Griekse woorden in het Nieuwe Testament (2)
1991-08-03
Het Griekse woord 'akoloutheo' - 'volgen' - geeft aan hoe de levenshouding van een Christen moet zijn; het drukt 'discipelschap' uit.- Jaargang 35
- nummer 16
I. Het Klassieke Grieks
Ook in het Grieks van voor het Nieuwe Testament was het werkwoord 'akoloutheo' bekend. Het kwam vooral in de volgende verbanden voor:
- Soldaten volgen hun generaal: hij wijst de weg, zij gehoorzamen.
- Slaven volgen hun meester. Zij letten op zijn bevelen en aanwijzingen.
Ook hier heeft het woord de associatie 'gehoorzamen'.
- Mensen volgen de mening van een wijs iemand. Je volgt een leider in de opinievorming.
- Mensen volgen de wetten; je aanvaardt een bepaalde gedragscode.
- Mensen proberen de draad van een gespek te volgen, vast te houden.
- Mensen 'volgen' anderen van wie ze iets hopen te krijgen. Men is vasthoudend in het 'plakken' aan iemand die gunsten uitdeelt.
Elk van deze betekenissen zegt iets over onze relatie tot Chrtstus
- Hij is de leider van de veldtocht, wij volgen Hem op onze 'veldtocht'.
- Hij is de eigenaar van de slaven.
Wij moeten Hem gehoorzamen.
- Zijn mening is voor ons volstrekt gezaghebbend.
- Willen we deel hebben aan het Koninkrijk der hemelen, dan moeten we ons aan zijn regels houden.
- We moeten erachter komen wat Christus precies wil; dat houdt in dat we zijn woorden met de grootste aandacht moeten beluisteren.
- Hij is degene die ons voorrechten kan verschaffen; het is zaak bij Hem in de buurt te blijven.
II. Het Nieuwe Testament
Naast bovengenoemde betekenisassociaties is er nog heel wat meer te zeggen over het werkwoord 'akoloutheo'.
1. degenen die Jezus volgen
a. De discipelen laten hun werk achter en volgen Jezus: Dat doen Petrus en Andreas (Mattheüs 4:20; Markus 1:18).
Twee volgelingen van Johannes de Doper volgen Jezus. (Joh 1:37). Na de wonderbare visvangst laat een aantal mensen alles achter en volgt Hem.
(Lukas 5:11) Ze hebben, zeggen ze later, alles achtergelaten om Hem te volgen. (Mattheüs 19:27) De Heer zegt tegen de mensen dat ze eerst goed moeten nadenken voordat ze Hem volgen. (Matth. 8:19; Lukas 9:59,61).
b. Met dit woord "Volg Mij" roept Hij mensen achter zich. Het is een uitdaging, een woord dat een bepaalde leefwijze insluit. Het is zijn woord voor Mattheüs (Markus 2:14, vgl. Lukas 5:27; Matth. 9:9). Zo roept Hij Filippus (Johannes 1:43). het is de opdracht die Petrus krijgt, als hij door Christus na het verraad opnieuw wordt aanvaard.
(Johannes 19:19,22) Het is de opdracht waaraan de Rijke Jongeling tenslotte niet voldoet. (Mattheüs 19:21; vgl. Lukas 18:22) Zijn opdracht voor gelovigen in alle tijden is dat ze hun kruis op zich nemen en Hem volgen. (Markus 8:34; 10:21; Mattheüs 10:38; 16:24; Lukas 9:23)
c. De scharen, de mensenmassa's 'volgden' Hem. Zo komt het woord nog het meest voor (Mattheüs 4:25; 8:1; 12:15; 14:13; 19:2; 20:9; 21:9; Markus 3:7; 5:24; 11:9; Johannes 6:2) In deze gevallen lijkt nog het meest het element aanwezig, dat men Hem volgt, omdat Hij wat te geven heeft; men volgt Hem met verzoeken. Zie ook Mattheüs 9:27, waar twee blinden Hem volgen, opdat Hij hen zou genezen.
d. Soms is het volgen een kwestie van dankbaarheid. In Mattheüs 20:34 vol"
gen twee blinden Hem, nadat Hij hen het gezicht heeft geschonken. Hetzelfde doet de blinde in Lukas 18:43 en Bartimeüs in Markus 10:52. Ze volgen niet om iets te ontvangen, maar als teken van dankbaarheid dat ze iets ontvangen hebben: genezing.
e. In Markus 2:15 wordt gezegd dat "vele tollenaars en zondaars" Hem waren gevolgd. Dat geeft aan dat ze zich bij Hem begrepen voelden, niet afgestoten, zoals dat bij andere geestelijke leiders het geval zou zijn.
