Hoe spreekt God tot ons in de bijbel?
1991-06-21
Hoe spreekt God tot ons in de Bijbel?- Jaargang 35
- nummer 13
Het antwoord op die vraag zou ik heel kort kunnen samenvatten. God spreekt door mensen. De Bijbel is geschreven door mensen en heeft goddelijk gezag.
In het spreken en schrijven van mensen is God aan het woord.
God spreekt dus niet rechtstreeks tot ons, maar door derden. Door Mozes en de profeten, door Jezus en de apostelen. Wanneer God door Jezus spreekt, is de band heel intiem geworden.
Maar ook Jezus zegt dat Hij gezonden is door de Vader en dat Hij niet Zijn eigen woorden spreekt. En bovendien, Zijn woorden zijn ons weer overgeleverd door de schrijvers van de evangeliën. Trouwens, ook van Mozes en de profeten zijn de woorden niet noodzakelijk door henzelf opgeschreven.
God spreekt door mensen en daarom is de vraag 'Hoe spreekt God tot ons in de Bijbel?' niet met een paar woorden te beantwoorden.
Mijn verhaal valt in twee hoofddelen uiteen. In de eerste plaats wil ik iets meer zeggen over de betekenis van het feit dat het GOD is die tot ons spreekt in de Bijbel. En in de tweede plaats wil ik ingaan op de vragen die opkomen omdat God tot ons door mensen spreekt.
God spreekt in de bijbel met het oog op een relatie
Laat ik dit onderdeel beginnen met te proberen heel kort twee manieren van Bijbellezen te schetsen, twee manieren die beide iets in zich hebben waar ik het mee eens ben, maar die beidemijns inziens - ook iets wezenlijks missen. De eerste manier zou je kunnen typeren als de SUBJECTIEVE MANIER VAN OMGAAN MET DE BIJBEL, en de tweede als de OBJECTIEVE MANIER VAN OMGAAN MET DE BIJBEL.
De eerste manier van omgaan met de Bijbel, de subjectieve, sluit zich heel erg aan bij het moderne levensgevoel.
De nadruk ligt op het gegeven dat de Bijbel door MENSEN geschreven is.
De Bijbel is een boek waarin mensen vertellen van hun ervaringen met God, als individu, als volk, als kerk. Van de vreugde, van de moeite, van het overweldigende van die ervaringen waarin ze iets van God herkend hebben. En die verhalen kunnen een bemoediging zijn, oriëntatie en hoop geven in onze situatie vandaag.
In deze opvatting gaat de Bijbel heel duidelijk over God, maar is toch vooral een boek van mensen. Mensen spreken namens zichzelf van hun ervaringen met God. Dat geeft ook de mogelijkheid om kritisch tegenover die verhalen te staan, bepaalde ervaringen van God niet meer als ervaringen van God te erkennen. Bijvoorbeeld het uitroeien van de volkeren door Israël in Kanaän. Kortom, deze benadering legt sterk de nadruk op de menselijke ervaringen in het leven met God. Het is belangrijk wat WIJ beleven en ervaren.
Daar tegenover staat de andere benadering die ik typeerde als de objectieve.
Daarin ligt de nadruk op het gegeven dat de Bijbel van GOD komt, vertelt over dingen die gebeurd zijn, die God gedaan heeft, die gaan gebeuren, én wat wij moeten doen, wat van ons gevraagd wordt om te doen. De nadruk ligt niet op wat mensen ervaren of beleefd hebben, ook niet op wat WIJ ervaren of beleven, maar de nadruk ligt daarop dat de Bijbel een boek is met informatie over wat God gedaan heeft en wat wij moeten doen. Informatie die met goddelijk gezag wordt gegeven.
Zoals ik al zei, over beide opvattingen is wel wat goeds te zeggen. Wat betreft de subjectieve: De Bijbel heeft inderdaad te maken met ons ervaren, ons beleven. Je vindt dat in de psalmen heel duidelijk, maar eigenlijk trekt dat voortdurend door heel de Bijbel heen. Het gaat inderdaad in de Bijbel daarom, dat we met God leven.
En wat de andere opvatting betreft, de objectieve: De Bijbel geeft inderdaad informatie, over wat er gebeurd is, wat God gedaan heeft, wie God is, wie wij mensen zijn en wat God van ons wil.
Ik weet niet of u zich in één van de twee schetsen herkent - omdat ik zei dat in beide iets wezenlijks mist, zult u 'misschien aarzelen om te snel voor één te kiezen en dat zou ik ook terecht vinden. Ik geef natuurlijk die opvattingen niet als typeringen van bepaalde mensen, hoe die omgaan met de Bijbel, maar als typen van hoe het zou kunnen, die je ook kunt herkennen in hoe mensen met de Bijbel omgaan.
Wat mis ik daarin?
Ik mis in beide, zowel in de subjectieve als in de objectieve, dat het in de Bijbel in de eerste plaats gaat om de relatie van ons met God. Dat God tot ons spreekt opdat wij in ons concrete leven met Hem omgaan. Antwoorden op wat Hij tot ons gezegd heeft. Om een relatie van Persoon tot persoon.
Persoon is ieder van ons als individu, maar we zijn het in zekere zin ook als gemeente, als gemeenten, als het volk of de gemeente van God. Je zou kunnen zeggen, als heel het Oude Testament - en misschien kun je zeggen: ook het Nieuwe Testament - door Jezus zelf samengevat wordt in het liefdegebod, is het duidelijk dat het daarom gaat. Wat is de hoofdzaak van de wet en de profeten, het Oude Testament?
Dat we God liefhebben met heel ons hart en heel ons bestaan.
Waarom? Omdat God zich heeft laten zien als een God die zelf ons liefheeft.
Zo heeft Hij gehandeld en zo heeft Hij gesproken en op die manier vinden we het echte leven.
Waarom ontbreekt dat element in wat ik de subjectieve manier van Bijbellezen genoemd heb? Daar gaat het toch juist om ervaringen met God? Het lijkt erop dat het leven met God daar juist op de voorgrond staat.
Het punt is, de subjectieve manier zoals je die kunt tegenkomen, spreekt over God alleen in de derde persoon.
De Bijbel is dan een boek van mensen over God, maar niet een boek van God tot ons. De kennis die we van God zouden kunnen krijgen op die manier, als die wijze van lezen de juiste was, zou alleen zijn over God in de derde persoon. We zouden ons eventueel nog tot God kunnen richten, God in de tweede persoon, maar God komt dan niet in de eerste persoon naar ons toe.
Dan is het niet God zelf die spreekt.
Laat ik proberen dat met een vergelijking duidelijk te maken - de gemiddelde leeftijd van ons zoals we hier zijn is vrij hoog, dus ik weet niet in hoeverre het beeld dat ik wil gebruiken u nog aanspreekt, maar misschien herkent u het nog vanuit vroegere jaren - ik bedoel het beeld van het verliefd worden. Stel je voor als meisje of jongen, je bent verliefd op iemand en dan is er een derde persoon die praat over degene op wie je verliefd bent. Dat legt nog geen relatie met de betrokkene. Misschien kom je wat meer te weten, maar er is nog geen relatie. Pas als die derde persoon zou zeggen: die ander (op wie je verliefd bent, maar dat weet hij natuurlijk niet), namens die persoon moet ik iets tegen je zeggen, pas dan ontstaat er iets van een relatie. De betrokkene staat zelf achter wat er gezegd wordt.
Als God door mensen spreekt, is Hij degene die mensen gezonden heeft en zo is het mogelijk dat er een echte relatie ontstaat. God zegt: Ik, en zo spreekt Hij in de Bijbel ons aan. Via derden, maar toch in de eerste persoon.
Daar is een ander punt mee verbonden.
De subjectieve manier van Bijbel lezen - ik duidde dat al even aanheeft gemakkelijk iets vrijblijvends.
Ervaringen met God, je kunt ze herkennen of je kunt ze niet herkennen, maar je kunt er in ieder geval kritisch tegenover staan. Je kunt je eigen beoordeling geven. Er is niet een echt gezag van Gods kant waarmee dat woord op je af komt.
Maar als God, eventueel via derden tot ons spreekt, is dat nooit vrijblijvend.
Dan staan we voor onze Schepper, voor onze Maker, en dan komt er een woord met gezag. Wanneer het alleen zou gaan in de Bijbel om verhalen van mensen over God, dan ging het ook alleen om het gezag van mensen. Dan zouden we kritisch kunnen oordelen.
Als God daar zelf achter staat, is dat niet aan de orde.
Om een misverstand te voorkomen, gehoorzaamheid is wezenlijk in relatie tot de Bijbel, maar het is niet het diepste woord. Het diepste woord is 'antwoord op Gods liefde'. Je zou dat kunnen duidelijk maken aan de relaties die de Bijbel zelf gebruikt om de relatie van ons met God duidelijk te maken.
Dat is de relatie van knecht en Heer. Daarbij staat het element van gehoorzaamheid voorop. Dat is de relatie van kind en Vader. Dan is het element van gehoorzaamheid ook duidelijk aanwezig, maar toch geheel getypeerd door het moment van liefde.
En het is de relatie van vrouwen man.
Dan staat het element van de gehoorzaamheid niet meer voorop, dan is liefde het allesbepalende geworden.
Zo spreekt God over Zijn verbond met Israël en zo wordt gesproken over Christus en de gemeente. Dat derde beeld heft natuurlijk de andere niet op.
Het element van gehoorzaamheid komt mee, maar het gaat om een relatie van liefde waarin God in zekere zin ons wil werven en winnen.
Het lijkt erop dat in de andere opvatting, de objectieve, dat gezag heel duidelijk wel erkend wordt. En dat is ook juist. Maar ook daarin ontbreekt het centrale van de relatie van Persoon tot persoon. Want de Bijbel staat voorop en het gezag daarvan, niet God; waarheden en geboden, niet een persoon. Waarheden die je kunt leren, geboden die je kunt proberen te gehoorzamen, maar zij lijken een gezag in zichzelf te hebben en niet ons te plaatsen in de relatie tot de Persoon die er achter staat. Bij het objectieve lezen van de Bijbel - objectief zoals ik dat getypeerd heb -'dreigt God achter de leer te verdwijnen. Bidden wordt dan gemakkelijk een ritueel; zonde en schuld - als ze meer dan een dode letter zijn - krijgen gemakkelijk een wettisch karakter. Tekort is er tegenover een wet, niet tegenover een Persoon.
En het gevaar is groot dat öf het leven en de leer wettisch worden, zonder liefde, zonder verwachting, óf dat leer en leven volstrekt gescheiden worden, dat het omgaan met de Bijbel niet meer het leven zelf raakt, laat staan bepaalt. Natuurlijk is ook een mengvorm van die twee mogelijk.
Tegenover deze beide vormen van lezen, de subjectieve en de objectieve, wil ik nog eens benadrukken dat de Bijbel gelezen wil worden als een Woord van God waarop van ons een antwoord gevraagd wordt. Hij toont zich aan ons, beter nog Hij geeft zich aan ons en wil dat wij in ons antwoord ons aan Hem geven.
God spreekt in de Bijbel tot ons door mensen
Ik moet beginnen te zeggen dat ik bij dit onderdeel een zekere verlegenheid voel. Om een aantal redenen. Bij dit punt wil ik ingaan - tot op zekere hoogte - op vragen die het lezen van de Bijbel kan oproepen. Daarvan is er een grote verscheidenheid. Het is onmogelijk op alle vragen in te gaan.
In de tweede plaats, ik ben ook niet echt deskundig. En in de derde plaats, en dat is het belangrijkste, ik heb geen definitief antwoord op die vragen.
Welke vragen bedoel ik? Je zou kunnen zeggen, het zijn twee groepen van vragen. Vragen die te maken hebben met wetenschappelijk onderzoek van de Bijbel, van het Nieuwe Testament, maar vooral van het Oude Testament, en vragen die te maken hebben met wat de Bijbel ons leert in verband met praktische aangelegenheden nu. In beide gevallen komen de vragen op, of staan de vragen in verband met het feit dat de Bijbel een historisch boek is, tot stand gekomen in een bepaalde historische tijd, die anders is dan de onze. God spreekt door mensen, die geleefd hebben in een bepaalde tijd, anders dan de onze. En dat brengt voor ons problemen mee.
Laat ik heel kort iets aanduiden van het eerste vragengebied. Bijvoorbeeld, zijn de eerste vijf boeken van de Bijbel, de boeken van Mozes, door Mozes zelf geschreven of zijn ze, in ieder geval in hun definitieve vorm, pas veel later gereed gekomen? Heeft dat gevolgen voor het perspectief van waaruit die geschiedenis verteld wordt?
En wat het andere vraaggebied betreft - in onze kerken is een actueel probleem de discussie over de vrouw in het ambt: Hoe lezen we de Bijbelteksten daarover? Dat is deels een kwestie van exegese en deels is dat een kwestie van: zijn bepaalde voorschriften typisch toegespitst op de situatie van die tijd of gelden ze voor alle tijden?
Daarbij gaat het om het normatieve gezag van de voorschriften in de Bijbel voor onze tijd.
Ik zei u al, ik voel een zekere verlegenheid vanwege de grote verscheidenheid van vragen die hier liggen, en ook vanwege de aard van de vragen.
Wat ik wil doen is eigenlijk niet meer dan een paar opmerkingen hierbij plaatsen die een richting aangeven, in ieder geval duidelijk maken hoe ik denk dat we met die vragen zouden moeten omgaan.
(wordt vervolgd)