Jakobs droom

1991-09-13
  • Jaargang 35
  • nummer 19

Wat vooraf ging:
Jakob was op de vlucht. Hij had zijn broer Esau overgehaald om hem zijn eerstgeboorterecht te verkopen voor een schotel rode linzenmoes. Hij had ook zijn vader Isaäk bedrogen door zich als Esau te vermommen. Zo was hij op leugenachtige wijze aan de zegen gekomen, die aldus luidde: "God zal u geven van de dauw des hemels en van de vette streken der aarde, en overvloed van koren en most. Volken zullen u dienen en natiën zich voor u nederwerpen; wees heerser over uw broederen en de zonen uwer moeder zullen zich voor u neerbuigen.
Wie u vervloekt, zij vervloekt, en wie u zegent, zij gezegend". Jakob heeft op een verkeerde manier God een handje willen helpen. Hij was, mede onder invloed van zijn moeder, zo gespitst op de belofte van God, en misschien wel zo bang dat het niet zou doorgaan, dat hij koste wat kost die belofte, het eerstgeboorterecht, in handen moest krijgen. Esau was woest geworden: "als vader Isaäk dood is, zal ik Jakob doden". Dat was één reden waarom Jakob in Betel was. Hij was bang voor de wraak van Esau. Hij had de raad van zijn moeder opgevolgd: nu dan mijn zoon, luister naar mij, maak u gereed, vlucht naar mijn broeder Laban in Haran en blijf enige tijd bij hem, totdat je broer niet meer kwaad is.

Er was nog een reden. Esau was inmiddels al getrouwd met twee vrouwen uit de omgeving, met Jehudit en Basmat. Hethietische vrouwen uit Kanaän, die "een kwelling des geestes voor Isaäk en Rebekka" waren. De spanning zal meermalen om te snijden zijn geweest in de tenten van Isaäk.
Jakob was op het hart gedrukt: neem geen vrouw uit de dochters van Kanaän.
Ga naar de familie van je moeder, en zoek daar een vrouw.

Om die redenen was Jakob vertrokken.
De tocht naar Haran was lang en zwaar. Een kilometer of zeshonderd, en dat te voet. Na zo'n negentig kilometer was Jakob in Betel. Reken dat hij ongeveer dertig kilometer per dag aflegde, dan was hij drie dagen onderweg.
Hij sliep onder de blote hemel, met zijn hoofd op een steen.

De droom
Toen kwam die droom. Op de aarde was een ladder die helemaal tot in de hemel kwam. Engelen klommen erlangs naar boven en daalden neer. En bovenaan stond de HERE. Jakob zag in die droom hoe de aarde met de hemel verbonden was. Dit hadden de mensen met de torenbouw van Babel ooit willen bereiken: "laten wij een stad bouwen met een toren waarvan de top tot de hemel reikt. In Irak liggen nog restanten van tempels uit Babel.
Van onderen zijn ze heel breed, en lopen dan op naar boven tot in een punt. Langs een pad aan de zijkant van die tempel kon je naar boven klimmen.
Daar helemaal bovenaan, als je dat hele stuk gelopen had, was je dicht bij de goden, dacht men. De mens kon dus als het ware zelf naar de hemel lopen. De HERE had de taal verward van de mensen die de toren van Babel bouwden, en hen zo laten zien: de mens met al zijn babbels krijgt dàt niet voor elkaar. Je kunt niet op eigen kracht de verbinding tussen de aarde en de hemel tot stand krijgen. Als de HERE dat niet van zijn kant doet, dan lukt het nooit.

Verbonden met de hemel
In die droom zag Jakob hoe die verbinding helemaal door de HERE zelf gelegd werd. De mens is maar heel klein hier op aarde, en God lijkt soms zo ver. Maar Jakob zag engelen. Ze gingen op en neer langs de ladder.
Gods dienaren die uitgezonden worden vanuit de hemel om voor Gods volk te zorgen. Hun gang langs die ladder liet zien: God houdt kontakt met deze wereld. Voor Jakob een bemoediging.
Hij was helemaal alleen. De weg terug naar de tent van zijn vader en moeder was onmogelijk. Dat zou zijn dood worden. Hij moest naar het noorden, richting Haran. Maar wat zou hem daar wachten. Wat zou hij onderweg nog allemaal moeten doorstaan.
Hij kon overvallen worden, of meegenomen door slavenhandelaren. Het was onveilig in je eentje. En waar was God.

Waar is God?
Veel mensen vragen ook vandaag: waar is God. Hij lijkt zo ver weg. Is Hij er wel. Vooral mensen die in de problemen zijn kunnen soms worstelen met die vraag. En misschien denken we in zulke omstandigheden: kreeg ik maar zo'n droom als Jakob kreeg, zodat ik weet dat God er is. Zag ik maar zo'n ladder met engelen en hoorde ik maar de stem van God, net als Jakob in Betel. Van tijd tot tijd duikt het verlangen naar verborgen ervaringen op. Hoeveel invloed in dezen van de New Age-golf uitgaat, is niet te meten, maar zal er zeker zijn. Jakob zag in zijn droom duidelijk de verbinding: God en mensen, hemel en aarde verenigd. Zo in een droom zien wij dit inderdaad niet, en reken er ook maar niet op dat u zo'n droom krijgt. Wat Jakob in een droom mocht zien, is al lang werkelijkheid geworden, nog veel grootser dan in die droom werd uitgebeeld. De verbinding tussen God en de wereld is door God gelegd. God is zelf in Zijn Zoon in ons midden gekomen.
Zijn naam is ook: Immanuël, hetgeen betekent: God met ons.

God heeft het eerste woord
Ik wijs u er op dat Jezus deze droom van Jakob op zichzelf heeft toegepast, zie Johannes 1:52. Toen Natanaël tegen Jezus zei: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israël, had Jezus gezegd: gij zult grotere dingen zien dan deze: voorwaar, voorwaar Ik zeg u, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.
Waarmee Jezus aangaf, dat de verbinding tussen de Here in de hemel boven, en de mensen hier op aarde beneden, door Hem werkelijkheid is geworden. Er is één naam die hemel en aarde verenigt. Jezus. Wie de aanwezigheid van God in deze wereld wil ervaren, moet dicht bij Jezus leven, moet zich concentreren op zijn woord.
Via het woord van Jezus, zoals het in de bijbel staat, spreekt de HERE ook nu nog rechtstreeks tot ons. Jezus zei: de woorden, die Ik tot u spreek, zeg ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken .... en het woord dat gij hoort, is niet van Mij.
maar van de Vader, die Mij gezonden heeft. (Joh. 14:10,24) Zo is Jezus de beslissende schakel geworden in het blijvend kontakt dat de HERE gezocht heeft met deze wereld. Dat was er in het begin gewéést. Adam wandelde met God in de hof, en sprak met hem.
Maar toen dat kontakt door de zonde verbroken was geraakt, kon het de mens nooit meer lukken om met wat voor kunstgrepen dan ook dat kontakt met God te herstellen. De toren van Babel werd een mislukking. De tempels van het oude Babel liggen als stomme ruïnes in het zand in Irak. De mens brengt de verbinding met God niet tot stand, hij is daartoe onmachtig.

God spreekt nog altijd voort
Maar God gelukkig wel. Hij brengt de belofte van de Immanuël = God met ons. Die naam Immanuël wordt in Genesis niet genoemd, maar klinkt al op de achtergrond. God brengt verbinding tot stand met mensen van het welbehagen. Dat welbehagen van God is niet dankzij de prestatie van de mens. God heeft Jakob niet tot drager van de belofte gekozen omdat hij zo'n beste was. In de moederschoot bedroog hij zijn broer, en toen hij groot was weer. Hing ons behoud van mensen af, dan kwam er niets van terecht.
Genesis betekent: geboorte, een begin dat God maakt. Alleen vanuit een nieuw begin kan het verder weer goed komen. Alleen als vanuit de hemel de verbinding met deze wereld hersteld wordt. Jakob mocht er iets van zien in de droom. Die ladder met die engelen was voorafschaduwing van de verbinding, die later in Christus vaste gestalte zou krijgen.
Geen moment zou de HERE Jakob uit het oog verliezen. Hij zei: ..en zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat". De HERE laat niet los wat zijn hand begonnen is. De belofte zou door Jakob en zijn nageslacht eens bij de Immanuël uitkomen. Wij mogen die belofte aan Jakob in verband zien met wat Jezus gezegd heeft tot zijn discipelen: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. De HERE kan dan wel eens ver weg lijken, wanneer je in de put zit, of heel eenzaam bent, maar Hij is niet ver weg. Immanuël = God met ons. In zijn woord is de HERE bij ons in huis, zelfs in ons hart. Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief