Bij het overlijden van Elizabeth Oiderika de Jong-Woldring
1991-08-30
Beste Henk, - Jaargang 35
- nummer 18
Je zult de eerste zijn om te zeggen dat dit woord van de Heiland een maatje te groot is voor jouw Lies.
Je kunt niet zomaar overal een is-gelijkteken tussen zetten. Dit woord van de Heiland heeft iets unieks en dat moet je niet zonder meer op lukraak ieder mens toepassen.
Ook al zullen we dit woord in z'n eigenheid laten staan, toch herkennen we er iets in, dat ook zo eigen was aan de lieve en dappere vrouw naast je, Lies Woldring. Naast je, en tegelijk ook je heilzame tegenover, die met haar vermogen tot relativeren, en dat op een vaak ludieke wijze tot uitdrukking kon brengen, je wel eens wist af te remmen en te korrigeren.
Haar sterven betekende een schok voor allen, die haar kenden. Allereerst voor jou en jullie kinderen, ook al waren jullie al lange tijd er op voorbereid. Maar wat sterven betekent, dat besef je pas, wanneer je er direkt mee gekonfronteerd wordt. Terugkijkend op dat deel van jullie leven, dat ik zelf heb meegemaakt, moet ik zeggen, dat jullie hier veel met anderen hebt moeten delen.
Ze was er voor de gemeente als één die dient. In Amsterdam voelde ze zich in dat opzicht als een vis in het water,en ik vermoed, dat dat in Gees en in Wageningen niet anders geweest zal zijn.
Zij vervulde haar taak op bewonderenswaardige wijze. Geen lange preken, geen vermanende vingertjes, maar heel praktisch: "waar kan ik je mee helpen?" of na een gesprek op de gang: "ik zal voor je bidden."
Menig bezoeker van de T.S.B. (toen nog gehouden in de Jan van Eyckstraat), die even naar beneden kwam, bleef langer weg dan noodzakelijk was, hij moest nog even een praatje maken in de keuken met mevrouw De Jong.
Ze ving de komende man en vrouw op, ging er iemand weg of was een vergadering afgelopen, dan praatte ze nog even met je na.
De zorg voor mensen zat haar in het bloed. Dat bleek ook heel sterk uit de rubriek 'gemeentelijk wel en wee', de pastorale rubriek in de Dienstbode van Amsterdam-Centrum, die zij verzorgde. Op geheel eigen wijze gaf ze haar pastorale bevindingen en adviezen door en vaak zo ontspannen, dat je er als van zelf om moest lachen.
Geen loodzwaar pastoraat, maar opgewekt en met een groot gevoel voor humor.
Ze heeft menig broeder en zuster de voeten gewassen, ook al had je zelf wel eens het gevoel, dat ze je de oren waste, want ze was rechtuit in wat ze zei.
Ik geloof, Henk, dat de taak, die Lies naast jou verrichtte in dienst van het Koninkrijk bepaald niet onopgemerkt is gebleven, en voor jou een bron van vreugde geweest is. De herinnering aan haar zal daarom ook niet meer weg te denken zijn uit jouw werk. En velen, in Gees, Wageningen, Amsterdam en Zeist, en overal in ons kleine landje en ver daarbuiten, zullen met vreugde en dankbaarheid terugdenken aan deze discipel van de Here Jezus, die het evangelie praktiseerde.
Geve de Here je de gezondheid en de kracht om je werk te verrichten en samen met je kinderen dit verlies te dragen.
Kampen, Jan Bouma