Op zoek naar zicht op overheid en zondag

1991-06-07
  • Jaargang 35
  • nummer 12
Brood op zondag
Het was een aantal decennia geleden, dat een op zaterdag gearriveerde kampeerder op zondagmorgen tot de ontdekking kwam, dat hij door de haast vergeten was op zaterdag brood c.a. te halen. Hij zat dus zonder. Maar ook al meen je het zonder zondagse preek te kunnen stellen - dat meende hij inderdaad - zonder brood voelde ook hij dat hij wat tekort kwam. Hij toog dus naar de plaatselijke bakker maar die had, uiteraard, zijn winkel gesloten. Er is tenslotte niet voor niets een Winkelsluitingswet. Bovendien, de man was Christen en placht in verband daarmee op zaterdagavond zelfs het zicht op zijn etalage te verduisteren door een rolluik te laten zakken.
De kampeerder moest - dat was ook duidelijk - niettemin in zijn nood geholpen worden en dat betekende, dat de betrokkene toch met een brood onder zijn arm naar de camping kon vertrekken. Hij had er zelfs niet voor hoeven te betalen. Verdienen, zo dacht de bakker, deed je immers niet op zondag. Bovendien had ook de wetgever voorgeschreven, dat de winkel op zondag diende te zijn gesloten. Dat zijn zoon een aantal jaren later in Frankrijk in een dienst van de Eglise Reformée een Francaise naast zich kreeg, die onderweg naar de kerk nog even een stokbrood had gekocht, lag nog geheel buiten zijn voorstellingsvermogen.

Op een andere dag
De Winkelsluitingswet - de laatste dateert van 1976- hield en houdt nog rekening met de zondag. Bij de ingang van de winkel moet een aankondiging zijn aangebracht, waarop staat wanneer de winkel open is en die aankondiging krijgt in het algemeen geen fiat, wordt niet 'gewaarmerkt' wanneer er op vermeld staat dat de winkel op zondag open is. In het algemeen, want er zijn uitzonderingen en er kunnen van het verbod om op zondag open te zijn bepaalde vrijstellingen worden verleend. Bij voorbeeld vanwege bijzondere omstandigheden. Eveneens wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat bepaalde mensen op grond van hun geloofsovertuiging de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag plegen te houden. Een gelovige Jood of een zevendedagsadventist zou anders immers zijn winkel op zaterdag én op zondag gesloten moeten houden? Welnu, de wet schrijft ook voor, dat indien de eigenaar of de beheerder van een winkel tot een kerkgenootschap behoort, dat de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag houdt of te goeder trouw verklaart een godsdienstige overtuiging te bezitten, die vordert, dat de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag wordt gehouden, kunnen Burgemeester en Wethouders een ontheffing verlenen. Uiteraard wel onder de conditie dat die winkel dan op die andere rustdag wel gesloten zal zijn. Zodat op die manier ook met de geloofsovertuiging van anderen rekening wordt gehouden. Zelfs in gevallen dat iemand niet tot een bepaald kerkgenootschap behoort maar zich (slechts) te goeder trouw beroept op zijn (eventueel individuele) geloofsovertuiging.
De regeling in de Winkelsluitingwet geldt overigens alleen voor de eigenaar of beheerder van de winkel, niet t.a.v. eventuele (andere) werknemers.
Elders in de wetgeving kan men wel voorschriften aantreffen met een ruimere strekking. Zo wordt in art. 13 van de Arbeidswet 1919 een bepaalde ruimte gecreëerd voor "personen, die tot een kerkgenootschap behooren, dat de wekelijkse rustdag op den Sabbath of op den Zevendedag viert".
Niettemin staat de bescherming van de zondag in de Nederlandse wetgeving (nog) voorop. Voor Israël kan trouwens een overeenkomstige conclusie getrokken worden m.b.t. de Sabbath; christenen vormen dáár - en dat in veel sterkere mate - de uitzondering.
Maar in Nederland is het vooralsnog de zondag, die in het algemeen in de wetgeving een bijzondere plaats inneemt, al mag worden verwacht, dat de huidige wetgeving op dit punt door o.a. de toegenomen ontkerkelijking en de stijging van het aantal Moslems onder grotere druk zal komen te staan.

