Met Luther naar Afrika (1)
1991-08-16
Zoals u wellicht enige tijd geleden in dit tijdschrift hebt gelezen hebben drs. A. van der Dussen, predikant van de gemeente Eindhoven, en ondergetekende, Chr. Geref. predikant te Leiden, de laatste drie weken van de maand mei les gegeven aan de theologische faculteit in de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek: Bangui.- Jaargang 35
- nummer 17
Nu hoeft dit geen introductie bij de lezers van Opbouw. In vorige jaren hebt u over dit werk uitvoerig kunnen lezen.
In een tweetal artikelen wil ik u graag iets doorgeven van ons bezoek. Ik stel mij voor in het eerste artikel iets over kerk en theologie in Franstalig Afrika te vertellen, en over de FATEB in het bijzonder. Het zal het karakter hebben van een persoonlijk getint verslag, zonder de pretentie te voeren de lezers van Opbouw veel nieuws te bieden.
Het tweede artikel zal dan gaan over het thema van mijn colleges: de vrijheid van de christen, m.n. in de opvatting van Luther. Ik kan me tot mijn eigen colleges beperken, omdat drs. Van der Dussen al eerder in Opbouw uit de doeken heeft gedaan hoe hij aan de faculteit van Bangui over de leer van de Heilige Geest bij Calvijn heeft gedoceerd. Vandaar de titel van deze artikelen: met Luther naar Afrika.
De kerk in Franstalig Afrika
Vanuit Nederland had ik me niet gerealiseerd hoe groot het gebied in Afrika is, waar men zich met de Franse taal kan redden. Het strekt zich uit van het uiterste westen (Guinee) tot aan Madagascar in het Oosten - als ik goed gezien heb een afstand van Nederland tot aan de Oeral! De afstand van Noord naar Zuid is niet kleiner, zodat Franstalig Afrika maar iets kleiner is dan heel Europa!
Dat men in de verschillende landen de Franse taal als voertaal gebruikt, of minstens als tweede taal kent, heeft natuurlijk alles te maken met het koloniale verleden. Centraal-Afrika maakte in het verleden deel uit van Frans Equatoriaal Afrika, en is pas in 1960 onafhankelijk geworden. En zelfs dat is een groot woord, want economisch en militair is men nog met handen en voeten aan Frankrijk gebonden.
Hoe zijn daar nu protestantse kerken ontstaan? Het laat zich vermoeden, dat de bijdrage daaraan vanuit Frankrijk niet groot is geweest. Immers - Frankrijk is sinds enkele eeuwen een van de meest ontkerstende landen van Europa, en de Gereformeerde Kerk daar is al helemaal een naar verhouding onbeduidende minderheid. De protestantse kerken in die gebieden zijn dan ook niet vanuit Frankrijk geplant, maar in deze eeuw ontstaan door de inspanning van zendelingen van diverse kerken uit o.a. Zweden, Finland, Engeland en Amerika. In Centraal-Afrika zijn aanvankelijk vooral de Amerikaanse Baptisten actief geweest, spoedig gevolgd door de Zweden en Zwitsers. Vermeldenswaard is nog dat Centraal-Afrika het enige land in heel Afrika is, waar de bevolking in meerderheid protestants (51%) is, terwijl daarnaast nog eens 28% roomskatholiek is. Het toont wel aan, dat de groei van de kerk in deze eeuw heel snel gegaan is - en nog snel gaat.
Tijdens de laatste zondag van ons verblijf bezochten wij een baptistengemeente, waar de twee- à driemaandelijkse doopdienst gehouden werd. De oogst was dit keer: 230 nieuwe leden!
Een jonge kerk
De protestantse kerk in Franstalig Afrika is dus - zoals we dat noemeneen 'jonge kerk', met alle kenmerken van dien. Als eerste moet ik natuurlijk noemen het enthousiasme, waarmee men het geloof belijdt en beleeft. Een illustratie: de eerste kennismaking met een inwoner van het land was uiteraard die met de douane. Ik was ervoor gewaarschuwd, dat men geld zou vragen. Allerlei vormen van corruptie zijn in die gebieden gebruikelijke middelen om het karige loon wat aan te vullen. Maar tot mijn verbazing vroeg de douanebeambte mij niet om geld, maar om een bijbel! Opmerkelijk genoeg deed een andere douanier mij bij ons vertrek hetzelfde verzoek.
Wat ook opvalt is dat men ook in de kerk of waar dan ook als de Bijbel opengaat onmiddellijk pen en papier bij de hand heeft - om te noteren wat gezegd wordt. Er is werkelijk iets als een honger naar het Woord van God!
Dat is voor mij dan ook de grootste schok van het bezoek geweest: de ontdekking dat er niet overal in de wereld - zoals bij ons - sprake is van kerkverlating en secularisatie: Voor de mensen daar is de bijbelse boodschap duidelijk nog fris en nieuw - zoals ook de herinnering aan het heidendom nog vers is. Verschillende studenten droegen de littekens van de animistische initiatieriten nog duidelijk zichtbaar met zich mee. Heel geïnteresseerd informeerden ze ook naar onze families, of onze ouders allemaal christen waren. Als we dat dan beaamden klakten ze op een merkwaardige manier met hun verhemelte, daarmee uitdrukking gevend aan hun verbazing. En ze zeiden het ook: "wat zijn jullie gezegend!"
Zelf hebben ze naaste familie, die bij de Islam behoort, of ouders, die van hun heidense oorsprong niet los kunnen komen. Men leest de brieven van het Nieuwe Testament, vaak gericht aan gemeenten, die kort tevoren uit het heidendom tot kennis van Gods genade in Jezus Christus waren gekomen, daarom toch met andere ogen dan wij. Men herkent wat daar geschreven staat. Het gaat heel direct over henzelf!
Dat geldt echter niet alleen voor de frisheid en de kracht van het evangelie, maar ook voor wat het Nieuwe Testament schrijft over de gevaren die de kerk bedreigen. Daarbij denk ik niet in de eerste plaats aan de gevaren van buitenaf, al botsen even benoorden Centraal-Afrika Kerk en Islam op elkaar.
Vanuit het Zuiden breidt zich in Afrika de kerk uit, vanuit het Noorden is de Islam in opmars. Ooit heeft de Islam de kerk uit Noord-Afrika nagenoeg verdreven. Hoe zal de uitkomst van deze confrontatie nu aflopen?
Toch is dat niet het grootste gevaar voor de kerk. Net als ten tijde van het Nieuwe Testament wordt de kerk van binnenuit bedreigd. Er is veel oppervlakkig enthousiasme. De opbouw van de kerk schiet in veel opzichten tekort.
Mensen worden gedoopt, zonder te beseffen dat de doop op zichzelf geen garantie biedt voor het heil in Christus.
De kerk legt daarom terecht grote nadruk op een waarachtig christelijk leven, in heiliging. Maar dat levert weer het gevaar op van een moralisering van het geloof. Op Pinksteren hoorden we een preek over Johannes 16:13, waar Jezus spreekt over de 'Geest der waarheid', die 'de weg wijst tot de volle waarheid'. In de preek werd evenwel nauwelijks uitgewerkt dat de kern van die waarheid blijkens de contekst bestaat in de kennis van ons zondaar-zijn en de genade van God in Christus. De prediker nam de kortste weg van de tekst naar de moraal: hij vermaande de gemeente in doen en laten niet onbetrouwbaar te zijn. Stellig - dat is juist en zal ook nodig zjn. Maar het neemt niet weg, dat het gevaar van het 'slavenjuk', waar Paulus over spreekt in de oudste brief van het Nieuwe Testament, de Brief aan de Galaten, daar opnieuw heel reëel is. Het evangelie van Christus kan een nieuwe wet worden! Het is heel belangrijk, dat daar bijbels gecorrigeerd wordt. En dat is een belangrijke taak van de theologie.
De FATEB
Daarom nu eerst iets over de protestantse theologische faculteit in Bangui, die daar nu een vijftien jaar bestaat.
De faculteit ligt op een prachtig punt aan een van de verharde wegen, vlakbij de universiteit. Het terrein zelf is nog een geschenk van Bokassa, die de hoofdwegen graag met iets anders dan krottenwijken geflankeerd zag. Die faculteit trekt studenten uit geheel Franstalig Afrika. Zijn er dan dichter bij huis geen predikantsopleidingen?
Zeker zijn die er, maar die gaan niet verder dan tot het kandidaatsexamen.
Dat is voor predikanten voldoende, maar voor de docenten aan de bijbelscholen en de predikantsopleidingen ontstond er behoefte aan een voortgezette opleiding. In het verleden moest men daarvoor naar Europa of Amerika.
Maar dat was duur, en men vervreemdde vaak ook al te zeer van het land van herkomst. Velen keerden na voltooiing van hun studie niet meer terug naar Afrika! Mee daardoor ontstond er steeds meer behoefte aan een voortgezette opleiding in Afrika zelf.
Waren die er dan niet? Zeker, maar ze waren veelal ook modern. Daarom heeft de Afrikaanse Raad van Evangelische Kerken (de AEAM) met behulp van donaties uit het buitenland een evangelische faculteit in het leven geroepen, waar men bij alle onderlinge verschillen dit gemeen heeft, dat men de Schrift aanvaardt als het betrouwbare Woord van God. Dat is de basis waarop Baptisten, Evangelischen, Gereformeerden, Lutheranen, Anglicanen, Methodisten enz. hier samenwerken. Op de campus, het terrein van de faculteit waar docenten en studenten ook wonen, is van de verschillen tussen de verschillende denominaties weinig of niets te merken.
Men is er wezenlijk met elkaar verbonden in Christus.
Dat neemt niet weg, dat er verschillen zijn. Men poogt daarom in de opleiding al de verschillende stromingen aan het woord te laten komen. Dat geldt ook van de gereformeerde stroming, hoewel die in Franstalig Afrika niet sterk vertegenwoordigd is. Nu is het in het algemeen een probleem om aan docenten te komen. De noodoplossing die men heeft getroffen is dat men in de opleiding gebruik maakt van gastdocenten, die gedurende een aantal weken of maanden geconcentreerde cursussen geven, die een integraal onderdeel van de opleiding uitmaken. Dank zij contacten die in Frankrijk waren ontstaan tussen ds. H. de Jong en theologen uit Afrika werd hij uitgenodigd om daar een cursus te geven. De Stichting EvTA (Evangelische Toerusting Afrika), die in het leven is geroepen om het zendings- en toerustingswerk van de Ned. Geref.
Kerken in Afrika te bekostigen, heeft zich bereid verklaard de kosten van deze uitzending te dragen - in die zin dat de gemeente de predikant vrijstelt maar vliegreis en bijkomende kosten voor de EvTA zijn.
Inmiddels zijn er in de loop der jaren door verschillende Ned. Geref. predikanten colleges gegeven over diverse thema's, vooral op het terrein van de uitleg van de Schrift. Ditmaal werd door de commissie behalve op drs.
Van der Dussen voor het eerst op een Chr. Geref. predikant een beroep gedaan om gedurende drie weken een cursus te verzorgen. Gezien de specialisatie van zowel drs. Van der Dussen als van mij zou het hoofdaccent niet liggen op de uitleg van de Schrift, maar op twee groten uit de tijd van de Reformatie: Luther en Calvijn. Drs. Van der Dussen is in zijn colleges o.m. ingegaan op de uitdaging van de Pinksterbeweging, om die te vergelijken met de leer van de Heilige Geest bij Calvijn - een zeker in Afrika zeer actueel thema! -, terwijl ik met de studenten centrale teksten van t.uther heb bestudeerd, waarin de Reformator spreekt over de bevrijding van de mens door God en de daarop gebaseerde vrijheid van een christen.
Daarbij is in beide colleges duidelijk gemaakt hoe de Reformatie een terug naar de Schrift was, en is steeds ook verwezen naar bijbelgedeelten, die in de Reformatie weer tot leven kwamen.
Over de inhoud van de colleges wil ik volgende keer graag meer doorgeven.