Godsverduistering en profetie
1991-06-07
Het beeld - Jaargang 35
- nummer 12
Dit woord schetst het beeld van een soort wolkendek, waar de zon niet doorheen kan breken. En dan wordt het koud en kil op de aarde. Of broeierig en heet.
Het woord van God breekt niet heen door de dikke nevel van de richterentijd.
De tijd, waarin er geen koning was in Israël en ieder deed wat goed was in zijn ogen.
Het is prof. Berkhof geweest, die in aansluiting bij Martin Buber onze tijd in religieus opzicht heeft getypeerd met ditzelfde beeld. Hij noemde het: 'Godsverduistering' .
De dikke mist, de 'smog', die zich tussen ons en God heeft gevormd heet bij hem: "de doorgeschoten mondigheid en autonomie van de moderne mens."
En dan wordt het koud en kil op aarde.
Of broeierig en heet.
Maar in de diskussie, die hierop in kerkelijk Nederland is gevolgd, blijkt dit beeld zelf toch wat nevelig te zijn.
Je voelt wel aan wat er bedoeld wordt, en dat het ergens raak is (anders zou het niet zoveel weerklank vinden), maar als je er over na gaat denken, is toch niet altijd even duidelijk wat bedoeld wordt.
Belangrijke vragen zijn bijvoorbeeld: Is 'Godsverduistering' schuld van de mens, neutraal kultuurhistorisch verschijnsel, of oordeel van God?
Misschien loont het de moeite om op zoek te gaan naar het bijbels gehalte van het beeld. Wie weet komt de zaak waarom het gaat ons dan ook wat meer nabij.
Woord en gezicht
Het valt op, dat de openbaring van de Here aan de mensen omschreven wordt met twee woorden: Woord en Gezicht. Het woord van de Here was schaars, een gezicht brak niet door.
Aan het slot van het hoofdstuk komt dit woordpaar terug. Vers 21: "De Here verscheen (letterlijk: liet zich zien) ook verder in Silo, want Hij openbaarde Zich in Silo aan Samuel door het woord des Heren." Die twee woorden - 'woord' en 'gezicht' - slaan beide op Gods openbaring, maar ze belichten het toch op een eigen wijze.
Zieners
Je had in die tijd mensen, die zieners werden genoemd. Ze kwamen niet alleen in Israël voor, maar in de hele oud-oosterse wereld. Een goed voorbeeld daarvan is Bileam.
Van hem is in 1967 bij opgravingen een soort profetie gevonden, aangebracht op stukken pleisterwerk van een woonhuis (Zie GTT,90,3).
Deze zieners hadden 'gezichten', d.w.z. het vermogen of de gave een blik in de wereld van de goden te slaan.
Zo heeft Bileam blijkens die nieuw opgegraven 'profetie', de goden bezig gezien, terwijl ze aan het beraadslagen waren. Wat daarbij opvalt is, dat die beraadslagingen op zichzelf raadselachtig en duister zijn. Je weet niet goed waar ze op slaan. Daar moet de ontvanger van de profetie zelf achter proberen te komen.
Dit nu is kenmerkend voor de ziener.
Hij ziet op afstand een op het eerste gezicht raadselachtig beeld, waarmee je verschillende kanten op kunt. Hij ziet het als een toeschouwer. Hij is er zelf niet bij betrokken.
Samuel de profeet
En nu lezen we in dit hoofdstuk over de roeping van Samuel als proféét.
Daar loopt het hele hoofdstuk op uit (Vers 20). Met Samuel doet eigenlijk pas echt de profetie zijn intrede in de geschiedenis van Israël. ·Hij is de eerste profeet 'van naam'. Als Paulus later in Antiochië een preek houdt, dan zegt hij op een gegeven moment: En daarna gaf God hen richters tot op de proféét Samuel (Hand. 13,20).
Horen en zien: de taal der ontmoeting
Maar is een profeet hetzelfde als een ziener?
Ja, en nee.
Ja, want verderop in het boek Samuel, wordt hij ook nog een paar keer met nadruk zo genoemd.
We kunnen gevoeglijk aannemen dat Samuel - en ook andere profeten in de bijbel - van die 'beelden' hebben gehad.
Het boek Jesaja b.v. begint met de woorden: "gezicht van Jesaja ..." (Jes. 1, 1).
Verreweg de meeste profetische boodschappen verraden duidelijk hun oorsprong in een 'beeld', dat is 'gezien'.
Bijvoorbeeld Joël 1/2, maar u kunt te kust en te keur gaan in de profetische boeken.
Maar er is een groot verschil met de gezichten van de zieners. Een verschil dat in onze tekst markant tot uitdrukking komt.
We lezen er gauw overheen, maar uit vers 10 blijkt, dat Samuel in het heiligdom niet alleen een stem hoorde, maar dat hij tevens een 'gezicht' zag.
Hij heeft werkelijk de Here gezién: "Toen kwam de Here, bleef daar staan en riep als de vorige keren: Samuel, Samuel!"
En het verschil met de gezichten à la Bileam springt direkt in het oog. Samuel is in dit gezicht geen toeschouwer, maar een aangesprokene in een persoonlijke ontmoeting.
Zijn naam wordt genoemd, en hij antwoordt.
Van nu aan 'kent' hij dan ook de Here (vs. 7).
Horen en zien, dat is de taal van de ontmoeting.
Dit nu is kenmerkend voor de profetie.
Een profeet in bijbelse zin spreekt vanuit de ontmoeting met God.
Daarom wordt ons ook van de belangrijkste profeten het roepingsvisioen vermeld. En deze ontmoeting is tegelijk de sleutel voor het verstaan van de 'beelden', die hij ziet.
Godsverduistering: geen ontmoeting
En nu krijgen ook de beginwoorden van het hoofdstuk hun kleur. "Het woord van de Here was schaars in die dagen, een gezicht brak niet door."
Dat klinkt als: er was geen ontmoeting met de Here.
Er werden wel heilige woorden gesproken en doorgegeven, maar niet vanuit een ontmoeting met de Here.
Die indruk maakt bijvoorbeeld het woord dat Eli tot Hanna heeft gesproken, als antwoord op haar gebed: "De God van Israël zal u geven, waar u om gevraagd hebt" (1, 17).
In een tijd, waarin het woord des Heren schaars is, maakt dit de indruk van al te vlot, beroepsmatig gesproken woord. Het is dan ook genade dat de Here dit woord in vervulling doet gaan.
Godsverduistering ontstaat daar, waar mensen toeschouwer willen blijven.
Waar mensen wel óver God willen spreken, maar zich niet willen laten áánspreken. Waar mensen God wel willen ervaren en ter sprake willen brengen, maar Hem niet willen ontmóeten.
Waar mensen al vragende, overwegende, experimenterende en diskussiërende, drukdoende zijn zichzelf buiten de ontmoeting met God te houden.
Zo bezien zou het wel eens kunnen zijn, dat de godsverduistering zijn wortels in kerkelijke bodem heeft.
Waar immers wordt meer over God gesproken dan daar?
Het symptoom van de godsverduistering is: gebrek aan godservaring.
Maar de diagnose - de dieptepeiling van de Schrift - is: gebrek aan Godsontmoeting.
Godsverduistering en profetie
De therapie van de Here is de profetie.
Door de nieuwe inzet van de profetie in de geschiedenis van Israël, breekt de Here door de nevel heen.
Ook vandaag roept de Here profeten.
U en mij: profeten in Christus.
Maar dan zal het niet gaan om een profetie à la Bileam, die een greep doet naar het 'zien' (ervaren), het 'inzien', het 'doorzien' en 'laten zien' buiten de persoonlijke ontmoeting met God om.
Maar dan zal het gaan om mensen, die in de bijbel, in het evangelie hun éigen naam horen noemen. Die zich laten vinden, en zichzelf ópenen in een levende ontmoeting.
Mensen, die in de ontmoeting met de Heilige antwoorden:
"Spreek Here, uw knécht hoort".
Voor zulke mensen gaan beelden spreken en geven woorden zicht.
Grote God, Gij hebt het zwijgen met uw eigen, met uw lieve stem verstoord.
Maak de weg tot U begaanbaar,
wees verstaanbaar; spreek Heer, uw gemeente hoort.
(Lied 329, 1)