna de commissie mede aan de hand van de reakties een eindverslag zal maken.
De bestudering van de kwestie van de vrouw in het ambt omvat vier thema's.
De commissie wil in de eerste plaats bekijken wat in de literatuur over het onderwerp de gehanteerde hermeneutiek is, d.W.Z.de manier waarop men redeneert vanuit de Bijbel. Er wordt door de commissie een enorme stapel literatuur bestudeerd, dat is dus een heel werk. In dit verband komt de vraag aan de orde of het hoofd zijn van de man t.o.v. de vrouw een scheppingsorde is of niet en: mag een vrouw profeteren?
In de tweede plaats staat de verhouding man-vrouw in het algemeen centraal.
Het derde thema waarover de commissie zich buigt is dat van de ambten.
Vragen als wat is het ambt, wat is een diaken? en staan ouderlingen en diakenen op hetzelfde niveau? staan centraal.
De commissie onderzoekt dus ook of vrouwen niet ook in het ouderlingambt zouden moeten worden toegelaten.
In de vierde plaats wil ds. Van der Dussen bekijken in hoeverre openstelling van de ambten voor vrouwen een bevoegdheid van de plaatselijke gemeente is.
Ds. Van der Dussen benadrukte dat, hoewel de commissie uit zeer verschillende personen bestaat, tijdens de gesprekken niet de 'botsautotechniek' wordt toegepast. Hij signaleerde bij de verschillende leden 'bewegende standpunten'. Men staat open voor elkaars meningen en men is bereid van elkaar te leren. Hij hoopt dat de gemeenten ook zo met het eerstdaags te verschijnen tussenrapport om zullen gaan: men moet niet van te voren weten waar men uit wil komen. De commissie verwacht een open discussie.
's Middags vergaderde de commissie nog over de rapporten van de commissies Radio- en TV-aangelegenheden en steunbehoevende studenten. Namens de eerste deelde ds. Van Oene uit Zwolle mee dat de IKON en de ZVK (Zendtijd voor de Kerken) door bezuinigingen een zendtijduitbreiding dreigen mis te lopen. Het gaat voor de Nederlands Gereformeerde Kerken wat de radio betreft om een uitbreiding van één uur en wat de TV betreft om een uitbreiding van een kwartier per jaar. De IKON en ZVK overwegen naar de Raad van State te gaan om de uitbreiding alsnog gedaan te krijgen. Het rapport van de commissie werd in dank aanvaard. Het rapport over steunbehoevende studenten werd zonder veel discussie aangenomen.
Wel benadruke een aantal afgevaardigden dat bij het terugvorderen van studieschulden van studenten terdege rekening moet worden gehouden met persoonlijke omstandigheden.
De vergadering kreeg 's ochtends bezoek van Prof. Woudstra, emeritushoogleraar van Calvin College in de Verenigde Staten. Hij vertelde over de geschiedenis van de Christian Reformed Churches of America en liet zien dat ook in die kerken uitvoerig en etappegewijs gedebatteerd is over de vrouw in het ambt. De huidige stand van zaken is dat vrouwen tot alle ambten zijn toegelaten.
Prof. Woudstra was bezorgd over de neiging in zijn kerken om de historiciteit van Genesis 1-11 ter discussie te stellen en op die manier evolutionistische denkbeelden toegang te verlenen tot de kerk.
Hij wees op de verbondenheid tussen de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christian Reformed Churches.
Ook de voorzitter van de Landelijke Vergadering, br. Wassenaar uit Rotterdam, wees op het belang van de banden tussen beide kerkgenootschappen en verzocht prof. Woudstra de Christian Reformed Churches de hartelijke groeten over te brengen.
De volgende vergadering zal plaats vinden op zaterdag 11 mei 1991.