Gemeenteopbouw (2)

1991-08-30
  • Jaargang 35
  • nummer 18
3. Het leven in de gemeente
Daarin draait het om drie zaken:

3.1 Gemeenschap met God, d.w.z. van ieder lid van de gemeente van Christus wordt verwacht dat hij/zij een persoonlijke band met God heeft door Jezus Christus. Want het is onvoldoende te geloven dat God bestaat of dat Jezus een groot mens was. God wil dat we een persoonlijke relatie met Hem hebben in Christus, Hem kennen, van Hem houden, met Hem omgaan in Bijbellezen en gebed.

3.2 Gemeenschap met elkaar, d.w.z. het is niet Gods bedoeling dat we lid voor lid tot één gemeente behoren, maar verder aan elkaar voorbijleven.
Gemeenschap moet konkreet worden in het elkaar ontmoeten, samen met elkaar Gods Woord lezen, naar elkaar luisteren, met elkaar bidden, de verlossing vieren en samen aan het werk gaan.

3.3 Staan in de wereld, d.w.z. het is niet Gods bedoeling dat we als gelovigen om onszelf cirkelen. Hij wil dat we als getuigen en als dienaars ons wenden tot andere mensen om in woord en daad zijn liefde te verkondigen en gestalte te geven.
Tot de gemeente van Christus behoren dus drie elementen: geloof, gemeenschap en dienst. Daaraan moet gebouwd worden.
Kortom, gemeenteopbouw is die aktiviteit, die gericht is op het zichtbaar worden van de gemeente in geloof, gemeenschap en dienst.

4. Knelpunten
Bij de opbouw van de gemeente kunnen zich de volgende knelpunten voordoen.

4.1 Eenzijdige nadruk op kerkdiensten.
Voorleveel christenen beperkt hun christen-zijn zich tot het minstens één maal per zondag bijwonen van de kerkdienst: het zingen van liederen, het meedoen in de gebeden en het luisteren naar een preek.
Een godsdienst-oefening heet dat.
Maar is dat echt een je oefenen in het dienen van God? En is dat echt het oefenen van gemeenschap met elkaar?

4.2 Omvang van de gemeente
Met name een grote gemeente kan onderling kontakt bemoeilijken. Men kan bewust anoniem blijven. Maar men kan ook onwillekeurig over het hoofd gezien worden.

4.3 Groepsvorming
Voor zover men binnen de gemeente wel spontaan kontakt met anderen zoekt, gebeurt dat nogal eens op grond van het feit dat men zich tot elkaar aangetrokken voelt. Dat kan zijn op grond van maatschappelijke of van intellectuele gelijkheid. Of omdat men er op verschillende terreinen (politiek of m.b.t. allerlei kerkelijke vraagstukken) gelijke denkbeelden op na houdt.
Of op grond van leeftijd. Dit kan gemakkelijk ontaarden in partijvorming, die zich b.v. op gemeenteavonden manifesteert.

4.4 Aktieve kern
Vaak vind je in een gemeente een betrekkelijk kleine groep aktievelingen, die alles besturen, regelen, organiseren en aanpakken. Zij lopen zich de benen uit het lijf, terwijl de grote meerderheid afzijdig blijft. Ze zetten akties op (b.v. voor het evangelisatiewerk, voor steun aan vervolgde christenen, voor diakonale projekten, vluchtelingenwerk e.d.). Door anderen wordt dat meermalen gezien als hun persoonlijke hobby, waar ze kennelijk nu eenmaal plezier aan beleven.

4.5 Gemis aan persoonlijke omgang
Er is in de praktijk vaak maar weinig bereidheid of moed zich aan anderen bloot te geven en een geestelijk kontakt te leggen. Wanneer of hoe vaak voeren gemeenteleden onderling een goed geestelijk gesprek, waarin men elkaar opbouwt in het geloof, elkaar bemoedigt (in geval van ziekte, tegenslag, gemis, eenzaamheid) of vermaant en met en voor elkaar bidt? Is het officiële huisbezoek niet vaak de enige vorm waarin dit gebeurt? En dan wordt het nogal eens als enigszins gedwongen ervaren.

5. Kerkeraadsbeleid
Om de diverse knelpunten op te sporen en op te lossen is beleid nodig. De kerkeraad, het college van ambtsdragers, is de aangewezen instantie om voor gemeenteopbouw zorg te dragen, d.w.z. er op toe te zien dat de gemeente die aktiviteit ontplooit, die gericht is op het zichtbaar worden van de gemeente in geloof, gemeenschap en dienst.
Ik denk met name aan wat we lezen in Ef. 4,11.12 dat de ambtsdragers de gemeente hebben toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus. Dat wordt dan nader omschreven in vs 16 als het bijeengehouden worden van het lichaam door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent en zodoende zich zelf op te bouwen in de liefde.
Om deze kerkeraadstaak naar behoren te kunnen vervullen is m.Î. het volgende nodig:

5.1 Opstellen van beleidsplan
Een beleidsplan voor een gemeente is een stuk, waarin beschreven wordt hoe doelgericht gewerkt kan worden aan de opbouw van de gemeente. Het is een plan dat door de kerke raad dient te worden opgesteld. Maar een intensief kontakt en overleg met de gemeente lijkt mij daarbij wel eerste vereiste. Het gaat immers om het funktioneren van heel de gemeente als het lichaam van Christus.
Bij dat plan mag het niet alleen gaan om de vraag hoe de zaken moeten worden aangepakt. D.w.z. het mag niet alleen gaan om de organisatorische zaken. Voorop en centraal moet de vraag staan: Hoe kunnen we in ónze tijd en in ónze omgeving met de óns gegeven mogelijkheden onze opdracht vervullen om gemeente van Christus te zijn?

5.2 Ontwikkelen van visie
Daarvoor is bezinning nodig over vragen als: Wat is de kerk? Wat is de oorsprong en bestemming van de kerk? Wat is Gods bedoeling vandáág met de kerk? En in onze omgeving (de stadssamenleving of het platteland, in de Randstad of in de provincie)? Wat zijn daar de taken van de kerk? Waar ontbreekt het in ónze gemeente aan?
B.v. op het gebied van het evangelisatiewerk, het jeugdwerk, kadervorming, diakonale projekten, onderling pastoraat, onderlinge hulpverlening

5.3 Bepalen van doel(en)
Hierbij komen de vragen aan de orde als: Waar gaan we het eerst aan werken?
En wat stellen we ons voor om te bereiken?

5.4 Opzetten van tijdsbestek
Vervolgens bestaat de mogelijkheid een tijdslijn uit te zetten. B.v. een vijfjarenplan.
Op basis van zo'n plan kan seizoen voor seizoen bekeken worden wat er dan gedaan moet worden.
Zo'n plan zal schriftelijk moeten worden vastgelegd, zodat het kan worden nagelezen. Alle betrokkenen (binnen en buiten de kerkeraad) weten dan waar ze aan toe zijn en opvolgers kunnen er mee verder gaan. Als er een wisseling van ambtsdragers plaats vindt of er doet een nieuwe predikant intrede, heeft dat dan geen verandèring van beleid te betekenen.
Een dergelijk beleidsplan zou ook aan de gemeente moeten worden bekend gemaakt, zodat ieder kan weten welke koers de gemeente vaart en wat men al of niet kan verwachten.

5.5 Kiezen van methode en middelen
Een volgende stap is te kijken naar welke methode en middelen passen bij het gestelde doel. Welke weg wordt daarheen bewandeld?

5.6 Opsporen van gaven
En onmisbaar is natuurlijk de inzet van de diverse leden van de gemeente, met hun grote verscheidenheid aan gaven, die God een ieder gaf, juist om ze in te zetten voor het .welzijn van de gemeente en in dienst van zijn Koninkrijk.
Nogmaals noem ik hier Ef. 4, 16, waar het gaat over de dienst van al de geledingen van het lichaam, naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent.
Denk ook aan 1 Kor. 12, 7: Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
En aan 1 Petr. 4, 10: Dient elkaar, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods.
Elke kerkeraad heeft de taak die gaven in de gemeente op te sporen en broeders en zusters te stimuleren die in dienst van God, van elkaar en van de wereld te gebruiken.

5.7 Aantal voordelen
Het opstellen van een beleidsplan biedt een aantal voordelen:
- Goed beeld - Door een beleidsplan te maken krijgen we een goed beeld op het geheel van het gemeenteleven en hoe alles in elkaar grijpt.
- Efficiëntie - We ontdekken gauwer eventuele witte vlekken en/of knelpunten in het (funktioneren van het) leven van de gemeente.
- Continuïteit - Bij het wisselen van de wacht binnen de kerkeraad is er duidelijker sprake van continuïteit. Met de mensen die verdwijnen, verdwijnt niet alle kennis. Er kan' worden voortgebouwd op wat al is gedaan. Bovendien kunnen nieuwelingen gemakkelijker worden ingewerkt.
- Aktiverend - Aan de gemeente kan duidelijk worden gemaakt waar iedereen mee bezig is of kan zijn. En ook wat er aan aktieve inzet van de gemeenteleden verwacht kan worden en waar zij hun gaven ten nutte en ten dienste van de anderen kunnen inzetten.
Ik zou het pleit willen voeren voor een vacaturebank waar b.V. jonge gemeenteleden, die belijdenis doen, kunnen nagaan hoe zij aan de opbouw van de gemeente kunnen meewerken, zoals zij beloven te willen doen. Dit geldt ook voor leden die van elders nieuw de gemeente binnenkomen.
- Ekonomisch - Aan de hand van zo'n plan kan worden aangegeven welke aktiviteiten nodig zijn en wat ze kosten.
Daarmee dienen we dus ook onze Commissies van Beheer.
- Hulp bij evaluatie - We kunnen aan de hand van een opgesteld plan achteraf nagaan of alles is gegaan, zoals was voorgenomen. En zo niet, waarom dan niet?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief