Gemeenteopbouw

1991-08-16
  • Jaargang 35
  • nummer 17
Denken en spreken over gemeenteopbouw is sinds enige jaren opvallend populair geworden. Er is in een kort tijdsbestek enorm veel lektuur over verschenen. In theologische en kerkelijke tijdschriften en weekbladen van diverse kerkelijke denominaties kun je er regelmatig artikelen over lezen.
Aan verschillende theologische fakulteiten, tot en met die van de Geref.
Kerken (vrijg.) in Kampen, is Gemeenteopbouw zelfs als een nieuw vak geïntroduceerd. En aan de Sociale Academie 'De Vijverberg' in Ede wordt een cursus kerkelijk management aan ambtsdragers aangeboden.
Ik acht dat een verheugende ontwikkeling.
Tegelijk besef ik zeker ook, dat er bij alles wat er op dit gebied verschijnt veel kaf onder het koren is. Zoals bij alles, zul je je steeds moeten afvragen: Uit welke bron wordt geput? Waar komen de ideeën vandaan? Wat is de geestelijke achtergrond?
Toch wil ik me niet zozeer afschermen tegen wat er op dit terrein aan foute en afkeurenswaardige gedachten en praktijken wordt gelanceerd. Liever probeer ik positief enkele gedachten naar voren te brengen, die naar mijn overtuiging worden gevoed vanuit de Schrift. En die ook kunnen worden ondersteund vanuit een eeuwenlange gereformeerde traditie. AI moet er onmiddellijk bij worden gezegd, dat waardevolle bouwstenen voor het gereformeerde denken over gemeenteopbouw rn.l. tijden lang nogal diep zijn weggezakt.

Gemeenteopbouw - wat is daaronder te verstaan? In het algemeen valt daar alles onder, wat de gemeente ten goede komt en haar opbouwt, zoals bv. de preek, een gemeenteavond, het huisbezoek, kerkeraadsbesluiten e.d. Maar meer in het bijzonder denk ik bij gemeenteopbouw toch aan een bepaalde manier van werken in én door de gemeente.
En wel volgens een bepaald plan, vanuit een bepaalde visie en met een bepaald doel.
Gemeenteopbouw is een kwestie van beleid. Een beleid waarbij iedere gelovige aktief betrokken dient te zijn, zowel in het bijzondere als in het algemene ambt der gelovigen. Aan de hand van zeven hoofdpunten wil ik hier wat nader op ingaan.

1. Motieven
Gemeenteopbouw zou kunnen gebeuren vanuit verschillende motieven.

1.1 Negatief
Er kunnen negatieve motieven een rol spelen. Men konstateert de algemene tendens dat de kerken leeglopen. Het christendom lijkt op z'n retour. En de kerk neemt nog steeds in betekenis af.
Bezinning op dit gebeuren kan er toe brengen iets nieuws te proberen om een negatieve ontwikkeling te stoppen en zo mogelijk om te buigen tot een positieve ontwikkeling.
Zo wordt echter te veel vanuit het negatieve geredeneerd, alsof gemeenteopbouw niet nodig zou zijn als het de kerk voor de wind gaat. Ik zou echter met nadruk voorop willen stellen, dat gemeenteopbouw beslist niet gezien moet worden als een soort laatste hulp bij ongelukken voor mislukte of noodlijdende kerken. Nee, gemeenteopbouw is altijd en in alle omstandigheden noodzakelijk.

1.2 Positief
Gemeenteopbouw dient derhalve te gebeuren vanuit een positieve motivering.
Want een gemeente van Christus kan alleen maar gemeente zijn, altijd en overal, wanneer ze beantwoordt aan een aantal kenmerken.
Ik ga daarbij uit van de volgende definitie: De gemeente van Christus is een persoonlijke gemeenschap met Jezus en met broeders en zusters wier geloof in liefde aktief wordt.

2. Schriftuurlijke uitgangspunten
Voor de beantwoording van de vraag wat gemeenteopbouw is, wil ik eerst enkele gegevens uit de Schrift noemen.
Het zijn niet meer dan enkele lijnen, die ik ontleen aan een prachtig en zeer lezenswaardig artikel over gemeenteopbouw van dr. A. Noordegraaf in Theologia Reformata (Jaargang XXXIII, no. 2, 1990, blz. 123 vv).

2.1 Lichaam van Christus
Wezenlijk voor onze visie op de gemeente is de belijdenis dat Christus ons Hoofd en onze Heer is en dat wij zijn lichaam en zijn volk zijn. De gemeente is geroepen tot gemeenschap met Hem en met elkaar.

2.2 Gave van de Geest
Christus heeft aan zijn gemeente zijn Geest gegeven. Elke gemeente is Pinkster-gemeente. Door één Geest zijn wij gedoopt en met één Geest zijn wij gedrenkt (1 Kor. 12,13). De Geest is dé gave van de heilstijd. Zo is het heil al in deze wereld werkelijkheid geworden.
Tegelijk is er de spanning tussen het reeds en het nog niet. Niet dat we het al gegrepen hebben of reeds volmaakt zouden zijn, maar we jagen er naar of we het ook grijpen mogen, omdat we ook door Christus Jezus gegrepen zijn (Fil. 3,12).
Dat geldt voor ons persoonlijk, maar ook voor de gemeente als geheel. En dat geeft een geweldige dynamiek aan het gemeenteleven.

