Griekse woorden in het Nieuwe Testament (3)

1991-09-13
  • Jaargang 35
  • nummer 19
In het Nieuwe Testament komen we een hele serie woorden tegen die te maken hebben met het bevrijden of loskopen van iemand uit gevangenschap. Het centrale gegeven in het Nieuwe Testament, de verzoening met God door Jezus Christus, is met die woorden verbonden.

a.lutron

I. Het Klassieke Grieks
Het zelfstandig naamwoord 'Iutron' komt in het klassieke Grieks meestal in de meervoudsvorm voor, 'Iutra' . Het woord betekent 'de prijs waarmee je iemand vrijkoopt'. Het vierentwintigste boek van Homerus' Ilias heet 'Lutra Hektoros' en gaat over de teruggave van het lijk van de gesneuvelde held Hektor, waarvoor 'Iutra' betaald moeten worden. Allerlei uitdrukkingen geven aan dat in het klassieke Grieks dit begrip 'Iutron' meestal zeer letterlijk werd bedoeld. Met een 'Iutron' kocht je iemand vrij uit gevangenschap, van welke aard dan ook.

II. Het Oude Testament
Voor de nieuwtestamentische schrijvers speelde vooral ook de achtergrond van het Oude Testament een grote rol. In de Septuagint (de Griekse vertaling van het O.T., meestal afgekort als 'LXX') komt het woord voor als 'zoengeld', 'vervangingsgeld', 'losgeld'.
De eigenaar van een gevaarlijk rund, die door nalatigheid verantwoordelijk was voor het sterven van een medemens, moest, als hij een 'zoengeld' kreeg opgelegd, alles wat was opgelegd betalen, als 'losprijs' (Iutron) voor zijn leven. (Exodus 21 vers 30.) Als iemand echter met voorbedachten rade een volksgenoot doodde, dan was er geen mogelijkheid zichzelf met een 'Iutron' te redden. Dan werd de moordenaar ook zelf ter dood gebracht.
..Gij zult voor het leven van een doodslager, die des doods schuldig is, geen 'losgeld' aannemen. (Numeri 35:31,32) Een Israëliet, die zich uit armoede in slaverij had verkocht, kon door b.v. een familielid worden losgekocht voor een 'Iutron'. (Leviticus 25:51) ..(Een jaloers man) aanvaardt geen enkel zoenmiddel" lezen we in Spreuken 6 vers 35.) 'Lutron' is het woord dat we aantreffen in de LXX weergave van Jesaja 45:13, waar ballingen worden vrijgelaten zonder 'koopprijs'.

Het meest interesant is echter het woord 'Iutron' in verband met de plechtigheid van het 'Loskopen van de Eerstgeborenen'. Daarvan lezen we in Numeri 3:12, 13,46,48,49,51 en in Numeri 18:15 en 16.
De Eerstgeborenen, die de Here op een speciale wijze toebehoorden (zij waren in leven gebleven, toen de eerstgeborenen van de Egyptenaren waren gestorven) mochten door hun ouders worden 'losgekocht'. Ook daar lezen we van een 'losprijs'.

In de oudtestamentische tijd kon iemand dus voor zichzelf een 'Iutron' betalen, maar ook een ander kon dat voor hem/haar doen. Het gaat daarbij steeds om een betaling die iemand van schuld ontslaat of een verplichting verwijdert waar men anders zich toe zou moeten zetten.

IIl. Het heidendom van die dagen
Maar (zo zegt Prof. Barclay) de nieuwtestamentische schrijvers kunnen ook sterk bepaald zijn bij een andere manier waarop dat begrip 'Iutron' - in hun eigen tijd - een rol speelde. Dan hebben we het niet over een joodse praktijk, maar over een heidense.

'Lutron' geeft namelijk het bedrag aan voor het loskopen van een slaaf, wat onder specifieke omstandigheden plaatsvindt.
Zo kan er in een van de Griekse papyri staan: ..Ik heb Helena haar vrijheid geschonken en heb als loskoopsom voor haar - huper lutron autes - als loskoopsom ontvangen ..... (dan volgt het exacte bedrag) Om dat wat verder uit te werken het volgende, waarbij ook een paar nieuwe woorden aan deze studie worden toegevoegd.

