Diakonale hulp aan bejaarden in de gemeente van Christus
1991-09-13
Je bent diaken en je wilt wat. Je wilt je ambt zo goed het kan uitoefenen: de barmhartigheid van Christus aan de gemeente van Hem bedienen, ookdaar gaat het vandaag om - aan de bejaarden in die gemeente.- Jaargang 35
- nummer 19
U hebt mij ook gevraagd: wat kunnen diakenen praktisch doen om te helpen in de problemen die het oud-worden meebrengt? En u had daarbij het idee dat ik nogal wat ervaring heb door mijn werken onder bejaarden, die verzorgd (moeten) worden intra- of extramuraal. Of dat voldoende ervaring is om u ermee te kunnen dienen laat ik in het midden. Ik nam in ieder geval graag uw uitnodiging aan. Vandaar dat ik nu voor u sta en vanuit mijn ervaring een aantal notities heb gemaakt en u voor zal houden over diakonale zorg aan bejaarden in verschillende situaties. Ik doe het in de hoop dat u daarna elkaar en mij van dienst zult zijn met uw opmerkingen en ervaringen terzake diakonale hulp aan de bejaarden in de gemeenten, die u dient.
Ouder worden is niet zo gemakkelijk.
Ouder worden brengt problemen met zich mee. Noden. Achteruitgang, lichamelijk en verstandelijk. Ik behoef dat niet uitvoerig te beschrijven. De Prediker vat het samen met: het zijn kwade dingen; en: het zijn jaren waar je van zegt dat je daarin geen behagen hebt.
Dat staat in Prediker 12. U weet wel: dat hoofdstuk dat zo indringend de achteruitgang van het menselijk lichaam met al zijn functies beschrijft en dat uitloopt op: de kruik wordt bij de bron verbrijzeld en het scheprad in de put verbroken, en het stof keert weder tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest keert weder tot God, Die hem geschonken heeft.
Ouder worden. In 11 Korinthe 4 en 5 benoemt Paulus deze tijd met: verval van onze uiterlijke mens, last der verdrukking; en: onze aardse tent, waarin wij nu nog zuchten (!), wordt afgebroken.
Zo merken we dat de ouderdom met zijn verschillende fasen door de Schrift bepaald niet verzwegen wordt; ook niet mooier voorgesteld wordt dan ze is. Integendeel: ze is gekenmerkt door moeiten, problemen, verdrukking, kwade dagen waar je bepaald geen behagen in hebt. Je kunt ook zeggen: je ziet het in de ouderdom vaak niet meer zitten.
Evenwel luidt de aansporing: Je Schepper te kennen en te dienen.
Zoals aan het slot van het boek Prediker staat als een advies aan alle mensen: Vreest God en onderhoudt Zijn geboden. En dan: begin ermee als je jong bent, dàn neem je het mee bij het ouder worden. En 11Korinthe 5: we verliezen de moed niet, ook niet bij het ouder worden dat zozeer verval van onze uiterlijke mens met zich meebrengt.
Want we kunnen dan nog doorgaan met de HERE welgevallig te zijn en het goede te doen naar Zijn geboden.
Totdat... we ons verblijf in de aardse tent verlaten en bij de Here onze intrek nemen in een eeuwig huis.
Samengevat: als Christen oud worden en godvrezend ook deze tijd gebruiken wordt gezegend en loopt erop uit, dat we bij de Here onze intrek nemen. Nog één citaat: (11 Korinthe 4:17) Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik (!) bewerkt voor ons een alles te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid. Dat is het positieve van oud zijn en ouder worden. Dat kunnen we meemaken. Dat kunnen we er van maken. Onder Gods zegen!
Ik wilde u dit positieve en opgewekte geluid niet onthouden. Wat is Gods woord vol uitzicht voor hen die de HERE vrezen en Zijn hulp verwachten.
Ik wilde dit vóórop stellen. Zodat u en ik (we worden ook ouder) de moed niet verliezen; zodat wij het steeds weer wél 'zien zitten'.
Maar terug naar het hier en nu; naar het heden ten dage oud zijn en oud worden. Met zijn noden. En hoe we daarin als diakenen van dienst kunnen zijn.
Ik noem een aantal problemen van de oude dag. Ik probeer er meteen bij te zeggen welke barmhartigheden daar bij passen, daarop van toepassing behoren te zijn, mijns inziens; barmhartigheden, die daarop gericht zijn dat 'onze' bejaarden mét ons de moed niet verliezen, maar doorgaan in het vertrouwen op God, bezig het goede te doen en op weg naar dat eeuwige huis.
1. Het oud-zijn zelf. Zo u wilt: ouderdom in het algemeen. Daar past dit diakonaat bij: zorg dat u de bejaarde broeder en zuster kent; en dat zij u kennen. Ik pleit voor het diakonale bezoek aan ouderen.
Moeilijk te zeggen wanneer dat moet beginnen. In ieder geval: op tijd zodat, wanneer de 'bezwaren' van de ouderdom (beginnen te) komen u elkaar kent. U kunt dan horen. En uw oudere zuster/broeder leren kennen. En waarderen.
En eren. En op de hoogte komen van de noden die er zijn; en wanneer (zodra) die er zijn. Op tijd.
N.B. Bij de problemen die u ontmoet zullen verdriet, onverwerkte tegenslagen en verliezen, nooit goed gekomen verhoudingen, niet bereikte idealen en mogelijk onbeleden zonden nogal eens een rol spelen. Dat zijn dan de (verborgen) oorzaken van ontevredenheid en onvoldaanheid en onzekerheid.
2. Eenzaamheid. Met name bij weduwen en weduwnaren en 'alleenstaanden'.
Zie naar hen om! Dat is zuivere en onbevlekte godsdienst voor God.
Jakobus 1:27.
Hier wil niet mee gezegd zijn dat diakenen de enige bezoekers en vertroosters moeten zijn. Natuurlijk zijn ze er en behoren er te zijn de kinderen en de familieleden. Vóór alle anderen.
Maar ik denk voorts wel, dat diakenen een heel goede rol kunnen spelen bij het maken van 'bezoekregelingen': jonge mensen aan ouderen; jonge gezinnen in contact met oudere echtparen, vooral als deze zelf geen kinderen (meer) hebben.
3. Geldgebrek. Door wat voor oorzaak ook. Maar het komt voor. En u kunt er wat aan doen. Met de gaven van de gemeente. In samenwerking uiteraard met familie (kinderen vooral) die allereerst verantwoordelijk zijn. Ook is déze hulpverlening vaak zeer 'ter zake': hun financiële middelen, inkomsten en uitgaven, met hen en voor hen op een rijtje te (laten) zetten. Daarbij is het zeer gewenst dat u voldoende van de sociale wetgeving op de hoogte bent.
4. Ziekte. Ik bedoel dan nu ziekte van tijdelijke aard en gepaard gaande met ziekenhuisverblijf. Dan ligt voor u: attent zijn op vervoer in verband met voldoende bezoek. Stelt u in ieder geval op de hoogte én in het ziekenhuis én bij wie thuis achterblijven.
Ziekenhuisverblijf brengt vele 'kleine' practische problemen met zich mee, die voor u vrij makkelijk zijn 'op te lossen'. Door u zelf of door inschakeling van anderen. In ieder geval: u kunt stuur geven aan deze vorm van barmhartigheid in Christus' gemeente!
5. Lichamelijke en geestelijke hulpbehoevendheid.
Kunt u een rol spelen bij het (laten) treffen van de nodige voorzieningen?
U zult in ieder geval beschikbaar kunnen zijn. Weer: u behoeft daarmee en behoort daarmee de taak van kinderen, die hun ouders ervaren, niet over te nemen. Maar dan kunt u in ieder geval de hulpverleners prijzen, bemoedigen en stimuleren. En u kunt laten weten dat u te allen tijde voor overleg over de nodige hulp beschikbaar bent.
6. Thuiszorg. Zoals gezinsverzorging en wijkverpleging. Zorg dat u de weg erheen weet; dat u informeren kunt; dat u op de hoogte bent van de betreffende (christelijke) instelling. Houdt u ook op de hoogte hoe het met de verzorging gaat; en met de verzorgers: niet om hen te 'controleren' of zo, maar om hen te waarderen naar wat ze waard zijn (heel vaak hun gewicht in goud!).
7. Afhankelijkheid. Ik noem dit naar aanleiding van het vorige punt. Daarin speelt de afhankelijkheid van de bejaarde medebroeder of -zuster al een behoorlijke rol. Moet ook wel. Maar afhankelijkheid wordt zo vaak en zo licht als een last gevoeld, en maar nauwelijks of node echt aanvaard. Dat is een uitdaging voor uw optreden in barmhartigheid, waarmee u aanwerkt op blij aanvaarden en tevredenheid over wat anderen graag voor hen doen en willen doen.
8. Bejaardenhuis. Daarin te wonen is vaak geen gemakkelijke keus. Toch 'moet' het soms. En ook nog wel eens op korte termijn. Kunt u helpen bij een 'soepele' keuze? Het ligt wel vaak op uw weg!
9. Verpleeghuis. Nog moeilijker keus gewoonlijk. Voor de betreffende bejaarde.
Maar veel meer nog vaak voor de achterblijvende man of vrouw. Toch kan het vaak niet anders. Wat is het dan zwaar om 'eigen' verzorging op te geven, ook als het 'niet anders kan', want 'eigen krachten gaan het begeven'.
Laat een diaken terdege op de hoogte zijn van de gang van zaken in een verpleeghuis (voor lichamelijk hulpbehoevende en/of dementerende bejaarden).
En laten ze de 'mensen' daar kennen en merken hóe zij zorgen.
Daarbij weer: Heb ook oog voor wat de bezoekers-familieleden gelukkig doen willen en leef mee met hun zorg.
10. Moeten diakenen participeren in instituten (gezinsverzorging, bejaardenverzorging, verzorgingshuis, verpleeghuis enz.). Ik weet niet of dat perse nodig is. Wel is goed contact met dergelijke instellingen nodig.
11. Een laatste conclusie: De overheidszorg ten aanzien van bejaarden maakt de zorg van familie en diakonie en kerk geenszins overbodig.
Ik hoop u iets te hebben laten merken van het geheel eigensoortige barmhartige practische optreden, dat van u verwacht mag worden ten goede van 'onze' bejaarden.
Daarin sterke en zegene u de HERE.