Positie kerkelijk werker moet duidelijker
2010-09-03
De kerkelijk werker is een beroep in opkomst. De afgelopen jaren groeide in veel kerken de behoefte aan een kerkelijk werker, doordat het takenpakket van de predikant te groot werd en een tweede predikant om diverse redenen geen optie was. En hoewel het misschien een betrekkelijk nieuw fenomeen lijkt, is de functie van kerkelijk werker al jaren in opmars.- Jaargang 54
- nummer 17
De Landelijke Vergadering (LV) van Wezep (1978/1979) sprak al uitgebreid over een landelijke regeling voor deze nieuwe beroepsgroep. De conclusie was toen dat zo’n regeling niet nodig was, maar dertig jaar later liggen de kaarten compleet anders.
Mede vanwege de snelle opkomst van de kerkelijk werker binnen de NGK heeft de Commissie Toekomstig Predikantsprofiel (CTP) in haar rapport Tussen gisteren en morgen, over kerk zijn vandaag, gericht aan de LV Houten 2010 uitgebreid aandacht geschonken aan deze groep werkers in de kerk. Onder meer door middel van enquêtes is een onderzoek gedaan naar hun positie en ervaringen in de kerk. Het rapport doet de kerken een reeks aanbevelingen over de positie van de kerkelijk werker.
De aanduiding ‘kerkelijk werker’ is een brede term die in de praktijk voor iedereen wordt gebruikt die een betaalde functie in de kerk heeft.
In dit artikel wordt de term uitsluitend gebruikt voor de kerkelijk werker met een voltooide hbo-opleiding.
Enthousiast
Het CTP-rapport is erg enthousiast over de opkomst van de kerkelijk werker en ziet deze als een aanvulling en verdieping in het kerkelijk werk. ‘Wij zijn enthousiast over de opkomst van de kerkelijk werker binnen onze kerken. Onze Heer Jezus Christus schenkt veel gaven en talenten aan de gemeente.
Het aantreden van een kerkelijk werker betekent een verdieping in het aanboren van deze gaven. De werker draagt bij aan de veelkleurigheid in de leiding van de gemeente.
De kerkelijk werker brengt met zijn specifieke deskundigheid een nieuwe dimensie aan in ons kerkelijk leven. Er treedt onderlinge verrijking op door de samenwerking in teamverband. Het betekent ook een versterking van de geleverde kwaliteit binnen de kerken.’(1)
Elk jaar studeren er tientallen mensen af als kerkelijk werker: mensen met een hbo-opleiding, een praktische instelling en aanvullende kennis en vaardigheden. De commissie typeert in haar rapport de kerkelijk werker als complementair aan de predikant en als een kans voor de gemeenteopbouw: niet alleen voor de grote gemeenten, maar juist voor de kleinere gemeentes die te klein zijn voor een fulltime predikant. Volgens het rapport leert de ervaring dat ‘een deeltijd predikant, aangevuld met een deeltijd kerkelijk werker effectiever is dan één predikant voor één gemeente. Er is meer specialisatie, aanvulling van elkaar en automatisch komt de nadruk op de essentie van ieders taak te liggen. Voor gemeenten die vacant zijn, ligt hier een inhoudelijke en een financiële kans.’(2)
Positie
De kerkelijk werker heeft een bijzondere en daardoor wat ongemakkelijke positie in de kerk. Anders dan voor de predikant is er voor de kerkelijk werkers geen landelijk vastgestelde formele functie in de kerk en daardoor is hun status onduidelijk. Veel kerkelijk werkers worden aangesteld in een parttime functie; die aanstelling in combinatie met een relatief laag salaris vormt een smalle basis om een gezin te onderhouden.
Een ander, complex punt is dat het predikantschap van oudsher gekoppeld is aan een roeping van Godswege en dat daarom van een arbeidsverhouding tussen predikant en kerkenraad als tussen werkgever en werknemer geen sprake is. De kerkelijk werker daarentegen is een werknemer, in dienst van een kerkenraad, die door diezelfde kerkenraad aangenomen en ontslagen kan worden.
Omdat de positie van de kerkelijk werker wezenlijk verschilt van een predikant vraagt de beeldvorming in gemeente en samenleving extra aandacht.
Enquête
Voor het rapport is onder de kerkelijk werkers in de NGK een enquête gehouden om te onderzoeken, hoe zij zelf tegen hun beroep aankijken.
Daaruit kwam om te beginnen naar voren, dat kerkelijk werkers over het algemeen tevreden zijn met hun werk. Ze ervaren veel vrijheid om zelf hun werkzaamheden te bepalen.
Die vrijheid is deels positief, maar werkt ook deels onduidelijkheden in de hand.
In sommige gevallen wordt de kerkelijk werker (M/V) gezien als het hulpje van de dominee en niet altijd op waarde geschat, zo is de ervaring van de geënquêteerden.
Duidelijke afspraken over de taken van de kerkelijk werker, goede afspraken met de dominee en hulp bij time management noemen ze als mogelijke oplossingen. Met uitzondering van het begeleiden van trouw- of rouwdiensten als opvolging van de pastorale band, is er onder de pastoraal werkers weinig behoefte om structureel voor te gaan in diensten of de sacramenten te bedienen. Over het algemeen vindt men dat de hbo’er onvoldoende is toegerust om in de kerkdiensten voor te gaan, al zijn er wel kerkelijk werkers die dat graag willen. Verder kwam uit de enquête naar voren dat er onder kerkelijk werkers behoefte is aan meer contact met collega’s, intervisie en werkbegeleiding. Ook daarvoor zijn duidelijke afspraken voor nodig, net als duidelijkheid over regelingen als salaris, dienstverband en pensioen. De onderlinge salarisverschillen zijn momenteel groot, zo blijkt uit de enquête.
De meeste kerkelijk werkers ervaren het parttime dienstverband als een eigen keuze, maar tegelijk als onvoldoende om van te leven of een gezin van te onderhouden en meerdere banen bij elkaar vinden blijkt lastig. Hoewel de enquête uitwijst dat kerkelijk werkers positief in hun beroep staan, is ook duidelijk dat er ruimte is voor verbetering en professionalisering van het beroep.
Advies
De enquête en het onderzoek van de commissie heeft uiteindelijk tot een lijvig rapport met een reeks conclusies geleidt.
De belangrijkste is het advies om de rol van de kerkelijk werker op te helderen en de arbeidsvoorwaarden eenduidig te regelen. Daarmee wordt de functie van kerkelijk werker nadrukkelijk onderscheiden van de vrijwilliger in de kerk. Het is volgens de CTP belangrijk dat hij/zij wordt gezien als een beroepskracht met een eigen taak en niet als hulpje van de dominee. De beeldvorming van de gemeente sluit daar nog niet op aan en daar moet dus aan gewerkt worden. De commissie adviseert ook om de WAP (de adviescommissie in de NGK die gaat over de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden van predikanten) in te schakelen om richtlijnen op te stellen voor het salaris en de pensioenregelingen.
Voor een goede beeldvorming in de gemeente en daarbuiten vindt de CTP een heldere taakomschrijving belangrijk.
Daarom moet de kerkenraad die samen met de kerkelijk werker opstellen en naar de gemeente communiceren.
Dat de kerkelijk weker in dienst is van de kerkenraad en dus van de gemeente, betekent dat de gemeente de verantwoordelijkheid moet nemen voor de aansturing, evaluatie en arbeidsrechtelijke zaken van de kerkelijk werker.
De commissie adviseert kerken die op zoek gaan naar een kerkelijk werker, daarin samen te werken met andere kerken in NGK, CGK of GKV.
Op die manier krijgen kerkelijk werkers ook de mogelijkheid fulltime aan de slag te kunnen.
Het volledige rapport ‘Tussen gisteren en morgen’ is te vinden op www.ngk.nl/lv onder 9.2.
1 Rapport Tussen gisteren en morgen, p. 37.
2 Idem, p. 14.
| Hanneke Timmerman-van Rhee is pastoraal werker voor de gemeente in Langerak. Hoewel ze het werk nog niet zo lang doet, bevalt het tot nu toe prima. ‘We hebben goede, duidelijke afspraken gemaakt. Er is regelmatig overleg met het pastoraal team. Ik denk dat het belangrijk is dat duidelijk is voor welke taak je wordt aangetrokken; je bent niet de spil waar alles om draait. Als je parttime werkt, is duidelijkheid voor jezelf prettig, maar ook voor de mensen in de gemeente. De mogelijkheid tot coaching heb ik meteen aangekaart en gevraagd wat mijn mogelijkheden zijn. De predikant heeft veel ervaring en er is een heel team om me te begeleiden. Er is ook alle ruimte voor toerusting. Het is voor mij mijn eerste baan en het werk doet een beroep op je persoonlijke vorming. Dan kan een coach best nodig zijn. Tot nu toe heb ik er geen gebruik van gemaakt, maar de ruimte is er’. |
| Judith Bouma is nu ongeveer twee jaar jeugdpastoraal werker in Zeist en dat bevalt haar goed. ‘De begeleiding in Zeist is goed geregeld. Ik kreeg gelijk iemand in de kerkraad om me te helpen met de praktische dingen en een coach waar ik mee kon overleggen. Die is heel belangrijk voor me geweest. Wat ik erg miste, was een kader. Er was totaal geen jeugdwerk en ik kreeg carte blanche. Dat is mooi, maar maakt je ook onzeker. De coach heeft met me meegedacht en daar ben ik mee naar de kerkenraad gegaan. Samen hebben we op een rijtje gezet wat er liep en wat we willen. Dat hielp heel erg. Soms heb je zoveel ideeën, voor je het weet wordt je blik weer heel breed. Dat moet je zelf leren afschermen. Het idee dat ik een betaalde kracht was, legde ook wel een bepaalde druk, vooral voor mezelf. Ik vond het daardoor moeilijk mensen te vragen dingen te doen en ik vond dat ik overal bij moest zijn. Dat is soms wel lastig’. |
| Andre Maliepaard werkt sinds 2006 als jeugdwerker in Ede. Hij werkt ondertussen met een heel team en is veel bezig met beleid, visievorming en ontwikkeling van het jeugdwerk. ‘Voor predikanten liggen de draaiboeken al klaar, voor een kerkelijk werker is het zoeken.. Het is ook een andere relatie: als kerkelijk werker ben je in dienst van de gemeente, een predikant is zelfstandig. Het is ook altijd zoeken naar wat je wel en niet doet en zeker met een gezin en een beperkt aantal uren moet je keuzes maken. Het rapport zoals dat er nu ligt is zeker behulpzaam. Het geeft een afbakening van wat je wel en niet kunt verwachten en wat je positie als kerkelijk werker is. Een coach is van levensbelang voor een kerkelijk werker. Ik ben zelf ook het coachingstraject aangegaan en ik merk dat het belangrijk is om begeleiding te hebben vanuit de gemeente, maar ook van daarbuiten. Iemand die je helpt kijken hoe je je keuzes maakt en hoe je je plek als betaalde kracht tussen vrijwilligers vindt. Waar ik me zorgen over maak is dat je landelijk kerkelijk werkers snel af ziet haken. Er loopt nu ook een onderzoek vanuit de CHE. Je hoort veel over het beperkt aantal uren waarvoor kerkelijk werkers zijn aangesteld, terwijl het werk fors is. Hoe maak je dan keuzes. Je hebt geen baan van 9 tot 5. Vaak ben je als kerkelijk werker ook ’s avonds aan het werk en maak je veel overuren. Alleen al op dat gebied kan coaching veel bieden. Veel kerkelijk werkers ervaren het beroep als eenzaam. Voor mij is het niet zo heftig, maar ik heb het getroffen’. |
| Voor het maken van een taakomschrijving, salarisschalen en andere zaken waar men tegen aan loopt met de kerkelijk werker, kunnen gemeenten terecht op: - www.steunpuntkerkenwerk.nl (eerder Steunpunt Kerkelijke Beheerszaken) - www.gkv.nl/styleit/490/ (contactgegevens LPKW (Landelijk Platform Kerkelijk Werkers in CGK, GKV en NGK)) - www.kerkelijkwerkers.nl |