Doemdenken? - Allerminst!
1991-08-03
U kent wellicht de tekening van de wereldklok, die aangeeft hoe de mensheid pas in zicht kwam om vijf minuten voor twaalf - en de kennis van schepping, taal, verkeer en techniek pas om 1 minuut voor twaalf?- Jaargang 35
- nummer 16
Nu even daargelaten deze tijdrekening, die over 300 miljoen jaren beschikt als over de dagomzet van een winkelkassa, wat wij christenen eruit mogen overnemen is: dat het bij twaalven is en dat wij in de dagen der voleinding leven.
Dat maakt ons leven zo ademloos boeiend.
Wellicht zul/en wij - anders onze kinderen en kleinkinderen - de Zoon des mensen op de wolken zien verschijnen, precies zo als Jezus' discipelen Hem ongeveer 1960jaar geleden hebben zien opvaren, totdat een wolk Hem wegnam van hun ogen. En hoe belangrijk voor ons ook de schepping van deze aarde, haar geschiedenis en Gods neitsçesonieäenis mogen zijn - de komende herschepping is nog veel belangrijker. Het is goed, daar diep over na te denken, met de Schrift in de hand.
Toekomstverwachtingen
Voor de moderne mens zit daar weinig inspiratie in. Een belangrijk deel van de 'denkers' aanvaardt de slagzin 'dood is dood'. Het zijn de mensen die eten en drinken, omdat ze morgen sterven.
Een ander deel tracht door fysieke, psychische en denkarbei zich tot een hoger niveau op te werken, om zo (het zij in cirkel- of spiraalgang) uit de modder van dit mislukte aardse leven te geraken.
In de middeleeuwen dacht men Jezus Christus te zien verschijnen met zwaard en vuur: om het gericht, de straf te voltrekken aan wie zich niet naar behoren hebben gedragen; daarentegen om hen die hun 'kerkelijke plichten vervulden' de zaligheid te schenken - zij het na een passende periode van pijnlijden en loutering. Het streven van vele generaties christenen ging dan ook weinig verder dan het kindergebedje: lieve Jezus, maak mij vroom, dat ik in de hemel koom.
De hemel onze toekomst?
Onze rooms-katholieke broeders en zusters spreken over hun overledenen als personen die zijn 'gaan hemelen'.
Het werkwoord hemelen wordt gebruikt voor sterven, 'voorzien van de genademiddelen'.
En wie de overlijdensadvertenties onder ons leest (Of liever: las, want er komt aanmerkelijke verbetering in) zou denken dat onze 'hemelvaart' de bekroning van een zwaar en godvruchtig leven is.
Toch. Wie bij de Schrift leeft, leert deze dingen kritisch te overwegen. Psalm 115- die bij uitstek over de hemel spreekt - leert ons: dat de hemel de woonplaats van God de Heere is; en dat Hij de aarde aan de mensheid heeft geschonken. De hemel is Gods woonplaats, de 'vaste plaats van zijn woning' (zei Salomo). De aarde is ons toevertrouwd: om erop te wonen, om die te bouwen en te bewaren. En wanneer daar naar Gods belofte straks een 'nieuwe' (lees vernieuwde, herstelde) aarde en hemel zullen komen, is er rn.i. geen reden voor de mens, om zijn plaats op die vernieuwde aarde los te laten en Gods paleis in te trekken. Dat God de Heere Zelf wel bereid is om 'bij Zijn volk te wonen' (Op. 21:2), ligt buiten onze beoordeling: dat is Gods grootheid, die Hij ook op Israëls woestijnreis toonde. Maar ook het nieuwe Jerusalem, het centrum van onze toekomstige eredienst, zal 'afdalen' van God uit de hemel en op deze vernieuwde aarde gevestigd worden.
De hemel als tussentoestand?
De schrijver ds. Rietkerk is bereid de term 'hemel' over te nemen", wanneer gedoeld wordt op de fase, waarin onze doden verkeren in afwachting van de voleinding der geschapen dingen. In het boek Openbaring lezen we van zielen 'onder het altaar', dat zijn mensen wier bloed is vergoten voor hun geloof - die ongeduldig de voleinding afbidden. Daar blijkt dat onze doden nog niet hun eindbestemming hebben bereikt, maar als 'een wolk van getuigen' (Hebr.) ons aanvuren en met onze strijd meeleven: om de dag des Heeren te bespoedigen.
Overigens zegt de schrijver - en het is verrukkelijk dit van een SChriftgeleerde te lezen! - dat de Bijbel ons geen draaiboek geeft van het komend slothoofdstuk, eerder een kaleidoskopische reeks momentopnamen van de positie, waarin wij verkeren tussen Jezus' hemelvaart en Zijn wederkomst. (De diverse opvattingen over een duizendjarig rijk worden serieus bezien en...
vervangen door wat de Schrift hiervan zegt).
Door vuur vergaan?
De herhaalde profetie: dat de aarde door vuur zal vergaan, heeft veel mensen slapeloze nachten bezorgd. Welke folteringen en wrede beproevingen zouden nog voor ons klaarliggen? Maar hier toont Rietkerk het verrassende beeld van de zilversmid: die boven zijn mengsel zit dat door vuur gelouterd wordt. Pas als alle onzuiverheden zijn verdwenen kan hij zijn beeld zien weerspiegeld. Zo zal de Schepper zijn evenbeeld herkennen, wanneer we 'als het zilver beproefd' zijn. Op dat ogenblik zullen we, als bij de schepping, weer 'zeer goed' zijn.
De aarde met haar bossen, zeeën, bergen, rivieren, kunstwerken en fauna, haar flora en haar mensheid, deze schepping zal niet verdwijnen - maar wel zal verdwijnen haar uiterlijke misvormde verschijning; zodat ze weer 'zeer goed' zal zijn, letterlijk verheerlijkt, tot haar oorspronkelijke Goddelijke waarde teruggebracht.
Onze goede werken
Een oud versje (ook oude versjes kunnen waarheid bevatten) zegt: niets is hier blijvend, alles, hoe schoon ook, zal eenmaal vergaan, maar wat gedaan werd uit liefde tot Jezus dat houdt zijn waarde, blijft eeuwig bestaan.
Die laatste 2 regels komen overeen met de Schrift: 'hun werken volgen hen na', Op. 22. Dat is een grote troost voor hen, die levenslang vrede stichten, strijden tegen de zonde, onrecht, verdrukking, verloedering. Hun werken worden niet verbrand, maar volgen hen na, gaan met hen mee. En alles wat daarin onvolkomen was, zal - als hout, hooi en stoppelen, zei Paulus - met vuur verbrand worden. Zodat alles, wat we door Gods genade goed mochten doen, beproefd uit de smeltkroes te voorschijn zal komen en meegaan naar de nieuwe aarde.
De schrijver heeft daarbij - en ook daar prijzen we hem in - niet alleen onze geestelijke goede werken op het oog (goede preken maken, waardevolle huis- en ziekenbezoeken brengen) maar ook het werk van de huismoeder in de keuken, het werk van de fabrieksarbeider, straatveger, wetenschapsman, denker, schrijver, kunstenaar, de 'cultuurmens' .
Cultuur op de nieuwe aarde?
Wanneer onze beste werken met ons meegaan, dan geeft deze belofte een sterke stimulans om door te gaan met wetenschap, kunst, milieuzuivering - al zou Jezus morgen verschijnen. Christenen moeten zich bij uitstek beijveren voor een goed leefmilieu; en dat niet in de geest van de natuuraanbidders, voor wie niets heilig is dan een schone zee en een nette ozonlaag - maar in de geest van rentmeesters, slaven, die op, hun post zijn als de Heer komt. "Wij mogen niet" schreef eens iemand, "de vervuilde aarde in de steek laten, omdat de Heer die straks toch totaal verbrandt - maar we moeten Hem de weg bereiden, vooruitgrijpend op Zijn programma".
Dan zal Hij straks deze aarde (déze aarde) transformeren tot het oorspronkelijke 'zeer goed'. Dan heeft de Sctîepper weer lust in zijn schepping.
Zo krijgt onze cultuur, de bovenlaag van ons mensenleven, een extra dimensie.
De kunst, de wetenschap, de woningbouw, kortom de beschaving en verfijning van ons geestelijk en zedelijk leven (van Dale), ze moeten niet halt houden maar doorgaan.
Van Winston Churchill zijn vele geestige, grimmige en slagvaardige uitspraken bekend. Minder bekend is, dat hij amateur-schilder was. Welnu, een journalist vroeg hem naar zijn toekomstverwachting.
- Hij verwachtte het eeuwige leven, zei Churchill. - Wat of hij dan die eindeloze tijd dacht te gaan doen? - De eerste miljoen jaren, zei Churchill, zal ik nodig hebben om een volmaakt schilderij te vervaardigen.
Deze anekdote bewijst niets, maar tekent alles. Want wanneer de Schrift zegt dat "de heerlijkheid en eer der volken" (Op. 21:22) op de vernieuwde aarde gevonden zal worden (....) dan moet ons geloof niet stilstaan bij behouden zielen, maar bij het herstel van Gods schone schepping, haar heerlijkheid.
Waarin God alles is en in allen.
Christelijk geloof
Wij herinneren ons een predikant, die tijdens zijn vakantie ons ouderlijk huis bezocht en zich bitter beklaagde, dat hij het verkeerde boek op vakantie had meegenomen. Het was ... het juist (1935) verschenen boek van K. Schilder, 'Wat is de hemel?' Hij zei, deze dienaar des Woords, dat hij van plan was geweest om zich eens heerlijk te verlustigen in het 'strelend vooruitzicht', maar dat hij met dit boek van een koude kermis thuiskwam.
Wij hebben niet alles van Schilder gelezen.
Maar het boekje van ds. Rietkerk maakt zonneklaar, hoezeer ons christendom verdwaald is in bijgelovige verhalen, in plaats van acht te slaan op Gods beloften. Er is voor ons geen reden om neer te zien op Roomse bakerpraat, zo lang wij onze stichtelijke fantasieën niet in de lijn brengen van de Schrift.
Met Christus zijn
Als 'hemelen' er niet bij is - waar blijven we dan straks? We zijn dan 'met Christus', laat dat genoeg zijn. Hij is nu in de hemel, maar straks komt Hij terug naar deze aarde om ons niet weer te verlaten.
Zijn belofte aan de mede-gekruisigde rover: "heden zult ge met Mij in het paradijs zijn" is eeuwenlang gelezen als: "vanaf heden zult ge bij Mij in de hemel zijn". Slechts één tekst was basis voor een eeuwigheidsgeloof. Dat Jezus echter na drie dagen en drie nachten (de Bijbel schijnt te spreken van 1 dag en 2 nachten - maar dat is een ander verhaal) uit die hemel naar de aarde terugkwam, werpt vragen op naar de inhoud van Jezus' belofte aan het kruis.
Want kwamen zij, die bij Jezus' sterven uit de graven opstonden, uit de hemel terug? En Lazarus, de jongeling van Naïn, het dochtertje van Jaïrus?
Laat het genoeg zijn dat we 'met Jezus' mogen zijn. Veiliger is niet denkbaar.
En laten we reikhalzend uitzien naar Zijn komst, wanneer Hij deze corrupte aarde zal zuiveren, vernieuwen en verheerlijken. Zodat wij weer, als mensen Gods, bekwaam zullen zijn tot alle goed werk.
Tenslotte
Ds. Rietkerk heeft veel heilige huisjes omgestormd, om vrij baan te maken voor Goddelijke toekomstverwachtingen.
Zijn boekje - het beste dat ik dit jaar las - heeft 100 pagina's, komt van Kok Voorhoeve en is van onschatbare waarde voor onze bijbelclubs en catechisatie; ook voor persoonlijk gebruik.
Bovendien deed het me deugd, dat ook enkele minder bekende schrijfsters (Mw. B. v. Petegem, 'Troost, troost Mijn volk' en Mw. Vollenhoven-Meijer, 'Op weg naar het koninkrijk') worden genoemd, tussen Berkhof, Kuyper en Schilder.
Dit is geen boekbespreking, laat staan een recensie -liever een eerbetoon.
• het woord hemel heeft immers vele betekenissen