2.3 Zaak van de drieënige God
God zelf bouwt in Christus zijn gemeente tot een woning van God in de Geest (Ef. 2,20vv). M.a.w. gemeente( op)bouw is een zaak van de drieënige God. Dat is heel belangrijk om vast te houden. God bouwt zijn gemeente.
Dat te weten kan ons behoeden voor krampachtig wetticisme, alsof wij het moeten doen. En ook voor overmoedig aktivisme, alsof wij het kunnen doen.
Gemeenteopbouw is een geschenk en een opdracht tegelijk. Maar toch allereerst een geschenk! En dan en vandaaruit een opdracht.

2.4 Be-gaaf-de medearbeiders
In dit opbouwwerk wil God gebruik maken van mensen die Hij roept en zendt om de gemeente toe te rusten, te leiden en te dienen. Zij worden Gods medearbeiders genoemd (1 Kor.
3,9). Hier is geen sprake van een konkurrentie-positie, maar van een altijd weer verwonderlijk in elkaar en met elkaar van het werk van de Heilige Geest en de aktiviteit van de gelovigen.
En daarbij gaat het om heel de gemeente, lid voor lid, in het algemene en in het bijzondere ambt, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen. Daartoe heeft Christus door zijn Geest alle gelovigen samen en ieder voor zich voorzien van genadegaven, charismata.
Die charismata, die gaven komen slechts tot hun recht wanneer ze gebruikt worden in dienst van de gemeente en van het Koninkrijk van God.

2.5 Groei in kwaliteit en kwantiteit
Deze opbouw van de gemeente heeft twee aspekten: a) Groei in kwaliteit, d.w.z. toename van het geloOf, de hoop en de liefde van de gemeenteleden, dus geestelijke groei en versterking van de band met Christus.
b) Groei in kwantiteit, d.w.z. dat uit de wereld mensen voor onze Heer worden gewonnen.
Deze groei naar binnen en naar buiten, het bewaren en het vermeerderen van de gemeente hangen onlosmakelijk met elkaar samen. De gemeente is per definitie missionair, d.w.z. ze is gezonden in de wereld om de wereld voor Christus te winnen.
Dat behoort tot het wezen van het gemeente-zijn. Dat is niet iets dat er bovenop komt. Maar alle facetten van het gemeentelijke leven horen rn.l. een missionaire spits te hebben. Ik bedoel daarmee, dat bij alle aktiviteiten van de gemeente op één of andere wijze de buitenstaander in het oog wordt gehouden. Ik denk daarbij b.v. aan wat Paulus schrijft in 1 Kor. 14,23, waar hij de waarde van wat in de bijeenkomsten van de gemeente gebeurt afmeet aan de betekenis ervan voor toehoorders en ongelovigen!

2.6 Belang van eredienst
De opbouw vindt allereerst in de samenkomst van de gemeente plaats. In de eredienst, de ontmoeting tussen God en zijn volk, tussen de Bruidegom en zijn bruid, klopt het hart van het gemeenteleven. Daar wordt het Woord verkondigd. Daar klinkt het antwoord in liederen en gebeden en offeranden.
Daar wordt de gemeenschap met God en met elkaar zichtbaar gestalte gegeven, met name aan het avondmaal.

2.7 Dool'Weddng in de praktijk
Deze zondagse beleving van de gemeenschap is de toonzetting voor het gemeenteleven door de week. Dan moet de gave tot opgave worden.
D.w.z. het ons verkondigde heil moet worden uitgedragen naar buiten (apostolaat).
De genoten herderlijke zorg moet worden omgezet in onderling pastoraat.
De ondervonden dienst (diakonia) van onze Heer moet uitmonden in diakonaat aan elkaar en aan de wereld.
De eredienst in de kerkelijke samenkomsten moet worden tot onze redelijke eredienst (Rom. 12,2) in de praktijk van ons dagelijks leven.

2.8 Voortdurende heiliging
Van belang is in dit verband ook het voortgaande onderricht in navolging van Christus. Een levende gemeente volhardt in het onderwijs van de apostelen (Hand. 2,42). Ze moet waakzaam en weerbaar worden gemaakt tegen de talloze verleidingen. Die leer heeft altijd een praktische spits. Het gaat om de heiliging van het leven.

2.9 Kadervonning
En tenslotte heeft de gemeente de opdracht te zorgen, dat het pand dat haar is toevertrouwd zuiver wordt bewaard en overgegeven aan het volgende geslacht. De eenheid van de kerk moet niet alleen worden bewaard met de medegelovigen van een bepaalde periode, maar ook met die van voor- en nageslacht.
In dat verband is kadervorming van groot belang. Want de leer van Christus moet worden toevertrouwd aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten (2 Tim. 2,2). Vaak wordt deze tekst alleen in verband gebracht met de opleiding tot de Dienst des Woords.
Maar ze heeft m.i. ook konsekwenties voor de vorming van de andere ambtsdragers.
Samenvattend kan worden gezegd, dat het Schriftuurlijke uitgangspunt voor de theorie en de praktijk van de gemeenteopbouw is en dient te zijn wat we belijden met Zondag 21 HC, vrl antw 54: Ik geloof dat de Zoon van God zich ... een gemeente ... vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord.
M.a.w., gemeenteopbouw is een zaak van Christus. Gemeenteopbouw is een zaak van zijn Geest. De Geest maakt mensen tot zijn discipelen, maakt hen tot een gemeenschap van broeders en zusters, verbindt hen aan elkaar, maakt hen tot instrument van evangelieverkondiging naar buiten in woord en daad. Het is een zaak van Christus en van zijn Geest, waarbij Hij mensen inschakelt met hun verantwoordelijkheden en hun gaven. Het gaat om de relatie tussen God, de kerk en de wereld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief