Pastorale notitie
1991-08-16
Happen naar de baas- Jaargang 35
- nummer 17
Ik heb mij een tekstverwerker aangeschaft.
Dat feit heeft geen enkele pastorale, noch stichtelijke betekenis, maar omdat het toch nog komkommertijd is maak ik van de gelegenheid gebruik tot het maken van een paar opmerkingen over de pastor en zijn schrijfgerei.
Mijn oude machine - niet eens zo oud en ook al voorzien van de nodige elektronika - kreeg enige gebreken. Ik ging mijn beklag doen bij een vestiging van de fabrikant. De mevrouw die mij te woord stond trok een gezicht of ik haar een griffel en een lei voorhield.
Ik dacht dat ze zou gaan vragen of ik daar echt op geschreven had, maar ze hield zich in en troonde mij mee naar een showroom, waar het apparaat stond, waarop ik deze notitie schrijf.
Zij somde de voordelen op, speciaal voor de pastor, en deed dat met zoveel overtuiging dat ik nog geloof dat zij Opbouw-lezeres is en zich destijds helemaal heeft laten meeslepen door de pastorale notities van ds. Gert v.d. Brink over de pastor en de computer.
En nu staat zij - de machine bedoel ik dus en het is een zij - op mijn werktafel.
Ik kan ook zeggen dat het een apparaat is, maar dat dwingt mij tot het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord 'het' en ik vind 'zij' veel beter passen. Er groeit een soort haatliefdesrelatie tussen haar en mij. Ik heb enorme bewondering voor wat zij kan, maar ik kan een diep wantrouwen niet onderdrukken.
Ze bezorgt mij voortdurend het gevoel dat ze niet zomaar een machine is, maar een iemand, een wezen dat mij in ontwikkeling een aantal klassen vooruit is en dat al antwoorden heeft op vragen waaraan ik nog niet toe ben. Ik heb al een paar kapjes opgelicht om bij haar naar binnen te kijken.
Het zou mij niet verwonderd hebben als ik daar een soort hersenachtige brij had ontdekt, maar nee, ik zag niets dan een soort spaghetti van gekleurde draadjes, waarin zwarte blokjes ronddrijven.
Toen was ik weer even gerustgesteld en mijn achterdocht zakte wat weg, maar even later maakte ik een fout en moet u haar horen, of zien bedoel ik, als ik-wat verkeerds doe!
Natuurlijk, het is haar taak om op mijn fouten te letten, maar mijn vrouwen ik hebben de stilzwijgende afspraak dat we elkaars vergissingen niet elke keer luidkeels door de kamer roepen, terwijl deze hulpe als tegenover mij ook de kleinste mistik - want misstappen zijn het nog niet eens - meteen in giftiggekleurde letters breed uitmeet op wat ze haar display noemen.
Kijk, dat bedoel ik nou.
Ik kan zo goed de man begrijpen die deze dagen te zien is in een TV-filmpje over het autogebruik. De man voert een gesprek met zijn auto en bijt hem toe: Mot jij happen naar de baas?
Zo zou ik haar af en toe toe willen bijten: Wie tikt er, jij of ik?
Want het is wel de bedoeling dat ik de baas blijf en de plaats blijf behouden die mij krachtens psalm 8 toekomt. Als ze dat maar weet.
Maar dat weet ze nou juist niet.