Als een Griekse slaaf de vrijheid wilde, kon hij ervoor gaan sparen, botje bij botje leggen tot hij het vereiste 'losgeld' bij elkaar had. Dat geld, dat zo bij stukjes en beetjes werd bijeenbracht, werd vaak ter bewaring gegeven, in de tempel van een godheid.
Als de hele 'koopsom' bijeenvergaard was, ging de slaaf of slavin in kwestie met zijn/haar eigenaar naar de betreffende tempel. Een priester telde de 'losprijs' dan uit en er werd een contract opgesteld, waaruit bleek dat de slaaf nu vrij mens was. De slaaf was nu 'vrij van alle mensen', maar noemde zich in het vervolg vaak 'een slaaf van god X', de god in wiens tempel hij zich had vrijgekocht.
Op de muur van de Apollotempel in' Delphi is er bij voorbeeld een inscriptie: ..Apollo, de Pythische, kocht van Sosibus uit Amphissa ter bevrijding ('ep'eleutheria') een slavin, genaamd Nicaea, voor de prijs (time) van drie en een halve mina zilver. Overeenkomstig de wet heeft Eumnastus van Amphissa haar verkocht. Het bedrag (time) heeft hij ontvangen. Nicaea heeft de transactie ter bevrijding ('ep'eleutheria') aan Apollo overgelaten."
Het bedrag was betaald en Nicaea was vrij van alle mensen, maar tegelijkertijd noemde ze zich 'slavin van Apollo'!
Juist daaraan konden mensen merken dat ze een vroegere slavin was, die nu zich had vrijgekocht.

Met name Paulus spreekt geregeld over zichzelf als 'doulos lesou Christou', 'slaaf van Jezus Christus'. Hij is door Jezus Christus gekocht en dus Diens eigendom; juist daarom is hij nu echt vrij! De uitdrukking 'ep'eleutheria' (ter bevrijding), het woord 'time' ('prijs') en het werkwoord 'agorazein' (kopen) komen we ook in de nieuwtestamentische brieven herhaaldelijk tegen.
..Of weet gij niet dat.. gij niet van uzelf zijt? Want gij zijt gekocht en betaald."
(1 Corinthiërs 6:19,20) ..You were bought at a price", vertaalt b.v. de New International Version, waarbij ook het woord 'time' vertaald wordt, naast het werkwoord 'agorazein' ... Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen slaven van mensen." is Paulus' woord in 1 Corinthiërs 7 vers 23. Opnieuw het werkwoord 'agorazein' en het woord 'time'.
In Galaten 3:13 lezen we: ..Christus heeft ons vrijgekocht (een vorm van het werkwoord ex-agorazein) van de vloek der wet.. ... In Galaten 4 vers 4 en 5 gaat het over Christus, die in de volheid des tijds gezonden is ..om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen .:: ..Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn ('epeleutheria') heeft Christus ons vrijgemaakt." (Galaten 5:1) ..Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn (ep'eleutheria) .:: (Galaten 5:13) We zien hier steeds hetzelfde: Er is een prijs betaald en de voormalige 'slaaf' hoort niet meer aan zichzelf toe, of aan anderen, maar alleen aan Christus. Als je slaaf (of 'dienstknecht') van Christus bent, behoor je geen andere machthebber meer toe.

Soms wordt in dat verband het woord 'Iutron' gebruikt. We treffen het aan in MaUheüs 20:28 een Markus 10:45.
Christus is gekomen om te dienen en zijn leven te geven ..als een losprijs voor velen". Hier is dus het element van 'loskopen'
aanwezig. Hij heeft de 'koopsom' betaald. b.lutroun I. Buitenbijbelse bronnen
Het werkwood 'lutroun' volgt qua betekenis veelal hetgeen hiervoor al is gezegd. Het heeft altijd te maken met iemand loskrijgen of loskopen uit een vijandige omgeving of macht die hem!
haar benauwt. In de 'papyri' (buitenbijbelse bronnen dus) wordt 'Iutroun' in de aktieve vorm vooral vaak aangetroffen in verband met het aflossen van een lening. Als iemand iets als 'onderpand' gegeven heeft (zoals wij dat kenden in de 'lommerd') en hij of zij betaalt het verschuldigde terug, komen we in de Papyri dit woord 'Iutroun' tegen. Iets komt weer bij de rechtmatige eigenaar terug en verdwijnt uit de invloedssfeer van een ander waar het niet hoorde.

II. De Septuagint
In de Septuagint komt het woord zo'n 65 voor, in twee enigszins uiteenlopende betekenissen.

In Exodus 6:5 belooft de Here dat hij Israël zal ..verlossen door een uitgestrekte arm".
De HERE heeft ..u met een sterke arm uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van de farao ..."
(Deuteronomium 7:8; 13:5; 15:15; 24:18) Het 'verlossen' uit het diensthuis wordt met 'Iutroun' weergegeven. Eveneens komt 'Iutroun' voor bij de situatie van de eerstgeborenen die moeten worden 'gelost'. (Exodus 13:13; 34:20) Daarover hebben we het hiervoor al gehad.
Als een bepaald bezit, b.v. een akker of een huis, noodgedwongen moest worden verkocht, zal een bloedverwant van de verarmde eigenaar dat bezit 'lossen'. (Leviticus 25:25, 30, 33) Iemand kon in Israël een bepaalde zaak aan de Here 'toewijden'; dat kon een dier, een huis, zijn geld of zichzelf zijn. Dat gebeurde toen Jefta zijn dochter aan God schonk, als vervulling van een ondoordachte gelofte. (Richteren 12:29-40)Stel je voor dat zo iemand op een gelofte wilde terugkomen, dan kon hij in bepaalde omstandigheden die 'afkopen'. (Leviticus 27:14-33) In al die gevallen is, al zijn de omstandigheden verschillend, toch sprake van min-of-meer hetzelfde. Iets moet terugkomen bij de wettige eigenaar.
Het gaat om '(ver)lossen' in letterlijke zin.

Er is echter ook een veel minder letterlijke zin, waarin 'Iutroun' in het Oude Testament voorkomt. Als de Psalmist uitroept ..0 God, verlos Israël uit al zijn benauwdheden" (Psalm 25:22), staat er in de LXX ook 'Iutroun'.
Hetzelfde geldt voor Psalm 26:11, 69:19 en 130:8. (We vinden het woord ook in Psalm 31:6, 55:19; 103:4; Jes. 43:1; 44:22; Jeremia 15:21 en 50:34) Hier gaat het dus niet om het 'lossen', maar om het 'verlossen'.

III. Het Nieuwe Testament
In het Nieuwe Testament komt 'lutroun' driemaal voor.
In Lukas 24:21 zeggen de Emmausgangers tegen de opgestane Heer, die ze niet herkennen, dat ze hoopten dat Hij het was die Israël 'verlossen' zou.
In Titus 2:14 lezen we over ..onze grote God en Heiland, Jezus Christus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid ..."
In 1 Petrus 1:18 staat dat 'gij' niet met vergankelijke dingen, zilver of goud zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel.
.."

c. apo-Iutrosis

Het in het N.T. zeer belangrijke woord 'apolutrosis' komt buiten de Bijbel maar heel weinig voor. Het heeft nagenoeg geen voorgeschiedenis. In de LXX komt het alleen voor bij Nebukadnezars genezing. (Daniël 4:36)

Maar in het Nieuwe Testament vinden we het tien keer. En elke keer is dat in verband met het werk van Christus.
We zetten die teksten op een rij:
1...En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen ... Efeziërs 1:7.
" ...de Zoon zijner liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden." Kolossenzen 1:14.
" ...nu Hij de dood heeft ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond ..."
Hebreeën 9:15

De vergeving der zonden heeft rechtstreeks te maken met de dood van Christus aan het kruis.

2 "Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus." (Romeinen 3:23,24)

Door het werk van Christus is een nieuwe, herstelde, relatie met God mogelijk.

3...... maar ook wij zelf, die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam." (Romeinen 8:23) "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God geworden is: wijsheid, rechtvaardiging, heiliging en verlossing ..." (1 Corinthiërs 1:30)

Hier heeft 'verlossing' te maken met onze status; we zijn in Gods 'gezin' opgenomen en 'verlossing' wijst vooruit naar een volkomen hersteld leven.

4. "Wanneer deze dingen beginnen te geschieden", zegt Christus, "richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt." (Lukas 21:28) "En bedroeft de Heilige Geest niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing". (Efeziërs 4:30)

Er is een duidelijk eschatologische kant aan de 'verlossing', zo blijkt.
Het blijft niet beperkt tot dit leven; het is een voorsmaak van de heerlijkheid die er zal zijn, als de Here Jezus terugkomt. Verlossing zal ook ..in de toekomende eeuw" een herkenbare zaak zijn.

Slot
De woorden die hier genoemd zijn zeggen in feite allemaal hetzelfde:
1.De mens is in gevangenschap, in slavernij, in de macht van een vreemde overheersing.
2.Op geen enkele manier kan een mens uit de greep van die bezetter en bezitter komen. Hij is hulpeloos in een situatie die noch te verbeteren noch te doorbreken is.
3. Een mens kan vrij worden doordat Jezus gekomen is en de 'losprijs' heeft betaald.
P.S. Nergens staat duidelijk vermeld aan wie de prijs dan wel betaald is.
Juist op dit punt hebben velen zich in het verleden laten leiden tot gedachten die bij een almachtige en liefdevolle God vandaan voerden. (Is er aan God betaald? Maar dan Is er de duivel betaald? Maar dan ) Kennelijk is het ons niet mogelijk die vraag te beantwoorden. Een ding is zeker uit de teksten: Jezus verliet zijn 'huis' om ons dat 'huis' te laten betreden en bewonen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief