Zorgvernieuwing (1)
1991-07-05
1 Vanmiddag willen we, als leden van de Oudervereniging Philadelphia, als ouders, als broers en zusters en als vrienden, met elkaar nadenken en spreken over het vraagstuk van wat men wel noemt, de zorgvernieuwing.- Jaargang 35
- nummer 14
Het gaat hierbij met name om de vraag welke veranderingen er in het denken over de zorg voor de zieke en gehandicapte mens en in de concrete zorgverlening plaats vinden in een samenleving die voortdurend in ontwikkeling is. Dit nadenken over vernieuwing in de zorg is daarom van belang omdat de overheid van haar kant via de binnenkort te verschijnen nota over de innovatie van de zorg haar opvattingen over de zorg aan de samenleving heeft voorgelegd.
Men kan gerust zeggen dat in het verschijnen van bovenvermelde nota, voor ons als oudervereniging, een uitdaging is gelegen om zich bij de voorduur te bezinnen op de normen die aan de zorgverlening in de moderne maatschappij kunnen en moeten worden opgelegd.
Concreet gezegd willen wij vandaag als bestuur met U nadenken over de vraag in welke mate maatschappelijke ontwikkelingen van invloed zijn op de aard en de omvang van de zorg voor mensenkinderen die tot op zekere hoogte blijvend aan ons zijn toevertrouwd.
Ik wil mijn bijdrage als volgt indelen.
In de eerste plaats wil ik enkele algemene opmerkingen over ontwikkelingen in het denken over de betekenis van de mens in de moderne samenleving waarin wetenschap en technologie van grote en welhaast overheersende betekenis zijn.
Daarna wil ik proberen duidelijk te maken welke gevolgen dit denken heeft gehad voor de onderlinge verhouding tussen mensen en daarbij voor de visie van de betekenis van de verantwoordelijkheden in de samenleving.
2 In onze westerse samenlevingen zijn we steeds meer onder de druk komen staan van de dictatuur van wetenschap en technologie. Onder invloed van geestelijke ontwikkeling die men kortheidshalve wel de Verlichting noemen wordt aan de mens de mogelijkheid toegekend om de hele werkelijkheid te verklaren, te doorgronden en uiteindelijk te beheersen.
De wereld, de werkelijkheid zoals die er steeds weer is, kan als het menselijk verstand voldoende is gerijpt geheel begrijpelijk zijn en als het ware in formules worden vastgelegd. Zelfs krijgt de mens in deze zienswijze de opdracht om het denken geheel te richten op de ontsluiting van de geheimen van deze wereld.
En als we de werkelijkheid geheel hebben doorvorst dan zal ook de wereld beheersbaar zijn.
De mens op weg naar een veilige en zekere toekomst waarin, om het bijbels te zeggen, alle tranen vanwege ziekte en handicap van de ogen zijn uitgewist. Dan zal de mens uiteindelijk zijn als een god die volledige kennis heeft van goed en kwaad.
Ziet U het niet vandaag aan de dag?
De wetenschap en technologie die geen grenzen erkent. Alles is in principe vatbaar voor onderzoek en beheersing.
Natuurlijk mag men nog wel ethische kanttekeningen plaatsen, maar aan het recht van wetenschappelijke beheersing mag niet worden getornd. De waarde van het leven ligt in handen van de wetenschapper, de bioloog, de ethicus en de medicus.
Natuurlijk, en wie van ons zal dat ontkennen, hebben wetenschap en technologie zegenrijk gewerkt. Ik werk deze gedachte niet verder uit. Slechts een paar opmerkingen.
In de loop der jaren is in onze kringen al op vele manieren gewaarschuwd tegen de gevaren van dit beheersingsideaaI.
En werkelijk niet alleen in onze.
kringen. Op dit punt ontmoeten diverse levens- en wereldbeschouwingen elkaar.
Het wordt steeds duidelijker dat de mens met zijn intellect niet de toekomst van de samenleving in zijn greep heeft. Integendeel de ideologie van de beheersing gaat steeds meer ten koste van de leefbaarheid en speelruimte die de mens in deze wereld heeft ontvangen. Het beheersingsideaai is in deze zin een afgod geworden, een idool, omdat de beloften die gedaan zijn in de naam van dit ideaal niet zijn waargemaakt.
En deze afgod wordt ook door andere levens- en wereldbeschouwingen in zijn onbetrouwbaarheid ontmaskerd.
3 In verband met het onderwerp wil ik het proces van zorgvernieuwing nu niet inkaderen in een analyse van het failliet van de beheersbare samenleving maar in een analyse van de verantwoordelijkheid van de mens voor de naaste. Mijn uitgangspunt is dat de mens in deze wereld wordt geplaatst als beelddrager. Beelddrager betekent in zijn fundamentele betekenis dat de mens in deze wereld Zijn Maker vertegenwoordigt.
De gehandicapte mens als beelddrager, als vertegenwoordiger, als ambassadeur.
De mens, elk mens, komt op deze wereld met een verantwoordelijkheid die past bij zijn uniek menszijn.
Om de betekenis van deze verantwoordelijkheid te kunnen doorzien is het goed om hierbij vier facetten van deze verantwoordelijkheid te onderscheiden en wel:
a. ten opzichte van de ons omringende natuur; het milieu is onze verantwoordelijkheid;
b. ten opzichte van de medemens waarvoor men naaste mag en moet zijn;
c. ten opzichte van zich zelf in de zorg voor zijn eigen llchamelljk en geestelijk welzijn;
d. deze drie samengebald tot een verantwoordelijkheid ten opzichte van De Schepper van hemel en aarde en die door Zijn macht ook deze werkelijkheid in stand houdt.
Deze verantwoordelijkheid ontwikkelt zich in de loop van de tijd. De moderne mens heeft weliswaar geen principieel andere verantwoordelijkheid dan de mensen van de vorige generaties maar er zijn wel vormverschillen die passen bij de ontwikkeling in de geschiedenis van de mensheid. Het ontbreekt in het kader van deze voordracht aan tijd om dit alles in voldoende mate uit te werken. Vandaar dat ik me tot een bepaald feit beperk.
Men kan met enig recht zeggen dat het in het proces van zorgvernieuwing vooral gaat om de beleving van de verantwoordelijkheid ten opzichte van de medemens die zorg en verzorging nodig heeft. Vandaar dat ik mij in mijn beschouwing over de betekenis van de
verantwoordelijkheid in onze samenleving vooral tot dit facet beperk.
4 Om mijn beschouwing toch in een wat breder kader te plaatsen grijp ik nog even terug op wat ik in het begin heb gezegd over het ideaal van de zgn. Verlichting. Ik heb toen een enkele opmerking gemaakt over het beheersingsideaal.
Maar er is ook nog een andere ontwikkeling op te merken.
Het ideaal van de Verlichting namelijk heeft ook doorgewerkt in de visie op de verhouding tussen de mens en de gemeenschap. Wat is de plaats van de enkele mens binnen de gemeenschap?
Gaat het om de rechten en de belangen van het individu of moet het individu zijn waarde ontlenen aan het belang van de gemeenschap? Daarbij zijn er twee uiterste visies te onderscheiden.
a. In de eerste plaats het ideaal van de liberale samenleving. Onder invloed van het samenstel van maatschappelijke krachten zal er vanzelf een evenwicht tot stand komen. De mens is vrager en aanbieder.
De wereld is een samenstel van markten waarop een ieder in principe vrij is om te vragen en aan te bieden. Alles heeft een prijs en hij die bereid is te betalen kan alles krijgen. In dit vrije spel der maatschappelijke krachten heerst het recht van de sterkste.
Dit betekent niet dat er geen zwakke mensen mogen zijn, maar deze zwakke mensen krijgen een aparte en desnoods respectabele plaats in de samenleving maar zij zijn van minder belang in de ontwikkeling van de samenleving. Men moet barmhartig zijn maar de gehandicapte mens heeft buiten het recht op barmhartigheid geen recht om, als hij niet aan de norm van doelmatigheid en effectiviteit voldoet, een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de samenleving.
Zorg is en blijft in wezen het karakter van armenzorg houden. De mens met een handicap heeft welhaast op alles recht maar als het ware een beperkt recht op deelname in de ontsluiting van de werkelijkheid.
b. In de tweede plaats is er het ideaal van de politiek maakbare samenleving.
De gemeenschap gaat boven het individu uit. In deze visie krijgt de staat de verantwoordelijkheid voor alle burgers en de overheid is verantwoordelijk voor de zorg. De mens draagt zijn rentmeesterschap over aan de staat en vraagt daarvoor een rustig en stil leven. De waarde van de mens wordt bepaald door zijn bijdrage aan de gemeenschap.
In deze visie kan de gehandicapte mens wel wat betekenen voor de ontwikkeling van de samenleving maar de staat zorgt wel voor deze mogelijkheden. Wij, als ouders of als broers en zusters of als vrienden, behoeven niets meer te doen.
Wij kunnen onze handen van onze medemens aftrekken. Wij kunnen als de priester en de leviet langs de verschoppeling lopen. De Staat, de ambtenaar van W.V.C. neemt de functie van de barmhartige sarnarttaan van ons over.
Nu is het maar gelukkig dat deze uiterste vormen niet zonder meer in de werkelijkheid voorkomen. Maar we zien wel steeds elementen van deze visies in allerlei voorstellen betreffende zorgvernieuwing opduiken.
5 Ik wil me vanmiddag concentreren op het vraagstuk in hoeverre het proces van zorgvernieuwing recht doet aan onze verantwoordelijkheid ten opzichte van de medemens.
In meer bijbelse termen uitgedrukt vragen we dan naar de concrete betekenis van het naaste zijn voor de gehandicapte mens.
In dit verband wijs ik er uitdrukkelijk op dat het nu niet gaat om de gehandicapte mens als naaste maar om 'wij' als naaste voor de ander. Niet de verschoppeling die langs de weg ligt, is naaste, maar hij die deze verschoppeling op zijn weg tegen komt.
En met 'wij' bedoel ik niet zozeer U die hier zit (OOkdat) maar wij als volk, als samenleving; wij die mogen zorgen voor de medemens. Mijn stelling luidt nu dat de zorg voor de naaste begint bij de erkenning van de fundamentele rechten van de gehandicapte mens.
Nu kan men zich hier gemakkelijk vanaf maken door zich te verliezen in algemeenheden. Dan krijgt men algemene uitspraken in de zin dat ook de gehandicapte mens recht heeft op een menswaardig bestaan. Maar men vergeet erbij te vertellen wat in onze moderne samenleving met al zijn mogelijkheden de inhoud van een menswaardig bestaan mag zijn. Ik wil nu de stelling verdedigen dat de gehandicapte mens, in rekening brengend zijn potentiële mogelijkheden, recht heeft op drie fundamentele voorzieningen t.w. onderwijs, wonen en werken. Met deze voorzieningen kan de mens zich ontplooiien. De gehandicapte mens heeft recht op ontplooiing van zijn leven, omdat hij ook rentmeester is.
Mensen met mogelijkheden mogen ook rentmeester zijn. En zou dat ook niet het triomfantelijke in een verantwoorde zorg kunnen zijn?
Een zorg die de handicap overwint.
De gehandicapte mens als mens met mogelijkheden, als rentmeester met unieke verantwoordelijkheden. De overwinning op de armenzorg doordat wij ervoor mogen zorgen dat de mens met mogelijkheden ook echt mogelijkheden krijgt. Wij kunnen het rentmeesterschap en het naaste-zijn leren van hen waarvan wij denken dat zij tekort komen.
Het proces van zorgvernieuwing moet dan ook zijn een voortdurende strijd om onze mensen in staat te stellen hun mens-zijn in deze wereld waar te maken. Heel concreet door hen onderwijs te geven, door hun gelegenheid te geven op zich zelf te staan en door hun te laten functioneren in de samenleving.
Als medewerker.
En hoe zit het nu met de identiteit?
In de kringen van Philadelphia wordt de strijd op eigen wijze gevoerd uit de overtuiging dat de strijd om de identiteit de basis en de reden voor ons als vereniging wordt beschouwd.
Maar niet als een abstractie, maar in de aandacht die er moet zijn voor de vormgeving aan het naaste-zijn in onze snel veranderende samenleving.
De identiteit van onze oudervereniging is onlosmakelijk gekoppeld aan de erkenning dat onze kinderen, onze broer of zuster koningskinderen zijn, prinsen in het koninkrijk des Hèren. In hun eenvoudigheid vertonen zij de kern van de bijbelse boodschap dat wie niet als de kinderen wordt het Koninkrijk niet zullen binnen gaan.
De identiteit van onze vereniging staat of valt met de erkenning dat Hij die alles regeert van ons vraagt dat wij goed zorgen voor hen die aan onze zorg zijn toevertrouwd.
Dan zal Hij, die wolken, lucht en winden hun spoor wijst, ook ons de weg wel wijzen in de ontwikkeling van de zorgvernieuwing.
Opdat wij werkelijk naasten kunnen zijn.
1 Dit referaat werd door prof. Knol onlangs gehouden voor de oudervereniging Philadelphia.
Omdat de inhoud ook van belang is voor gezinnen zonder een verstandelijk gehandicapt kind plaatsen wij dit referaat in ons blad.
(redaktie)