2. de motieven om Hem te volgen.
We zien dus dat mensen verschillende motieven hebben om Hem te volgen.
- De discipelen volgen Hem, omdat ze zich niet aan zijn oproep kunnen onttrekken.
- De scharen volgen Hem, omdat ze naar dingen verlangen die alleen Hij hun geven kan. Dat voelen ze haarscherp aan.
- De zondaars volgen Hem, omdat ze weten dat alleen Hij hun gebroken en geschonden leven kan aanraken en genezen.
- Bepaalde mensen, zoals blinden, volgen Hem, omdat alleen Hij de macht heeft om hen te genezen.
- Een paar mensen die genezen zijn volgen Hem uit dankbaarheid.
We concluderen dat niet iedereen die de Heer in zijn tijd volgde dat om dezelfde redenen deed. Er zijn op zijn minst nuances in de motieven.
3. wat het volgen van Jezus met zich meebrengt
a. de kosten berekenen Herhaaldelijk blijkt dat men 'de kosten berekenen' moet alvorens men Christus volgt. In Lukas 9:59,61 lijkt Hij een 'ontmoedigingsbeleid' t.o.v. potentiële volgelingen te volgen. Ze moeten Hem pas volgen, als ze kunnen overzien wat er van hen wordt gevraagd. Hij wil niet dat iemand Hem volgt op basis van verkeerd begrepen of onjuist ingeschatte uitgangspunten. Een snelle, door emoties ingegeven, bereidheid achter Hem aan te gaan moet eerst kritisch worden getoetst. Alleen weloverwogen navolging is voor Hem goed genoeg.
b. opoffering Herhaaldelijk blijkt ook dat het volgen van Christus offers eist. We lezen wat mensen moesten opgeven of achterlaten om achter Hem aan te gaan (Mattheüs 4:20,22; 19:27; Lukas 5:11) Het volgen van Hem als Heer eist een 'totale levensstijl', een 'full time' betrokkenheid.
c. een kruis opnemen Als een mens Jezus volgt, betekent dat het opnemen van 'een kruis'. Zie Mattheüs 16:24; vgl. Markus 8:34 en Lukas 9:23. Wie Jezus volgt kan niet tegelijkertijd doen wat hij/zij zelf wil. Van gewoonten, doelen in het leven, ambities, genoegens enz. moet afstand worden gedaan, als Hij ze ons niet toestaat. Zelf-overgave is altijd aan de orde.
4. het niet (totaal) volgen van Hem
a. Hem niet volgen Er zijn situaties waarin iemand weigert om Jezus te volgen. Dat is met name het geval bij de Rijke Jongeling.
(Mattheüs19:21; vgl. Lukas 18:22) Het resultaat van die onwil is droefenis; hij ging bedroefd heen. Iemand mist hier een heel diepe bestemming ...
b. volgen op afstand In Mattheüs 26:58 (vgl. Markus 14:54 en Lukas 22:54) lezen we dat Petrus Jezus 'van verre' volgde. Hij durfde niet dichterbij te komen, uit angst voor zijn eigen leven. Als Petrus dichter bij de Here Jezus gebleven was, had hij vermoedelijk Hem niet verraden! Immers, toen hij Jezus' blik zag, besefte hij wat Deze hem had gezegd en wat hij heftig had ontkend. (Lukas 22:61)
c. 'bevreesd' volgen Als Christus zijn laatste reis naar Jeruzalem maakt, volgen de discipelen 'bevreesd', lezen we in Markus 10:32.
In zeker opzicht was dat een uiterst dappere houding; ze volgden Hem niet, omdat ze begrepen wat Hij ging doen, integendeel; ze vreesden het ergste. En toch volgden ze Hem!
Daarin zit iets 'hogers' dan ze wellicht zelf voor zich hebben durven 'claimen'
5. de beloning op het volgen van Jezus Er staan twee grote beloften in het Evangelie, met name het Evangelie van Johannes.
a. niet in het donker In Johannes 8:12 belooft de Here dat "wie Mij volgt", niet in de duisternis zal wandelen, "maar hij zal het licht des levens hebben". Als de Here met je 'meegaat' ben je van je weg verzekerd, zoals je onderweg ook veiligheid zult kennen.
b. de juiste bestemming Als iemand Jezus volgt, is er de belofte dat hij/zij veilig zal aankomen.
Johannes 12:26. "Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn."
Aan deze kant van de eeuwigheid kost navolging veel, een offer, een kruis.
Maar er is 'zin' in het begaan van die weg. De 'beloning' van het navolgen is een eeuwigheid bij Hem. Als we die bestemming bereiken, zal alle moeite van de weg vergeten zijn, in het niet verzinken bij de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden.