De zoeker en het verlangen
2010-09-03
Het is knap als iemand vanuit eigen beleving over zijn zoektocht naar God kan schrijven. Boele Ytsma is zo iemand.- Jaargang 54
- nummer 17
In zijn nieuwe boek gaat hij uit van zoekend geloven, dat open staat voor verrassingen, God niet in zijn zak heeft, niet wegkijkt van vragen en twijfels en de moed heeft kwetsbaar te zijn. De twijfelaar kijkt vaak in boosheid achterom om wat hij kwijt is, de zoeker kijkt vooruit, verlangend naar heelheid en eenvoud.
Onvrede en onrust
Kenmerkend voor de zoeker is onvrede en onrust. Bij de dertigers zie je een vervroegde midlifecrisis optreden met drie kenmerken: de overvloed aan keuzemogelijkheden, de mythe van het perfecte leven en de vroege bevrediging van basale behoeften, waardoor ze eerder bij vragen van zelfrealisatie en zingeving terecht komen. Is dat alles? Ze ervaren het leven als gefragmentariseerd: werk, relaties, vrije tijd, zingeving zijn allemaal aparte gebieden.
Maar ook de samenleving is opgedeeld, waarbij steeds keuzen moeten worden gemaakt. In al die verschillende situaties ervaar je bijkans verschillende ‘ikken’. Bij het zoeken naar zin neemt de psychiater soms de plaats in van God maar die helpt maar even en brengt geen heelheid. Er zou een groter verhaal moeten zijn dat je leven zin geeft. Maar de bekende grote verhalen, ook die van het christendom gaan uit van een modern, redelijk waarheidsbegrip, waarheid stemt overeen met de werkelijkheid. Voor de postmoderne mens is waarheid iets dat voor jou persoonlijk betekenis geeft; waar is wat werkt, is dat wat bijdraagt aan het begrijpen van samenhang.
De realiteiten van het christendom, schepping, zonde, opstanding, hemel, hel overtuigen niet meer.
Kwetsbaar durven zijn
Ytsma ziet als uitweg uit de fragmentatie het verlangen naar eenvoud, dat kan groeien als mensen echt en kwetsbaar durven te zijn. Het verhaal van Petrus, waarbij Jezus hem vraagt naar zijn liefde (Johannes 21) dient hierbij als voorbeeld. Zo moeten wij ook kwetsbaar durven zijn en onze wonden, twijfel en teleurstellingen onder ogen zien. De apologetiek van het christendom lijkt de verborgen twijfel te overschreeuwen door de zekerheid dat het waar is.
Heelheid en eenvoud
In het tweede deel laat Ytsma zien hoe het verlangen naar heelheid en eenvoud uitgewerkt kan worden in vier verschillende relaties: met de natuur, de ander, jezelf en met God.
We zijn vervreemd geraakt van de natuur.
De Hof van Eden, het graf van Jezus, de nieuwe aarde, steeds is er een tuin. Een nieuwe relatie met de natuur is nodig en mogelijk met behoud van de verworvenheden van wetenschap en techniek.
De moderne tijd met zijn vrijheidsrechten, waardoor we allemaal gelijk zijn, heeft de mensen tot concurrenten gemaakt. Maar we zijn niet gelijk. De sociale verbanden zijn verdwenen waarin mensen ook gedwongen gelijk waren. De nieuwe relatievormen via internet weerspiegelen nieuwe mogelijkheden.
Ook het monastiek ideaal laat andere gemeenschapsvormen zien. We zijn onderweg en kunnen een naaste zijn, zoals de barmhartige Samaritaan.
In de relatie tot jezelf moet je de duistere kanten van je ziel onder ogen durven zien in reflectie en ook het lichaam een plaats geven in de visie op en acceptatie van jezelf. Jezus is lichamelijk opgestaan. Het lichaam is de zetel van ons gevoel. In de relatie met de ander in vriendschap mag je en kun je kwetsbaar zijn.
Door de wetenschap is God als het ware tussen haken gezet: hij is niet bewijsbaar en niet nodig als verklaring.
In de Bijbel is er de lijn dat God zich al meer terugtrekt en verbergt. Henoch en Abraham wandelden met God, Mozes staat tussen God en het volk, de profeten klagen over God die zich verbergt.
Jezus is het lichaam van God en na zijn hemelvaart is er de Geest van God, een soort leeg midden dat wij zelf in vrijheid en verantwoordelijkheid mogen (op)vullen.
Beoordeling
In de weergave van het postmoderne levensgevoel herkende ik wel veel. Op een aantal punten zegt Ytsma zinnige dingen, de kwetsbaarheid van Petrus, de theologie van de tuin hoewel dat niet echt nieuw is. Ytsma zegt: ‘Als we al een groot en helend verhaal hadden om in te wonen, dan zouden we niet op zoek zijn’. In het lijden van Jezus en de opstanding vindt hij dat verhaal niet. God als leeg midden is voor mij geen verhaal om in te wonen. Abraham is onderweg vanuit vertrouwen en dat geeft zekerheid. Zoals Jezus liet zien wie God was, zo is dat nu de taak, de functie van de gemeente. Het internet als nieuwe gemeenschap is wel erg mager. Maar de kerk behoort tot het oude bij Ytsma. Net als in zijn vorige boek is Ytsma wel erg zeker van zijn eigen benadering, iets wat hij het traditionele christendom verwijt. In het begin geeft hij een mooi rijtje van zeven punten met de essentie van het Christelijk geloof. Mensen die dat beamen kunnen het boek beter niet lezen. Voor mij was het boek dus toch niet bedoeld.
Dan maar niet authentiek.
Ytsma, B.P. (2010), Authentiek. De zoeker en het verlangen. Meinema, Zoetermeer. 264 p. € 16,50.
Ide Zinkstok is neerlandicus en lid van de NGK Ede.