De kerk denkt teveel offline
2010-09-03
Hoe bereiken we jongeren vandaag de dag? Dat is een vraag die niet alleen door de kerk gesteld wordt. Ook daarbuiten is het gevecht gaande om de aandacht van jongeren. Terwijl binnen de muren van de kerk gevraagd wordt om de legitimering van de doelgroepbenadering, gaat het in de commerciële wereld vaak om het besef dat het bereiken van jongerendoelgroep levenslang voordeel oplevert. In dit artikel wil ik deze vraag benaderen vanuit de jongerenmarketing en de ontwikkelingen rond internet en sociale media.- Jaargang 54
- nummer 17
Eind jaren negentig wilden vooral Amerikanen en Britten ons laten zien dat jongeren die bij de kerk bleven, daarvoor de keuze maakten voor hun dertiende levensjaar. Ook nu nog wijzen onderzoekers vanuit ‘the Barna Group’ (www.barna.org) erop dat we meeste de kans hebben om levensveranderend bezig te zijn, als we bereid zijn om te investeren in kinderen.
Over doelgroepbenadering gesproken.
Het plaatje is nog gecompliceerder dan dat. De muren waar we net over schreven zijn relatief bij een grenzeloze web generatie. Internet is alomtegenwoordig.
Ik heb iemand eens horen verdedigen dat google.com God vervangt. Je kunt daar alle vragen stellen en je krijgt altijd antwoord in 0,00046 seconden.
Internet als kans
Internet is een gegeven waar je niet meer om heen kunt en het heeft impact op het geestelijk leven. Dat kan negatief zijn, zoals de grote hoeveelheid porno op het internet. Maar aangezien internet DE plek is waar mensen hun zoekvragen stellen kunnen we het ook gebruiken om op de religieuze vragen van mensen (in het bijzonder jongeren) in te gaan en hen de weg naar God te wijzen. Dit gebeurt onder andere binnen het Jesus.net-project, de internet-evangelisatietak van Agapè. Zij zien hun werk op internet explosief groeien.
Inmiddels is porno uit de top-10 verdreven op online zoekmachines en staan religieuze vragen bovenaan in diezelfde top-10. Jeugdwerkorganisaties als Youth for Christ hebben internet inmiddels bestempeld als officiële vindplaatsen van jongeren. In Hilversum, bij verschillende omroepen krijgt internet dezelfde status als radio en tv. Op internet is dus een ontwikkeling gaande die niet meer te stoppen is en waar de kerk ook iets mee moet. Al zeg ik zelf liever… iets mee kan.
Steeds interactiever
De ontwikkelingen op internet zijn in de derde fase belandt. Dat wordt web 3.0 genoemd. Web 1.0 kenmerkte zich door het woord ‘push’. Bestaande content werd daarin naar de gebruiker gebracht of ‘geduwd’. Qua tijd gaat het dan om het web van 1995-2003. Dit internet was vooral ´text-based’. De opvolger daarvan (web 2.0 - 2000-2012) kenmerkt zich vooral door het delen (share) en is veel interactiever.
Voorbeelden hiervan zijn weblogs, youtube, podcasts en bijvoorbeeld wikipedia.
Een ‘two-way-web’. Op dit moment staat web 3.0 op het punt om 2.0 af te lossen. Het kernwoord hierbij is ‘live’. Meer en meer realtime (op dit moment), virtuele 3D werelden en co-creatief (samen iets creëren). Online en offline worden steeds meer met elkaar verweven. Het maakt onderdeel uit van je sociale leven en ‘sociale media’ spelen een bepalende rol.
Sociaal op www
We praten dan bijvoorbeeld over hyves, twitter, facebook, linkedin en foursquare. Grote (internationale) sociale netwerken, waar mensen – in het bijzonder veel jongeren – op een nieuwe manier met elkaar verbonden zijn. In gesprekken met kerken over dit onderwerp valt het me op dat deze online wereld toch vaak een ver-van-onze-kansel-show is. De kerk denkt nog vaak offline en beweegt zich op het terrein van web 1.0. Regelmatig hoor ik in gesprekken met leiders: daar hoeven wij dan toch niet per se in mee te gaan? Of misschien nog sprekender: ik ontmoet de jongeren liever echt! Een opmerking waar een hele lading onder zit, die de positieve insteek van deze opmerking niet in eerste instantie doet vermoeden.
Vooroordelen
Na doorvraag blijkt achter deze uitspraak verschillende, mijns inziens, belemmerende, overtuigingen te leven. Ik noem er een aantal. Online kan niet om echte relaties gaan. Het zou een plek zijn waar geen ontmoeting van hart tot hart mogelijk is, alleen maar oppervlakkig. Niet alleen spreken verschillende onderzoeken dit tegen (o.a. jongerenonderzoek 2009 van Qrius), maar ook jongeren laten in de praktijk zien dat het anders werkt. Of misschien wel de meest belemmerende overtuiging: Het web is een onrustige wereld waar de heilige Geest niet in kan werken!
Een kerk die offline denkt, terwijl de ontwikkelingen in deze online-wereld zo ontzettend snel gaan, verliest een belangrijke mogelijkheid om zijn eigen jongeren te bereiken. Een mens heeft één leven, en besteedt een deel ervan online en een deel offline. Het blijft hetzelfde leven. Als wij online afwezig zijn voor jongeren, missen we een kans om ze te bereiken.
En hoe?!
Een volgende vraag is hoe je dan met je boodschap bij jongeren aankomt.
Een aardig voorbeeld van hoe het niet moet heb ik uit heel andere hoek.
Pepsi prees zijn drankje aan met de zin: je wordt gelukkig van onze cola!
Terwijl zij eigenlijk hadden moeten insteken op de vraag: hoe kan onze cola jou gelukkig maken? Want volgens jongerenmarketeers moet de vraag steeds weer zijn: hoe word je onderdeel van het (levens)verhaal van jongeren? Pepsi deed een beetje wat de kerk over het algemeen doet richting jongeren: Jongere, jij moet onderdeel van ons verhaal worden!
Terwijl de vraag moet zijn: ‘Hoe kan mijn boodschap onderdeel worden van jouw verhaal, zodat het relevant wordt voor je dagelijks leven…?’
Jezus gaat leven
Mijn denken hierin wordt beïnvloed door Graham D. Brown. Hij is een autoriteit binnen Europa op het gebied van jongerenmarketing en trendwatching (www.mobileyouth.org).Opvallend is de relationele terminologie in zijn denken. Hij spreekt bijvoorbeeld over verdiend vertrouwen tegenover afgedwongen vertrouwen. Het heeft het over lange termijn relaties aangaan met jongeren, tegenover een hit-andrun mentaliteit. Waarbij hij duidelijk gaat voor de lange termijn. Hij constateert dat jongeren ergens bij willen horen, onderdeel van willen zijn (belong) en ertoe willen doen (significant).
Hij stelt – vertaald richting de kerk – dat het belangrijker is om Jezus’ levensverhaal onderdeel te laten worden van het levensverhaal van jongeren, dan ze te leren waar je exact voor staat als kerk. Met andere woorden: Hoe gaat jouw boodschap jongeren helpen een verschil te maken in het leven van alledag?
Levensveranderend
Sinds wanneer bereiken we jongeren binnen de kerk via een marketingstrategie, denk je misschien. Een legitieme vraag. Als je de publicaties in de marketingwereld volgt, dan valt het op hoeveel religieuze termen voorkomen in hun strategieën. Het gaat om evangelie, als ze spreken over de boodschap die je als bedrijf naar jongeren wilt communiceren. Ze hebben het over volgelingen in plaats van klanten. Het gaat niet meer om het verkopen van een product, maar het veranderen van levens. We zijn haast concullega’s door deze relationele insteek die in beide werelden de basis voor verandering vormen.
Te positief
Een andere vraag is of we niet veel te positief zijn over de mogelijkheden van de ‘social media’? Er zijn zoveel vragen op dit terrein onbeantwoord, zoals: Hoe ga je om met een online identiteit, privacy en misbruik daarvan, anonimiteit en: wie bepaalt de online norm. ‘Sociaal’ klinkt ons goed in de oren, maar is ‘sociaal’ automatisch goed? Het is realistisch om de gevaren te benoemen. Winst is dat de kansen over het algemeen sterker worden, als je de gevaren in kaart hebt gebracht.
De praktijk
Tenslotte wat voorbeelden uit de praktijk met de vraag of het daar werkt of niet.
1. Jesus.net
Via dit project worden zoekers op internet bereikt. Een ‘goed’ voorbeeld is www.ik-wil-dood.nl. Dagelijks typen honderden (vooral) jongeren de term ‘ik wil dood’ in. Bovenaan het zoekresultaat staat de website van Agape.
Daar wordt via getuigenissen getoond dat er een alternatief is voor zelfmoord en wordt verwezen naar een volgende stap in het zoekproces van een ‘zoeker’: www.ikzoekgod.nl. Op deze site wordt het evangelie op een moderne manier gepresenteerd. Na het doorlopen van verschillende pagina’s en het bidden van een gebed op de site, wordt een waarom Jezus?-cursus aangeboden.
In feite wordt in deze cursus online de verbinding gelegd tussen een zoeker en een ‘getrainde’ christen. De cursus zorgt voor kennisoverdracht, maar belangrijker: de christen deelt zijn leven met de ander en laat zien dat geloof relevant is voor alledag. Na deze cursus zijn veel cursisten rijp voor een offline-connectie met christenen.
Veelal fungeert de Alpha-cursus als het eerste portaal naar de lokale kerk.
Mensen moeten uiteindelijk in de kerk terecht komen. En dan niet dat ‘stenen gebouw’, maar in die gemeenschap van christenen waar het geloof werkelijk ‘beleefd’ wordt.
2. twitter.com
Twitter is een vorm van ‘social media’ die sterk in opkomst is. Wordt de gemiddelde leeftijd van hyvers steeds hoger (de foto’s van het nieuwe kleinkind staan op hyves, dus wordt oma ook lid). De gemiddelde leeftijd van Twitter wordt steeds jonger. Vanaf de werkvloer sijpelt het via de studenten richting de middelbare scholen. Ook christelijk Nederland begeeft zich op twitter. Met wisselend succes. De tweets door de bond tegen het vloeken veroorzaakten in maart van dit jaar een ware internetrel. Door als organisatie te reageren op persoonlijke tweets pakte deze actie averechts uit.
Daarnaast worden via twitter bestaande netwerken sterker en ontstaan er nieuwe. De jeugdwerker uit de Achterhoek deelt direct zijn ideeën met de jeugdwerker uit de Randstad.
3. Lokaal niveau
Ook binnen plaatselijke kerken zijn mooie voorbeelden van het gebruik van sociale netwerken. Zo kun je via ngkvoorthuizenbarneveld.nl het weblog en tweets volgen van de predikant.
Zitten de predikanten van bijvoorbeeld Apeldoorn en Maastricht op twitter. Zijn er catecheten die als voorbereiding op de catechisatie een gesprek hebben met hun catechisanten via MSN.
4. Stichting NGJ
Onder de noemer ‘ngkjeugdwerk’ zijn we zelf ook aan het verkennen waar de (on)mogelijkheden voor ons liggen om de kerk te dienen via de social media. We begeven ons daarmee op het grensvlak tussen web 2.0 en 3.0.
Zo zijn we voor de nieuwsberichten overgestapt op twitter (@ngkjeugdwerk) en hebben we een Youtube- en Vimeo-kanaal opgericht waarop we filmpjes verzamelen die bruikbaar zijn in het jeugdwerk of ter inspiratie kunnen dienen.
Ondersteunende media
• Ter ondersteuning van dit verhaal kunt u een presentatie bekijken via Prezi.com (http://bit.ly/aUNPi0)
• Youtube: Social Media in Plain English (http://bit.ly/e41m)
André Maliepaard is als jeugdwerkconsulent in dienst bij het NGJ en daarnaast als jeugdwerker verbonden aan de NGK Ede.