Vaderen zoon
Een goed gebruik sluit echter een poging tot misbruik niet uit. Zo was er vrij kort geleden in het westen des lands een antiekzaak, gedreven door vader en zoon. Een antiekzaak, die gedurende de zes doordeweekse dagen open was en op zondag gesloten.
Uitgerekend op die zondag bleken er nogal eens mensen langs te komen.
Het leek zakelijk dus nogal aantrekkelijk om ook op de zondag de zaak open te kunnen houden.
Wat er in familiekring werd besproken is niet bekend. Wel werd gevraagd om een ontheffing met als argument dat de vader van geloofsovertuiging was veranderd en in verband daarmee op een andere dag in de week rustdag moest houden. De zoon zou dan de klanten van dienst kunnen zijn van maandag tot en met vrijdag, de vader zou in de week een dag vrij nemen en op zóndag de zaak open kunnen houden.
Burgemeester en Wethouders van de desbetreffende gemeente besloten echter aan de vader geen ontheffing te verlenen. Het tegen die weigering ingestelde beroep werd ook door de rechter verworpen.

De wetgever voor de keus
Nu komt de zondag in de wetgeving niet alleen aan de orde in de Winkelsluitingswet 1976 en in de Arbeidswet 1919. Ook bij de regelingen op andere terreinen moest de wetgever zich uitspreken over de zondag. Bij voorbeeld in de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties en nog zeer recent m.b.t. het Mediarecht (televisiereclame op zondag). Het laatste voorbeeld maakt al wel duidelijk dat de in het verleden gemaakte keuzen voor de toekomst niet meer vanzelfsprekend zijn.
Van belang is voorts dat men, zeker na de invoering van de nieuwe Grondwet in 1983, daarbij met meer nadruk dan voorheen de scheiding van kerk en staat naar voren schuift, soms al of niet gecombineerd met de stelling, dat de staat toch in godsdienstzaken 'neutraal' is of althans moet zijn. Spreekt trouwens artikel 6, lid 1, van de Grondwet niet over het recht zijn gódsdienst te belijden naast het recht zijn lévensovertuiging te belijden en wordt uit de desbetreffende bepaling ook niet afgeleid, dat alle godsdiensten recht hebben op een gelijkwaardige behandeling?
Zodat blijkens de rechtspraak ook Moslim-gedetineerden m.b.t. de verstrekking van rituele voeding om overeenkomstige faciliteiten mogen vragen als gedetineerden-aanhangers van andere godsdiensten. Bovendien ontstaat er eveneens een toenemende druk vanuit het bedrijfsleven om i.v.m. technische, internationale en financiële ontwikkelingen te komen tot een ..meer flexibele opstelling ten aanzien van de zondag".

Om een meer bewuste keuze
Het feit, dat de wetgever in de naaste toekomst naar kan worden verwacht opnieuw voor een aantal keuzen zal worden gesteld is slechts één aspect.
We hebben geen staatskerk meer (gelukkig) maar dat wil nog niet zeggen dat de overheid, de wetgever 'neutraal' is. Bepaalde keuzen zullen daarbij onontkoombaar zijn. Die keuzen zullen te meer van belang zijn, omdat veranderingen in de wetgeving ook wijzigingen in maatschappelijk gedrag en levensstijl met zich mee kunnen brengen. Maar niet alleen de politieke partijen, ook de kerken zullen zich daarop hebben te bezinnen. Niet in de zin van "wat mag je dan allemaal niet" maar wel in pósitieve zin, op zoek naar een zondagsinvulling en -vervulling 'Coram Deo', écht 'voor het aangezicht van God' en dat is wellicht nog de moeilijkste opgave.
Voor wie zich wil oriënteren op enkele publicaties uit ruimere kring van meer recente datum over deze problematiek zij hier o.a. gewezen op 'Signaai', een pastorale handreiking bij zondagsarbeid, afkomstig van de Deputaten Kerken en Bedrijfsleven van de Chr. Geref. Kerk in Nederland, 1991; 'Samen zondag vieren', Bisschoppelijke Brieven nr. 27 (1990); 'Werken op zondag' van de Raad van Kerken in Nederland (1991) en 'Wie niet rust zal niet werken' van het Bureau kerk en bedrijfsleven van de (syn.) geref. kerken in Nederland (1991). Ook in diverse dagbladen, politieke tijdschriften e.d. staat de zondag de laatste tijd in toenemende mate in de belangstelling.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief