Een wet ten leven
1991-08-30
In een verloren hoekje op de sportpagina van een onzer grote kranten werd een curieus geval aan het licht gebracht. Als volgt: - Jaargang 35
- nummer 18
"Nooit op zondag. Voor Jonathan Edwards, hinkstapspringer van wereldklasse, is de zondag heilig. De Britse atleet wil op de christelijke rustdag niets met sport te maken hebben. Hij mist door zijn geloofsovertuiging de wereldtitel-strijd, die eind Augustus in Tokio wordt gehouden. De Britse kwalificatiewedstrijden vinden namelijk op zondag plaats. "God en mijn familie zijn voor mij belangrijker dan atletiek", verklaarde Edwards.
"De zondag is de dag van God".
Een soortgelijke opvatting weerhield Eric Liddell van deelneming aan de sprintfinale in de Olympische Spelen van Parijs in 1924. De vrome Schot, torenhoog favoriet, wenste op zondag niet aan de start te verschijnen. Zijn gewetensconflict was ruim een halve eeuw later het thema van de befaamde speelfilm 'Chariots of Fire', Tot zover de krant.
Curieus?
Het verschijnsel bleek niet fonkelnieuw te zijn: in 1924 was de primeur van dit wereldwonder gesignaleerd.
Het was de aanleiding geweest voor 'Chariots of Fire'. Bij die 'wagens van vuur' denkt u het eerst aan Elia's hemelvaart (2 Kon. 2:11) en vervolgens aan de Britse hymne 'Jerusalem': "bring me my chariots of fire". In beide gevallen gaat het om de vonkende hoogspanning tussen hemel en aarde.
De laatste sportman wordt een 'vrome Schot' genoemd - het klinkt niet als een erenaam. De-eerste sportman, een Engelsman, "hecht meer waarde aan God en zijn familie" dan aan atletiek.
Vermoedelijk is 'familie' een slordige vertaling van 'family' en in dit geval worden 's mans vrouwen kinderen, zijn gezin, bedoeld, waarvoor hij verantwoordelijk is.
Zeldzaam christendom
Wanneer de dagbladen beter op de hoogte waren met het christendom en zijn opvattingen, zouden ze van deze levenshouding geen ophef maken. De christelijke levensstijl wordt echter stelselmatig doodgedrukt tussen kolommen met slecht nieuws, misère en vergiftigende voorlichting. Laten we daarom over dit berichtje, dat de kranten mocht halen, even doordenken.
Jonathan verdient ons aller respect, wanneer hij zich titels laat ontgaan terwille van zijn geloofsovertuiging. Hij moet wel sterk aan de zondagsheiliging hechten, om deze verleiding te weerstaan. Zoals Eric dit in 1924 deed.
Nu moet meteen opgemerkt worden, dat Groot Brittannië, met name Engeland, in het algemeen op zondag niet aan sport doet (deed). Dat gebeurt op Zaterdag. Er is zelfs een (verouderd?) gezegde over de Engelsman: op zaterdag doet hij aan sport, op zondag werkt hij in zijn tuintje, op maandag ligt hij met rugklachten.
Maar ook in ons land zijn nog streken, waar de zondag geheiligd wordt: afgezonderd van de zes werkdagen. U merkt het op gezelschapsreizen in het buitenland: de op zondag genuttigde consumpties worden pas op maandag betaald. Men kijkt er van op, denkt aan bijgeloof.
Alleen op zondag?
Er zijn mensen, die het vierde gebod koppelen aan de zondag: de dag, waarop onze Heiland opstond uit het graf. Johannes op Patmos dateert zijn eerste Openbaring ook op de dag des Heeren, d.i, de zondag. Paulus op zijn zendingsreizen trad hier opzaterdaq, daar op zondag op. Want helemaal zuiver is het niet, de zondag aan het 4e gebod te koppelen.
In het vierde gebod staat 'sabbath', onvertaald. Dat was de zevende dag na zes scheppingsdagen, waarop God 'rustte' van zijn scheppingsarbeid. Hij hield op te scheppen, want alles was af, volmaakt. God verlustigde zich verder in zijn schepping. De Joden, voorzover ze niet aan Christus' opstanding geloven, vieren de wekelijkse rustdag dan ook op Zaterdag, de zevende dag. Evenzo de Zevendedagsadventisten.
Terwijl de Islamieten de vrijdag als wekelijkse rustdag gebruiken.
We kunnen dan ook niet zeggen, dat de Bijbel ons de zondag gebiedend aanwijst. Wanneer 'sabbath' in het vierde gebod onvertaald blijft staan, slaat dat op de rustdag - niet per se op de zondag. En waar de Heidelberger in zondag 38 zegt "dat ik inzonderheid op de sabbath, dat is de rustdag, tot de gemeente Gods kome ... enz. dan zijn de 4 cursief gedrukte woorden later"
toegevoegd aan het werk van Olevianus en Ursinus. In de Duitse catechismus staat: Feiertag = feestdag.
Feestdag. een geschenk
Zoals alle tien 'geboden' ons als handwijzers ten leven zijn geschonken, om ons als mensen Gods te leren levenzo moeten we rn.i. ook in het vierde gebod geen dwangmatige wet inbouwen, zoals men bijvoorbeeld hier op de Veluwe doet.
Het is een algemeen ervaren levenswet, zeggen mensen met verstand, dat de mens na 6 werkdagen een rustdag nodig heeft. In Rusland is beproefd, een op 10 dagen vrij te geven - de mens kon het niet volhouden. En in ploegenstelsels, fabrieken, vervoer, onderwijs, overal doet zich de wet gelden: 1 dag rust op 7, anders gaat de mens onderuit.
Onlangs zei iemand me aan de telefoon: "als ik in Iran woonde zou ik op vrijdag rust nemen, in Israël op zaterdag, in dit land op zondag." Zoals ook Paulus alle dagen gelijk achtte (met respect voor wie het anders zag) en niemand terzake wilde oordelen (Col. 2:16), aangezien het om een symbool gaat, dat in Christus vervuld is.
Een Schot, opgevoed op de Hebriden, vertelde me eens: "op zondag mocht niet worden gekookt. Als moeder het eten niet op zaterdag klaar kon krijgen werd er niet gegeten - anders zou de wereld vergaan". En hij ging verder: "later merkten we dat je ook op zondag heerlijk kunt koken en dat de wereld niet verging. Daarom vertrouwen wij de kerk niet meer."
Ervaring in bankwezen
Mag ik u eens iets uit eigen ervaring vertellen? Vlak na de oorlog, toen elk bedrijf - ook het bankbedrijf, waarin ik mijn boterham verdiende - zich moest herordenen, kwam een brief van de hoofddirectie op mijn tafel. De plaatselijke directeuren werden ontboden op een van twee landelijk te houden conferenties, die van vrijdagmiddag tot zondagavond zouden lopen. De twee conferenties vielen op verschillende data, maar bevatten beide een zondag.
En of ik maar wilde berichten op welke van de twee ik aanwezig kon zijn; ook: dat men open stond voor wensen inzake de data.
Na enig nadenken schreef ik, dat ik aanwezig hoopte te zijn op een van beide conferenties. En nog wat. Aangezien de hoofddirectie zich openstelde voor wensen inzake data van dit soort conferenties, verzocht ik zo mogelijk de zondag te ontzien, aangezien ik (en stellig niet ik alleen) gewoon was, de zondag voor andere dingen dan werkconferenties te gebruiken.
Er was een listigheid in het spel, toegegeven.
Dat men zich openstelde voor wensen werd door mij gebruikt als een halfopen deur; en dan kon men zich over mij boos maken. Maar ook kon die deur door de hoofddirectie op een kier zijn gezet - en dan zat de listigheid aan de overkant. Want wie zweeg had zijn kansen verspeeld voor de toekomst.
Het 2e bedrijf ging per telefoon. De directie-secretaris verweet mij kortzichtigheid, die mijn positie kon schaden.
Mijn antwoord was: toen geldsanering en andere operaties aan de orde waren, heb ik diverse zondagen doorgewerkt, zonder een kik te geven.
Maar nu de hoofddirectie naar mijn wensen vraagt... - De directie acht die conferenties onvermijdelijk. - Dan zal ik mij schikken, maar houd mijn vraag staande. - Of men mij die zondag in de kerk zou missen? - Antwoord: ja, als kerklid, als organist en als ouderling rekent men op mij. - Of ik dan zo Veluws christelijk was? - Heb ik geen antwoord op. - Of ik dan de hoofddirectie onchristelijk achtte? - Dat moet zij zelf uitmaken. - Of ik gezien had, dat op het programma vrij gegeven werd van 10-12 uur? - Antwoord: maar de andere uren zijn dus niet vrij. - Ja, maar in die 2 uren kon ik naar elke gewenste kerk gaan. - Niet naar de kerk, waar ik thuishoor. - De secretaris, boos, zei dat hij het gesprek zou rapporteren.
Derde bedrijf: ik ben naar geen van de twee conferenties opgeroepen. Maakte me alleen zorgen over het ongenoegen van mijn superieuren.
Slotbedrijf: na 4 weken eindelijk een brief van de hoofddirectie. Geen reprimande, slechts de mededeling dat mijn salaris fors omhoog ging. Misschien toeval? vraagt u. Denk dan ook aan een Heer, die het recht der armen, der verdrukten gélden doet. En - toeval of niet - er is sedert 1946nooit weer een conferentie geweest, die de zondag opeiste.
Wat deed Jezus?
Deze liet rustig aren plukken op de sabbath; dat was oogsten, zeiden de wijsneuzen. Die genas een zieke op de rustdag; Hij werd er op aangesproken!
Mocht men niet een mens weldoen op sabbath? Nu ja, in het algemeen; maar er zijn 6 dagen om te arbeiden, één dag om absoluut
niet te arbeiden!Jezus zei: mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.
De Heiland kende niet dat dwangmatige van vrome mensen. Daarom zei eens een wijze predikant: het 4e gebod brengt geen terreur, maar is een Godsgeschenk. Maar een collega antwoordde: als het 4e gebod overtreden mag worden, dan mag je ook moorden, echtbreken en stelen. En zo voort.
Toch behouden we respect voor de Britse atleet. En voor allen, die het Godsgeschenk weten te waarderen.
1 door Petrus Datheen?