Terloops
1991-07-19
Een dag in het zendingsdistrict- Jaargang 35
- nummer 15
We gingen vanuit Vrijheid een dag met Rinze Keesenberg het zendingsdistrict in. We vertrokken om een uur of acht en kwamen eerst bij de levensschool.
Hier zijn regelmatig jongens of meisjes, die gedurende drie maanden lessen volgen in o.a. bijbelkennis, onderlinge verhoudingen, geldbeheer e.d.
Ook de seksuele voorlichting is een belangrijk onderdeel. Mevrouw Pato, de weduwe van de overleden evangelist Pato, woont bij de school, geeft lessen in o.a. persoonlijke hygiëne en zorgt, dat er elke dag eten voor de jongelui is.
De jongelui moeten tijdens de cursus op het terrein wonen (er zijn slaapkamers en douches). Men is verplicht de gehele cursus bij te wonen en kan niet halverwege 'binnen vallen'.
Daarna keken we even bij de twee plaatsen waar vroeger diensten werden gehouden, voordat het gebouwtje op Munywane in gebruik werd genomen.
Ons derde rustpunt was de winkel van een moeder van een christelijke onderwijzeres.
Het ziet er in zo'n winkel heel anders uit dan wij gewend zijn.
Het assortiment is niet groot en het maakt allemaal een wat rommelige indruk.
Tegen elf uur waren we bij de evangelist Bongani Kunene. Hij verraste ons met een heerlijke maaltijd (rijst en goed gebraden kip), die door zijn moeder was klaargemaakt. Als 'toetje' kregen we thee met nogal zoete koekjes.
Daarna hadden we de gelegenheid om via Rinze hem en zijn moeder enkele vragen te stellen. Ze zijn blij met het evangelie en vinden het goed wonen in Zuid-Afrika. Van het geweld tussen zwarten onderling moeten ze niets hebben.
Ons volgende rustpunt was de hut van een zwaar gehandicapte man, Ndlovu, die manden maakt van gedroogd gras en reepjes plastic. Hij is ook schoenmaker.
We kochten een paar manden bij hem wat hij erg fijn vond. Met het verdiende geld kon hij inmiddels weer naar de dokter.
Op weg naar de voedsel hut gingen we nog even langs de moeder van een jongen, die we in de levensschool hadden gezien.
De bedoeling van de voedselhut is om de mensen te helpen gezond voedsel te gebruiken. Er wordt in flinke partijen ingekocht door let Keesenberg en daarna wordt alles in kleine hoeveelheden verpakt. Ook nietgemeenteleden kunnen hier hun inkopen doen.
Wat triest was het bezoek aan een invalide man in een heel armoedige hut, die van de diakonie voedsel krijgt.
Zijn vrouw maakt veel geld op aan alcohol. De deur van de hut is heel erg laag, zodat je wel heel diep moet bukken om naar binnen te gaan.
Daarna wilde Rinze even spreken met de moeder van een meisje, die na de kerkdiensten de zondagsschool verzorgt.
De zondag ervoor was ze niet op komen dagen en het bleek, dat ze in Durban was omdat ze verpleegster wilde worden.
Aan het eind van de middag waren we tenslotte in de kliniek op het zendingsterrein van de kerk van Den Haag. Het zag er allemaal netjes uit. Jammer dat de kliniek heel moeilijk te bereiken is.
Maar dit verhindert de mensen gelukkig niet om van de geboden hulp gebruik te maken.
AI met al was het een drukke dag, waar we echter nog vaak aan terug denken.
Er is in het zendlnqswerk veel te doen.
Er zijn ook veel teleurstellingen. In zijn nieuwsbrief over april schrijft Rinze Keesenberg daar het volgende over: "Het is niet alles rozegeur en maneschijn.
Een der Leerdamse diakenen is overgelopen naar de zionisten, evenals een familie van Ndindindi. Twee belijdende leden van Mbewunye en Gubaze hebben zichzelf afgesneden van de geref.
kerk, door er niet meer kerkdiensten bij te wonen."
God zal Zijn werk echter voleindigen.
Psalm 87:4:
"Hul almal, nou tot nuwe heil verkore,
sal kom, selfs uit die allerverste land.
Hul sien God hou die moederstad in stand
en jubel: Die en die is daar gebore!"