Persschouw

1991-07-19
  • Jaargang 35
  • nummer 15
Tegenwoordig
De Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels zijn vier eeuwen oud.
Zijn zij door de tijd achterhaald? Als dat waar is, zijn de kerken van die belijdenissen daarmee in een crisisachtige situatie beland. Immers, de geloofsinhoud waaraan de ambtsdragers bij hun bediening aan de gemeente gebonden zijn, is voor die gemeente constituerend. De confessie van de kerk is haar identiteit. Haar gereformeerde signatuur staat of valt ermee. Zij wordt daaraan gekend als kerk die 'waar' is omdat zij aan "de woorden van de profetie van het Boek niets toevoegt en er niets afneemt".
Een gereformeerde kerk die van oordeel is dat haar belijdenis door de tijd is achterhaald en die niet in staat is helder te zeggen waarin en op grond van welke woorden van God, verkeert in een identiteitscrisis.
Zij is allengs niet meer in staat haar geloof te onderwijzen aan haar kinderen.

De gereformeerde belijdenisgeschriften ontstonden in de zestiende en de zeventiende eeuw. Kan de kerk van het jaar 2000 nog uit de voeten met formulieren, zó oud? Moet de kerk haar ambtsdragers daaraan na meer dan tien generaties nog vastklinken?
Wordt zo het levende belijden van Gods kinderen niet bevroren? Zijn vier eeuwen en tien generaties in zichzelf al niet meer dan lang genoeg om te zeggen dat een belijdenisgeschrift is achterhaald? Is er in al die tijd geen onoverbrugbare kloof ontstaan tussen de inhoud van wat vroeger geschreven werd en wat nu gelovig moet worden uitgesproken?

Dezer dagen is de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Mijdrecht geopend. Aan het magazine 'KERK' (10/5) ontleen ik het bericht, dat die synode zich zal moeten buigen over een voorstel van de classis Zuid-Oost Drenthe om het gereformeerde belijden opnieuw in een voor onze tijd geschikte taal te formuleren. Nu gaat het daarbij niet alleen om het taal gewaad.
De voorzitter van genoemde classis licht het voorstel als volgt toe:

"We vinden (-) dat de belijdenis-geschriften voor een groot deel achterhaald zijn. Er is steeds een spanning tussen geloven en belijden.
De oude belijdenisgeschriften laten iets zien van die spanning in de zestiende en zeventiende eeuw, maar de spanning van nu is er niet in voelbaar. Dat laatste willen wij nu graag onder woorden brengen."

Is de spanning tussen geloven en belijden vandaag niet meer voelbaar in de oude formulieren? Dat kan toch moeilijk iets anders betekenen dan dat de tijd daarin niet meer doorklinkt, terwijl het christelijk belijden de belijders in hun wereld juist zou moeten aanqrljpen. Een achterhaalde belijdenis is voorbij, niet meer relevant. De kerk kan er vandaag niets meer mee doen. Houdt ze er niettemin aan vast, dan wordt ze door niemand meer begrepen, door haar eigen kinderen niet en door de buitenwereld niet. Ze koestert versteende museumstukken als in een vitrine, die alleen nog interessant zijn voor loslopende historisch geïnteresseerden.

Dragen de gereformeerde belijdenisgeschriften dan zozeer het stempel van hun ontstaanstijd, dat ze met de verandering van de tijd inhoudelijk hun actuele betekenis hebben verloren?
De Dordtse Leerregels ontstonden in een strijd tegen remonstrantse dwaalleer, die de gereformeerde kerken was binnengedrongen. Was die dwaalleer· zó specifiek zeventiende eeuws, dat zij verdween met de tijd en haar afwijzing vandaag nergens meer op zou slaan?
We weten wel beter.
De Heidelbergse Catechismus is wat de naam zegt: een leerboek voor de kerk en haar jeugd in vraag-en-antwoord-vorm. Het gaat daarbij om een samenvatting van héél de leer der zaligheid. Hebben de toenmalige schrijvers die samenvatting opgehangen aan de feiten van hun tijd?
Nee, want zij beleden de enige troost in leven en sterven. Dat is alles omvattend, zoals de troost ook 'alle ding' omvat: er is tenslotte maar één, onveranderlijk, ongebonden Evangelie dat de tijd overwint.
Is de Nederlandse Geloofsbelijdenis achterhaald? Die is ontstaan in een tijdsgewricht, van vervolging tot de dood toe namelijk. Niemand met een christelijk hart in zijn lijf kan de begeleidingsbrief, waarmee de 37 artikelen werden aangeboden, met droge ogen lezen, zo groot was de nood: "verbanningen, gevangenisstraffen, pijnbanken, verbeurdverklaringen, pijnigingen, talloze verdrukkingen, afgeranselde ruggen, afgesneden tongen, gebreidelde monden, aan het vuur prijsgegeven lijven".
Maar de toenmalige 'gelovigen in de Nederlanden' schreven geen aan de actuele noodsituatie gebonden pamflet.
Zij beleden "de gánse verkondiging geopenbaard door Jezus Christus tot ons leven, onze rechtvaardigheid en onze zaligheid." Die confessie was de reden waarom zij werden vervolgd en tegelijkertijd de enige troost in hun onnoemelijk lijden. Er is geen andere periode aan te wijzen in de geschiedenis van de gereformeerde kerken, waarin de belijdenis van het niettijdgebonden Evangelie de tijd zozeer heeft doordrongen als toen, nu vier eeuwen geleden, toen het bloed van de martelaren stroomde en Gods genade bij bakken uit de hemel viel.

Vandaag roken er in de Nederlanden geen brandstapels meer. Onze generatie leeft in grote welvaart. Zij propt de asfaltwegen vol met auto's en windt zich op over snelheidsbeperkers en rekeningrijden. Ze mergelt de aardboden uit en vervuilt de lucht en het water.
In centraal verwarmde huizen achter veilige dijken schrijft ze girobiljetten ten behoeve van de verdronkenen van Bangladesh en de ontheemde Koerden. Ze staakt voor meer ATVdagen en tienden van procenten hoger loon.
Velen onder haar volwassen belijders zijn té consumptiebelust om nog ambtsdrager van Gods gemeente te willen zijn en huisbezoek te doen. De kerk vervreemdt van haar geloofsbelijdenis.
Wat moet zo'n generatie ter wille van haar kinderen met de oude confessionele geschriften doen? Ze moet de schat der ééuwen onderwijzen. Er zijn namelijk geen betere leermeesters dan zij die leden omwille van het Evangelie. Niets is achterhaald.

Aan de ene kant zijn er mensen, die een overspannen begrip koesteren van de belijdenis. Zij onderscheiden niet meer voldoende, dat de belijdenisgeschriften naar aloude gereformeerde opvatting geen goddelijk, maar kerkelijk gezag hebben.
Het was dan ook helemaal fout toen een predikant eens opmerkte, dat de Bijbel eigenlijk een groot oerwoud is waarin de belijdenis ons de weg wijst.
Zo zet je de dingen op hun kop, ken je een te grote waarde toe aan de konfessie en doe je geen recht aan het absolute Woord van God.
Maar daartegenover geldt, dat er in verschillende kerken vandaag de dag mensen zijn, die een bepaalde dekonfessionalisering bevorderen. Zij zijn bezig - bewust of niet bewust - met het ontmantelen van het gezag van het belijden der kerk. Sommigen willen via een geheel nieuwe belijdenis zich beperken tot een eigentijdse versie rond Jezus. De historie bewijst waarop dat uitloopt. Allerlei wind van leer krijgt vrij spel!
Het is daarom goed van dit artikel van C. Huizinga, dat wij hebben overgenomen uit het bekende opinieblad KOERS, d.d. 8 juni 1991, aandachtig kennis te nemen. Zijn opmerkingen kunnen stimuleren tot een verantwoorde taxatie van de gereformeerde belijdenis!

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief