Persschouw

1991-06-21
  • Jaargang 35
  • nummer 13
Acteren op de kansel
Het toneelspel staat in onze kringen niet hoog aangeschreven: het is onnatuurlijk, verbloemt de werkelijkheid, maakt vaak van zonden een spel. Met name Kuyper verzette zich tegen het toneelspel, omdat een toneelspeler niet zijn eigen karakter ontplooit, maar zich voortdurend in karakters van anderen moet verplaatsen.
En toch ... Ieder die in het openbaar optreedt, speelt enigszins toneel. De presentatie is anders dan wanneer men in kleine kring met elkaar spreekt. Men tracht meer beeldend te formuleren. En men laat het niet altijd bij het zwaaien met de handen, maar soms wordt er een echte akte opgevoerd.
Ik heb wijlen onze hootdfeqerpredikant ds. H. Janssen eens over Genesis 22 horen preken en we zagen zeer aanschouwelijk, hoe Abraham een altaar bouwde en er zjn zoon op legde. Ik zie hem nog, met de rug naar de gemeente gekeerd, met het mes zwaaien. En wijlen prof. Wisse kon er ook wat van: in een bomvolle wat rumoerige kerk begon hij zacht fluisterend, zodat het doodstil werd. Van onze huidige voorgangers wil ik niemand noemen, maar ook onder hen zijn er die de aandacht door hun optreden weten te boeien en zich op de kansel anders gedragen en uitdrukken dan thuis.
We hoeven dat geen toneelspel te noemen, maar naar mijn mening dient de kunst van het acteren toch wel een bescheiden onderdeel van de hermeneutiek te zijn. Wie in het openbaar optreedt, dient zich niet alleen van elk woord, maar ook van elk gebaar bewust te zijn.
Als een der weinige in De Wekker schrijvende niet-theologen durf ik het aan om te wijzen op de noodzaak van een goede presentatie op de kansel: de gemeente recht in de ogen kijkend, gebarentaal gebruikend die bij het besproken beeld past, en trachtend de luisteraars niet slechts door het woordgebruik, maar ook in de presentatie te boeien.
Er zijn natuurlijk grenzen. Als voorbeeld van een grensoverschrijding noem ik een preek, die ik onlangs beluisterde van een jonge predikant in de NG Kerk van de in Johannesburg gelegen wijk Aasvoëlskop.
Ontegenzeggelijk was het een boeiende preek over Christus Die stierf om ons van onze zonden te verlossen.
Halverwege de preek kwam achter in de kerk eèn politie-agent binnenstappen, die rustig door het gangpad naar de kansel wandelde. De gemeente was met stomheid geslagen, de predikant zweeg verbijsterd en de achter in de kansel zittende tweede predikant - grote gemeenten aldaar hebben vaak twee predikanten - ging verschrikt staan. De politieagent besteeg de kansen en overreikte de dominee een groot vel papier. Dominee nam het aan, werd wit en deelde met gebroken stem mede, dat hij werd beschuldigd van fraude en dat het hier een arrestatie-bevel betrof. Hij vroeg de politieman, of hij zijn preek niet eerst mocht afmaken. De politieman schudde het hoofd ontkennend, waarna dominee zei, dat hij dan zijn collega zou vragen de preek af te maken.
Hij liet hem het arrestatie-bevel zien, waarna de collega het aanpakte en zich vervolgens bukte om er iets mee te doen wat wij niet konden zien.
Na enkele ogenblikken gaf hij iets terug aan de dienstdoende dominee, die vervolgens triomfantelijk een houten kruis omhoog stak, waarop zijn collega met punaises het arrestatiebevel had vastgeprikt. En dominee riep juichend uit: Gemeente, zo verlost Christus ons van onze zonden! De politieman ging glimlachend weer weg en de gemeente haalde opgelucht adem.
Dat toneelspel ging mij te ver en acht ik niet passend op de kansel (hoewel ik de preek met deze akte nooit meer zal vergeten). Achteraf was ik me bewust, dat de kerkeraadsleden alles glimlachend hadden aanschouwd en dus van de dwaze opvoering op de hoogte waren geweest.
Maar dat de gemeente wordt geboeid als een predikant niet alleen hoorbaar, maar ook aanschouwelijk onderwijs geeft, staat buiten twijfel. Men hoeft dat geen toneelspel te noemen, maar een vorm van presentatie, die vaak een natuurlijk charisma is en die niet gemakkelijk valt aan te leren maar waarin men zich toch wel enigszins kan bekwamen. En als eenvoudig regelmatig preekbeluisteraar zou ik daarvoor graag wat meer aandacht willen vragen.

Dit artikel is van de hand van de bekende Dr. Verplanke en knipten wij uit het eveneens bekende chr. gereformeerde weekblad: 'DE WEKKER'. Bij de behandeling van dit onderwerp begeven wij ons eigenlijk niet op hermeneutisch, maar op homiletisch terrein.
Hermeneutiek is immers kort samengevat de theorie van de exegese, terwijl de homiletiek de regels voor de prediking aangeeft. Nu heeft een vrijgemaakt-gereformeerd predikant zo las ik in 'KOERS' pas verklaard, dat bij de opleiding in Kampen (Broederweg) op de technische kant, de reciteerkant, de toneelkant, weinig gelet wordt. We zouden volgens hem wat vaker naar Toon Hermans moeten kijken. Ik kan één en ander uiteraard niet beoordelen. En wat Toon Hermans betreft, pas heb ik hem nog weer eens op de beeldbuis gezien. Hij boeide mij aanvankelijk wel, maar later niet meer. Waarmee ik niet wil zeggen, dat wij als predikanten van dergelijke acteurs niets kunnen leren. Integendeel!
Wij hebben de roeping om de rijkdom van het evangelie uit te stallen.
We moeten de gemeente laten zien wat de intentie is van Gods ontferming over ons gebroken leven. Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen, dat een dienaar van het Woord zonder een ondertoon van bewogenheid de boodschap van zijn Zender aan het volk van het Verbond kan doorgeven. Natuurlijk heeft iedere prediker zijn eigen geaardheid. Maar we zullen wel naar de gaven en kapaciteiten, die God ons geschonken heeft, ons geheel moeten inzetten voor een pakkende vormgeving van de preek. Wie hierbij niet streeft naar het optimale is ongehoorzaam aan zijn opdracht. En is het niet zo, dat uiteindelijk de opdracht de onmacht geneest?! We gaan toch nooit op eigen houtje de kansel op?! We weten ons toch gestuurd door de Heilige Geest?! Het kan voor een dominee heus geen kwaad als hij spraakles neemt. Dan kan hij eventueel leren de juiste aksenten te leggen, zodat de Schriftlezing en de verkondiging beter overkomen. We moeten niet door een ongeartikuleerd spreken, een slordige voordracht en een onverzorgde woordkeus irritatie wekken bij de luisterende schare. De presentatie van het geheel dient de doortocht van het evangelie te bevorderen.

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief